De stervende en de levende (poging tot sonnet)

 



i.m. judith

i.m. helmuth



leven en laten sterven dacht de levende

en kuste zijn vader op zijn klamme hoofd

makkelijker gedacht dan gedaan dacht deze

zuchtte eens zacht en rommelde de stilte in


was ik maar stervende dacht de levende

dan hoefde ik niet te liegen

dan hoefde ik niet lief te hebben

niet meer te lachen voor mijn moeder


de stervende en de levende

wreed en vreedzaam

tot elkaar veroordeeld


de stervende laaft zich aan de levende

de levende ziet het lijden niet

tot hij door de dood wordt ingehaald