Het verjongende elixer der jeugd

In de auto, op weg van het station naar huis,

steekt mijn moeder de vinger in haar mond

waarmee ze zojuist een druppel bloed veegde

uit het wondje

op de enkel

van mijn dochter.


Als we weer weggaan en een chocoladebeer vergeten

die mijn vrouw voor mijn dochter heeft ingepakt, 

komt mijn moeder hem nabrengen

zwoegend op de fiets

door de motregen

in de stad.


Gedurende ons hele verblijf zuigt mijn vader

vanuit zijn stoel de verschijning van mijn dochter

haar hele wezen, het eeuwig speelse, in zich op

als een kind ranja

door een rietje

in de zomer.



Vliegen in december voor jou

Wij zijn de vliegen

De vliegen in december

De vliegen in december voor jou


We zijn niet met veel

Maar we gaan waar jij niet komen kunt

Om je gedachten op te zuigen


Als je je afvraagt waar de spinnen zijn

Er zijn geen spinnen in december

Er zijn geen spinnen in december voor jou


We gaan dingen doen die jou niet bevallen

We gaan geluiden maken en aanwezig zijn

We gaan stilzitten en we gaan bewegen


We kruipen door je gehoorgang

We sluipen in je neusholte

We slurpen je traanvocht


Wij zijn de vliegen

De vliegen in december

De vliegen in december voor jou



Klokken

In het hart van de atheïstische stad

Word ik elk uur door de klokken 

Van een schilderachtig gelegen kerk

Herinnerd aan mijn sterfelijkheid 


Telkens weer begin ik van voor af aan

Tel ik mee

Met mijn openbare executie

In de doodstille nacht


Word ik tot de orde geroepen

Tot de arbeid, tot de regelmaat

Word ik opgeroepen te leven

Volgens eeuwenoude in steen gehouwen wetten



Aan alle alleenstaanden, -zittenden en -liggenden

Aan alle alleenstaanden, -zittenden en -liggenden

Aan alle alleenwonenden, -levenden en -overgeblevenen

Aan alle atomen, elementaire deeltjes, singulariteiten

Aan alle eenhoorns, dodo’s en dagpauwogen


Aan alle nachtuilen, astronauten en dwergsterren

Aan alle zwarte gaten, supernova’s, schijnmanen

Aan alle splinters, kruimels, korrels

Aan alle in een eindeloze leegte ronddansende stofjes


Let op. Wij gooien jullie lukraak bij elkaar

Zonder aanziens des persoons

In een levensgrote vaas en schudden 

Net zolang tot ergens iemand wordt geraakt

De voeten van mijn vader

Het was mid-ochtend.

Mijn vader schuifelde

uit de slaapkamer tevoorschijn,

Liet zich installeren in een stoel


En stak zijn voeten voor zich uit. Rauwe rollades.

Een teen week uiteen alsof hij zich te goed voelde.

Sommige nagels leken in hun bed

Stiekem te zijn opgelost.


Mijn moeder knielde neer, pakte een poot

En wreef met crème de wreef in –

Geen massage, o nee –

Maar om het aantrekken


Van de kous, het schuiven van stof

Over dunne, tere, afgepeigerde huid,

Het steeds weer een stukje verder inpakken

Te versoepelen.


Het einde van de geschiedenis

Het is nog vroeg in de vrijdagmiddag

Als in de sauna van het Hyatt Regency

Een man op een bankje koortsachtig

Op zijn schermpje zit te tappen


Hij heeft geen bereik

Zijn privé-browser reageert niet

De man krijgt het heter, leunt voorover

Het zweet loopt van zijn neus


Loodrecht het kruis in onder hem

Hij staart naar zijn willoze geslacht

De willoze zak waaroverheen

De willoze schacht ligt gedrapeerd


Jij penis mompelt de man

Slappeling niets heb ik aan je

Niemand heeft ook maar enige behoefte aan je

Jij bent het einde van de geschiedenis






De jonge weduwe

                                                               aan M.G.


Toen je met hem trouwde wist je: hij gaat eerder

Ik blijf achter lang ook want: ik ben nog jong

Eigenlijk ben ik met: de dood getrouwd

Al voelde het als: de liefde


De grootste liefde zelfs die: ooit heeft bestaan

De mooiste man die: ooit heeft geleefd

De liefste man die ik ooit: heb bemind

Al duurde het maar zo kort of: juist daarom


En nu huil je want je kunt niet anders: je moet

Ook al wist je dat dit je voorland was: gemis

Sorry dat ik zo moet huilen zeg je maar het is: raar

Om je te moeten verontschuldigen voor: je tranen


Ja maar ik kom tot niets ik huil alleen: nog maar

Ik mag je tranen drogen maar straks: stromen ze weer

Er zit niets anders op je had dit: kunnen weten 

De wetenschap verandert niets aan: het leed


Moederhaat

I.M. Anne Frank



Jouw Achterhuis leest als een coming of (c)age

Geheel op jezelf in de hogedrukpan van de schuil

Goudeerlijk, gruwelijk en genadeloos

Blijft niemand jouw scherpe pen bespaard


Onversneden is je moederhaat

Zij wil jouw vriendin zijn; jij zoekt een moeder

Zij zoekt een klankbord; jij wil een schouder

Jullie kregen geen van beiden


Wat ik me afvroeg is als niet jouw vader

Maar je moeder de oorlog had overleefd

Of jij en je voor haar vernietigende dagboek

Dan even beroemd waren geweest







International House of Mystery

In dit riante, vreemd vertrouwde pand

Aan de o zo bekende gracht

Is het een komen, blijven en gaan

van kennelijke onbekenden.


Spionnen, intriganten, boodschappers.

Passanten, voyeurs, agenten.

Neven, connecties, netwerken.

Personeel, ex-pats, studenten.


Iedereen is alles en nergens

Tegelijkertijd thuis en ver heen.

Dat eenzame eetbakje in de gootsteen.

De wens aanwezig te zijn en te verdwijnen.


Ook de geprivilegieerden hebben zorgen

Zoals het bedienen van de lichtschakelaars,

Het sluiten der gordijnen, om ze weer te openen

En: hoe krijg ik de juiste jetstream in de jacuzzi?


Mislukte pogingen

Bij de eerste poging 

Lieten de

Voorbereidingen

Te wensen over.


De tweede

Kenmerkte zich

Door fouten

In de uitvoering.


Voor mijn derde poging

Bereid ik mij terdege voor

En vervolmaak ik de werkwijze

Opdat zij opnieuw mislukken zal.

De curve van de hoop

De curve van de hoop en zijn spiegelbeeld de wanhoop

Heeft de elegante vorm van een klok.

Eerst hoop je nog niet erg veel


Maar naarmate je nadenkt over de mogelijkheden

Neemt de hoop exponentieel toe,

Om uiteindelijk – ook uit zelfbehoud – af te vlakken.


Dan snijdt de klepel van de teleurstelling

De hoop

Op zijn hoogtepunt genadeloos in tweeën.


De wanhoop die daarop volgt is niet meteen totaal

Maar zwelt langzaam aan tot een vrije val

Die pas op het allerlaatst weer wat wordt afgeremd. 

Dood en levend

What you see is all there is,

aldus Kahnemans adagium.

Ook van toepassing op mens en dier.


Zoals de uitgever voor wie ik een eeuwigheid terug

Vanuit New York stukjes schreef.

Hij dook ineens op, met zijn gebronzeerde leeuwenkop,


Toen ik het voorwiel van de fiets van mijn dochter

Trachtte te ontdoen van de spuitkak van een hond.

Viktor? Ja, en hoe heet jij ook alweer. Frank.


O ja. Woon jij hier? Ja. Ik alleen tijdelijk. Aha.

Ik kom net terug van twaalf jaar Afrika.

Wauw. Voor hetzelfde geld, dacht ik,


Was je morsdood geweest, gecrasht of verzwolgen,

Ik had het verschil niet opgemerkt,

Maar ik ben blij dat je nog leeft.









Zeilend door de Willem Frederik Hermansstraat

Lui als een koe in de wei

zeil ik op mijn elektrische fiets

door de godverlaten Willem Frederik Hermansstraat.


De bibliotheek rechts is groot en niet open.

Links doet de Mediamarkt, naar men mag aannemen,

goede zaken in parafernalia.


Ik tracht mij een dichtregel van Hermans voor de geest te halen,

of zelfs maar een flard proza maar kom niet verder

dan de geniale titel De tranen der acacia’s.


Thuis grijp ik naar het woordenboek voor de juiste spelling

en leer dat acacia in Suriname

verrassend betekent flamboyant.


Is Hermans in Paramaribo, Affobakka dan wel Kwamalasamutu gelezen?

Zo ja, wat stelden zijn lezers zich bij die titel voor?

In gedachten zeil ik overzee om het ze te vragen.


Complex

In het appartementencomplex

schuilt achter iedere deur

in iedere gang 


op iedere verdieping


een god.



We delen soms de lift


en kijken de andere kant op


in de spiegel


of voeren


een betekenisloos gesprek.



De goden trekken zich terug

 

in hun goddelijke vertrekken


van waaruit slechts sporadisch


doffe, gedempte geluiden komen


die getuigen van een leven.






De vraag

Voor de viering van hun tigste trouwdag

Hebben mijn ouders

Een doosje sushi laten aanrukken.



Mijn broer heeft lamskoteletten.


Van mijn vader mag ik


Een bordeaux uit 1990 opentrekken.



Mijn ouders, wars van wasabi, prakken de sushi.


De lamskoteletten zijn mals en sappig.


Bij het toetje wordt toch nog de vraag gesteld.



Als het misgaat pa wil jij dan per ambulance


Midden in de nacht met toeters en bellen


Naar het ziekenhuis worden overgebracht?



Ma schudt van nee, dat wil je vader niet,


Nergens voor nodig. Hijzelf werpt deadpan tegen:


Mag het alsjeblieft met één toeter en bel?




Gemoedstoestanden

Schopenhauer postuleert twee gemoedstoestanden: frustratie en verveling.

Je wilt iets. Het is onbereikbaar. Je hebt iets. Je bent het moe.

Is er misschien nog een derde gemoedstoestand?


Dat kortstondige, tijd- en plaatsuitwissende,

Ego-dodende, spel der verwachtingen tartende gevoel

Boven alles en iedereen uit te stijgen en helemaal in de ander op te gaan?


Bij Schopenhauer heet dit nirwana,

Maar misschien is dat te hoog gegrepen.

Extase is al mooi genoeg.


Niettemin kan je je met Schopenhauer afvragen

Of niet ook extase onderhevig is aan de genadeloze wetten

Der tegenwerking en ledigheid.

Gevangenissen, isoleercellen en doodskisten

Gevangenissen, isoleercellen en doodskisten


Komen in verschillende soorten en maten,


Kleuren, texturen en prijscategorieën.



Sommige blijven ongestoffeerd.


Wat je daarmee wint aan orde en ruimte,


Verlies je aan akoestiek en atmosfeer.



Van alle vormen van overlast


Is betasting de ergste, daarna stank, lawaai


En walging – die komt van binnenuit.

ik doe mijn best om de wereld te redden

ik hap in een biologisch appeltje

van binnen is hij rot


ik bijt het bruine hart eruit en spuw



ik probeer veganistische pasta carbonara


op basis van bloemkool met rauwe knoflook


mijn vrouw mokt, mijn kroost kokt



braaf scheid ik huishoudelijk afval


maar de containers zitten vol


een boete van 95 euro is mijn deel



ik doe mijn best om de wereld te redden


het wordt tijd dat de wereld 


een beetje dankbaarheid toont





nature morte

to greta thunberg


when i was your age

mutual assured destruction

was all the rage


i wonder what’s worse

world powers

bombing earth to bits


or world powers

doing nothing 

while the devil shits