22. Tenure



Tineke Altena zat achter een groot wit vel papier in haar opmerkelijk kleine kantoortje op de gezaghebbende faculteit van de gezaghebbende Uni. Vandaag had ze zich tot taak gesteld een berekening van een promovenda na te rekenen. In plaats van de berekening van de promovenda als uitgangspunt te nemen, ging ze proberen de berekening zelf te maken, from scratch. Zien of ze bij hetzelfde uitkwam.
Spelend met haar vulpotlood keek ze uit het raam. Het was schitterend weer, de lente leek nu echt in volle uitbundigheid en definitief, dat ook vooral, losgebarsten. Ze had al vroeg vanochtend gestemd, tot haar eigen verbazing toch nog op een ongebruikelijke kandidaat, maar wie haar daarnaar vroeg, zoals collega Sinneman vanochtend, kreeg geen antwoord. Er waren dingen die mensen niets aangingen, meende Tineke Altena. Wanneer je voor het laatst gehuild had. Wat je zoal deed. Hoe vaak je achter elkaar klaar kon komen.
Prrong deed haar telefoon. Prrrong betekende dat ze een match had op Tenure, de dating app voor hoogleraren. Tineke keek niet meteen, daar voelde ze zich te goed voor. Bovendien had ze wel wat anders aan haar hoofd. Tuurlijk, ze kon dat ding uitzetten, ze kon die app verwijderen (dat had ze ook al dikwijls gedaan), maar een mens mocht zichzelf een guilty pleasure veroorloven vond Tineke, en dit was er zo een.
Howard heette hij, hoogleraar deeltjesfysica in Sydney, misschien had ze hem ooit op een congres gezien.
Dear Émilie du Châtelet (aldus Tineke's alter ego), I'm in your town tonight, would you show me around on my expenses? Anything goes. And please tell me more about string theory.'
Ah, een kenner, dacht Tineke, maar ze wist nog niet zeker of ze voldoende zin had om deze Australiër op bestelling zijn zin te geven.


21. The old in and out



Ligt het aan mij, of is er zojuist iets gegroeid tussen jouw Roman en mijn Tineke? Jan Jaap Ferwerda probeerde zijn erectie te verdoezelen in het zoutbad van Becky's favoriete sauna op het platteland waar ze naar toe waren gevlucht na de eindeloze, in veler ogen zinloze, maar in elk geval vreugdeloze sessie met Frank waarbij alle aanwezigen waren gevraagd zich in te beelden dat ze schaakstukken waren om op die manier met elkaar 'de interactie' aan te gaan. Ferwerda – geen koning – kon geen interactie meer zien, of het moest de interactie zijn van zijn onderlijf met dat van Becky, tussen wier drijvende benen hij probeerde dieper door te dringen zoals een stroper in de mangrove.
It would solve a lot of problems, mummelde Becky over haar schouder. Ze lag zoals gewoonlijk plat op haar buik en hield zich vast aan de reling van het zoutbad. Ze waren alleen in de sauna. Het leek of een neutronenbom alle menselijke gestalten had weggevaagd. Door de weeks was het meestal afgeladen. Misschien had het iets te maken met de verkiezingen, of met Houellebecq. Misschien was iedereen zijn werk integraal aan het lezen, om beter te begrijpen in welke tijd ze leefden – of niet.
Ferwerda had zich zodanig gemanoeuvreerd, dat the old in and out, om met Clockwork Orange te spreken, tot de mogelijkheden behoorde, al wist Ferwerda dat een zoutbad hiervoor niet het ideale ecosysteem vormde en Becky hevig zou protesteren als hij tot actie over zou gaan. Het bleef bij de suggestie. De suggestie was ook wat waard – misschien wel meer dan wat dan ook.
Ik bedoel, beuzelde Ferwerda verder, genietend van zijn gewichtloosheid, van de leegte, van zijn nog niet tanende libido: ze waren het zo  e e n s , die twee. Het is lang geleden dat ik het zo eens was met Tineke als Roman het eens scheen te zijn met haar bij Frank.
Stilte.
That Frank of yours – begon Becky, met die zeurstem van haar, die hij zo haatte.
He's not mine. He's hers.
Anyway, he is so  g a y .
Wat zou dat, fluisterde Ferwerda in Becky's oor. Dat is juist goed. Dat maakt hem onpartijdig, want niemand van ons is gay.
Right. Well, I've got news for you, Janja. This morning, when I was routinely checking Jimbo's browser history, I not only came across the usual bitcoin-sites, but also a terrific stash of gay porn.

20. Verkiezingen

Image result for houellebecq



Jim schatje what on earth are you doing here, we're all waiting for you! Jimbo zat met zijn benen wijd, een enorme draadloze koptelefoon over zijn lange krullerige haar, naar een schermpje te turen. Ik werk aan mijn spreekbeurt over de Nederlandse advocatuur. Ik fop je maar mama. Ik zit dat stuk van Baudet over Houellebecq te lezen; het is iets langer dan ik dacht. Het begon aardig, als een soort werkstuk voor school, maar tegen het eind ontspoort hij, als hij al te krampachtig zijn eigen thema's erin probeert te proppen. Benieuwd hoe Houellebecq, is dat niet jouw niet zo geheime minnaars favo auteur?, het zou vinden als hij wist dat een boreale uil van minerva uit off all places, Kakland, hem probeert voor zijn karretje te spannen. Forum pour la démocratie! Avec monsieur le running mate, maître Theo Upt Hiddema!
Ik ben blij dat je eindelijk weer eens geluid komt uit je mondje... Come on, on your feet, trage slak dat je daar bent... Dit kun je niet maken. We're all in this together. We owe Tineke big time. You owe Tineke big time...
Becky opende de deur naar de therapieruimte, en schopte de puber speels met haar killer heels naar binnen met de woorden: apologies, mister genius was even afgeleid door de European elections. We're sending our expert Janja to vote for us both.
Ik weet van niks, mompelde Ferwerda onnozel. Waar willen jullie dat ik op stem dan?
Wie niet op de Partij van de Arbeid stemt, sprak Tineke met een grafstem, de partij waaraan we ons krankzinnig hoge welvaartspeil te danken hebben –
Wat dacht je van de gasbel! interpelleerde Roman verontwaardigd.
... getuigt van een zeer gebrekkig historisch inzicht.
O. zei Jim, maar Houellebecq maakt gehakt van de socialisten die, net zoals de liberalen, niet weten wat de moderne mens met al die welvaart aan moet... Daarom, zegt Thierry, moeten we terug naar de traditie! De traditie is het enige wat we hebben! Kijk maar om je heen!
Ferwerda maakte zijn schoenveters los en begon ze opnieuw te strikken. Als jullie mij machtigen om op die journo van een Eppink te stemmen – een ouwe maat van me van de VU – dan eet ik mijn hoed op.
Maar je dráágt helemaal geen hoed, Jan Jaap! jubelde Frank, uiterst tevreden met zichzelf, terwijl de therapeut opstond en een wild met merkstift volgekalkt blad omsloeg van de flip over.

19. Toontje



Wie, vroeg Frank, terwijl hij opstond, en de thermoskan koffie omhoog hield.
Franks stem. Een Limburgs accent (wat deden al die Limburgers hier plotseling?), zacht, zalvend, bezwerend. De stem van een goeroe (met boterzachte g).
I don't drink coffee, bitste Becky. You have fresh ginger tea?
Nee.... wel rooibos... (Die Limburgse r... De Limburgers hadden hun gutteraal in hun r verstopt. Hoe kon je in godesnaam iemand serieus nemen die zo sprak?)
Fresh rooibos?
Eh, ik weet niet hoe vers hij is hè?
I'll give it a try.
Dat is bijzonder welwillend van je, Becky... Roman?
Glaasje water graag... Mag ik vragen hoe lang dit gaat duren, dokter Frank? Ik heb om tien uur een afspraak met een zakenpartner.
Abuse is wel wat more important dan die zaken van jou, Roman.
Hou je sexy smoel.
Rustig aan, jongens, laten we het leuk houden, hè?... Roman – wat je vraag betreft: dat verschilt. Het hangt af van jullie eigen inbreng... Tineke, Jan Jaap, zal ik jullie nog wat bijschenken? O, ik zie dat jij nog hebt.
Inderdaad, Frank... Dank je. Ferwerda keek als een gekooid dier om zich heen. Hij werd bijna misselijk van dat softe, begripvolle, alles is zogenaamd bespreekbaar-toontje, dat toch ook iets badinerends had, alsof hij schoolkinderen toesprak. Ja, het paste in de voortschrijdende infantilisering... Hij moest hier zo snel mogelijk weg, uit deze kinderkamer, maar hij had geen excuus. Hij kon niet akkoord gaan met therapie op maandagochtend en vervolgens zich uit de voeten maken. Dat was niet fair ten opzichte van Tineke.
Die zag er trouwens ravissant uit vandaag, in haar bloemige broekpak, dat hij al lang niet meer had gezien. Als hij het al ooit had gezien.
Lekker dank je. Tineke wilde graag nog wel wat koffie van Frank.

18. Mandarijn



Jaloezie, wellust en schaamte, Frank.  D a t   zijn de drie motoren die een man aandrijft. En wie zou er niet jaloers zijn op mij? Ik bedoel, ik zie er goed uit, ik ben fit, ik heb de potentie van een paard, maak daarvan twee paarden, en ik ben succesvol. Terwijl als je naar sommige andere mensen kijkt in deze kamer, – die mij trouwens erg aan mijn eigen kantoor doet denken, met die flip over en zo – dan moet je toch vaststellen dat het misschien iets minder is gelukt... Kijk, Frank, dat zul jij met of zonder Fraud – ik bedoel Freud – zullen beamen, dat een man zonder zoon toch wat sneu is... Een man zonder zoon is zoiets als een raket zonder maan. Luister, als een man zich niet kan voortplanten, als hij niet ergens zijn zaad in kan spuiten met vruchtbaar gevolg om zo maar te zeggen, naar zijn eigen gelijkenis, dan is zijn leven voor niets geweest... We zijn hier op aard' – ja, pink maar een traantje weg – om onszelf te dupliceren, daar zit niks anders op. En als we op dit slakkentempo doorgaan is de sinoficatie van Europa en de rest van de wereld in twintig jaar gepiept. Daarom vind ik het zo belangrijk dat mijn Jimbo mandarijns leert. Hè? Wat? Wat had je nu weer hierop aan te merken, big shot lawyer?
Mandarijn.
Oké, Mandarijn dan, maar om mijn punt even af te maken, ik zie Frank gebaren maken waarbij hij zijn duimnagel langs zijn hals trekt, wat zou hij daarmee bedoelen, he he, dat jullie allemaal jaloers zijn, daar komt het op neer. Jullie hebben allemaal een reden om jaloers op mij te zijn. En terecht. Jullie zijn, vergeleken bij mij, een stelletje mislukkelingen. De een omdat hij haar leven niet op de rails krijgt, de ander omdat hij zich vergeten heeft voort te planten. En Jimbo? Als ik mijn kaarten op iemand moest zetten dan was het Jimmy Boy. Ik zal hem binnenkort eens inwijden in de... Hé, waar is-t'ie nou?
Naar de WC, Roman. Rustig maar. Hij komt zo terug.

17. Akten






Als manvormig aanhangsel van de vorige spreekster geloof ik niet dat ik het voorafgaande onbesproken kan laten... Tineke en Becky, de twee belangrijkste vrouwen in mijn leven, afgezien van mijn moeder, die knetterdement is... Leefde mijn vader nog maar. Die had wel raad geweten met de onderhavige problematiek. Die had een keer hard op tafel geslagen, met zijn besproette, beaderde vuist, met de zegelring die ik niet mocht erven, en had geroepen: is het nu eindelijk afgelopen met die flauwekul? Gaan jullie je eindelijk eens als volwassenen gedragen? Jullie maken mij, jezelf en de familie te schande! Enzovoorts enzoverder tot in de eeuwigheid amen. Die man was geboren voor de woedeuitbarsting, alsof hij het stoïcijnse arbeidsethos dat, vroeger althans, met het notariaat werd geassocieerd, wilde wreken. Ik zal eerlijk zijn. Ik ben altijd gefrustreerd geweest, en nog, dat ik zijn praktijk niet mocht overnemen. Dat wil zeggen, ik mocht Ferwerda Notarissen wel overnemen, maar dan alleen met de bepaling dat hij tot zijn laatste ademstoot zich met mijn akten zou bemoeien, en daar had ik geen in zin in. Dus de zaak is roemloos overgedaan aan een club die geen enkele goodwill verdiende... De liefde? Daar heb je gelijk aan Frank, daarvoor zijn we hier. En terecht... De veerkracht van een relatie... Ik huldig Montaignes opvatting dat het huwelijk vriendschap is, met de toevoeging, 'hartstocht bewaar je maar voor je maîtresse'.  Het punt is: ik heb al een vriend. Die zal hier ongenoemd blijven, om de zaak niet verder te compliceren. Maar ik had nog plaats voor wat hartstocht. Waarom leven? Om geld te scheppen en bezittingen te vergaren of om te voelen. (Mijn cursief.) Frank, jij (idem) weet toch zeker wel wat ik bedoel? Het leven is wel meer dan een mechanische opeenvolging van bloedeloze produktie- en consumptiemomenten, gelardeerd met hier en daar een leuke voetbalwedstrijd; en het huwelijk al helemaal niet. Het moet omhoog en omlaag, crashen en weer opstaan, liefst vlak na elkaar, knokken en elkaar in de armen vallen. De zweep erover en dan weer strelen, zoiets. Of omgekeerd. Roman?

16. De kwestie Becky



Goed, ik ben dus Tineke maar dat hadden de meesten van jullie al begrepen. Ik ben in Groningen geboren, als oudste dochter van een onderwijzer. Ik was de zoon die mijn vader eigenlijk had willen hebben. Hij projecteerde al zijn ambities op mij. Hij was streng en zelden rechtvaardig, maar wel charmant en grappig op feesten en partijen. Hij zou erg trots op me zijn geweest, als hij niet nog niet zo lang geleden tijdens een marathon door de bossen ineen was gestort met een prop in zijn hart.
Moet ik het nog over mijn huwelijk hebben? Waarschijnlijk. Huwelijk rijmt op gruwelijk en afschuwelijk, en 'doodslaan deed hij niet ' (lees: zij), maar Japi en ik hebben het best gezellig met zijn tweeën. Hij weet waar ik van hou. Ik heb wel eens een andere man geprobeerd, een experimenteel fysicus aan de Uni, maar dat viel niet mee. Misschien had ik het op een andere faculteit moeten proberen.
Over fysica gesproken: wrijving schept warmte. En uit botsingen kunnen de mooiste deeltjes voortkomen. Ik strijd graag. Ijzer scherpt ijzer. Japi is een waardige tegenstander, maar soms speelt hij, zoals alle advocaten denk ik wel eens, vals. Ik gun een ieder, dus ook mijn partner, het recht op privacy – sterker, ik moedig gescheiden privé-werelden aan, dat houdt het spannend en anders ben je zo uitgepraat – maar wel fair. Geen mes in de rug graag.
Misschien moet ik to the point komen. Frank? Luister je wel?
Ik maak aantekeningen.
Dat zegt Japi ook altijd... maar goed, waar het me om gaat: de kwestie Becky zuigt me leeg. Kost me teveel energie. Ik slaap er slecht van. Er zijn teveel variabelen.

15. Even voorstellen



Hi, I'm Becky, maar dat wisten jullie al... mijn Engels, ik bedoel mijn Nederlands niet zo good, sorry about that, I mean you Dutch are so fucking brilliant in all your languages, that I keep thinking: why even try. To be honest – I hope I'm not offending anyone – those guttural sounds... Ghhggghg! Anyway. I'm not sure why I was asked to be in this group... Normally I'm with my personal trainer on Monday morning, and I was too late to cancel voor geld terug, so it better be good... People, let me tell you: I don't have no problem met Tineke. Tineke, I like. She good to me. Ik zou bijna zeggen, ze is beter voor me dan Janja en Ramon samen... Ze is tenminste  r  e  d e l i j k , ze sloopt mijn voordeur niet, ik hou van redelijke mensen, en in mijn opinie zijn dat bijna always females, so people ask me why don't you date women, they nice and sweet and soft, and my god I've tried, but at some point I get bored. I need prick. Sorry! Okay, where was I? Oh yeah, you wilt weten waar ik vandaan kom. Maar dat wil je helemaal niet weten! Waarom denk je dat ik daar ben weggegaan? Ik wilde nieuw leven, new house, new love, new adventure and of course we live in free world no? Janja and I we immediately hit it off. Zelfde golflengte, hoe zeg je dat? I saw wedding ring on his finger so I asked. He said don't worry, understanding wife. Free love and shit. He saw ring at my finger. I told him he should worry because jealous ex. Famous kickboxer lookalike. And he clever. Als dingen hem tegen zitten, dan neemt hij die dingen weg. Daar is hij goed in. Maar misschien kun je dat beter zelf vertellen, Roman... God, and then there's Jimbo of course, my kiddo genius. We all need genius in life, he's mine. Hij gaat ver schoppen let op mijn woorden, maar hij moet niet zo brutaal zijn. Weet je wat hij zei toen ik de iPad uit zijn bed viste? Cunt. Dat vind ik echt niet kunnen. Dus daarom I'm glad I'm here so we can discuss language and upbringing and all that.

14. Ooh, ooh, ooh. Ooh-ooh.



Loving you is a losing game zong Tineke aan de ontbijttafel. Tussendoor kauwde ze op de croissants die haar man voor haar had gebakken. Ze waren wat aangebrand.
Wil je alsjeblieft ophouden met zingen, vroeg Ferwerda, in zijn boxershort, de krant scannend.  Het irriteert me.
Meestal kwam hij niet verder dan de lead van een nieuwsartikel. Dan schoten zijn ogen alweer naar wat anders. Het was vermoeiend om naar Ferwerda te kijken, maar nog vermoeiender om in zijn hoofd te zitten.
Kan niet, zei Tineke. Ooh, ooh, ooh. Ooh-ooh. Ik hoor het bij mijn studenten, op de radio in de auto, in het winkelcentrum. Soms komt het spontaan uit mijn computer. Ik ben gehersenspoeld.
Ferwerda sloeg zijn krant dicht. Zijn bleke behaarde been trilde boven zijn tenen. Dit is een verschrikkelijk liedje. Teddy Scholtens Een beetje uit 1959 is geniaal vergeleken bij deze draak. En dat Engels! Van een gymnasiast! Als dat het Engels is van een gymnasiast moeten Nederlandse gymnasia zich ernstig zorgen maken.
Juist daarom blijft het zo hangen, Japi. Ik bedoel, als je me vraagt zing eens iets van Schubert kom ik niet verder dan das Wandern, das Wandern. Als je me vraagt zing eens iets van Duncan Laurence, dan kan ik eindeloos doorgaan.
Ferwerda stond op en rekte zich uit. Ik ga heel lang douchen, kondigde hij aan.
Mijn idee, ouwe stinkgeit. Tineke stond ook op, ze verheugde zich om naar de Uni te fietsen in de knisperende lentezon.
Toen ze elkaar ten afscheid kusten, zei ze: maandag 9 uur in de ochtend, Japi. Systeemtherapie bij Frank. We gaan alles eens helemaal tot de grond toe uitpraten. Becky, Jimbo en Roman komen ook. Het staat al in de agenda.


13. Erotische destructie

Winde Rienstra: Bamboo Heels

Ze gingen naar de houtzagerij. Nee: hij loodste haar mee naar de houtzagerij. Of was zij het, die hem meeloodste naar de houtzagerij? In elk geval, edelachtbare, waren ze liplocked, en stormden ze door de dikke plastic flappen, die als een soort reusachtige, misplaatste beflappen voor de ingang van de houtzagerij waren bevestigd. Binnenin was het, op een zacht ruisen na, stil. Sowieso was de bouwmarkt zo goed als verlaten. Dat kon niet. Er moest iemand zijn, maar die liet zich niet zien.
De houtzager van dienst was in elk geval niet ter plekke. Ware hij of zij wel ter plekke, dan was hij of zij getuige geweest van een onhandige worstelpartij. Het moest lust wezen, dat deze twee volwassen pseudo doe 't zelvers dreef, in beweging bracht, gulzig schokkerig aan elkaar deed trekken, rukken en plukken, maar het had ook woede kunnen zijn, razernij, ontplofte frustratie. Alles ging tegelijkertijd, handen waren overal, voeten – de schoenen en killer pumps woest uitgetrapt – probeerden mee te doen maar de hoofdrol was toch wel weggelegd voor de monden, die natte openingen met, in Becky's geval, absurde lippen. Lippen als zwembandjes, dikke rupsen van lippen, die elk moment konden springen. Ferwerda voelde hoe hij de macht over zijn leven verloor, hoe de roekeloosheid in hem postvatte, de erotische destructie bezit van hem nam. Afsnavelen: er werd behoorlijk wat afgesnaveld in die houtzagerij, op allerlei fronten, niets was taboe, totdat, na wat voelde als een halve eeuw, een vrouw met kortgeknipt roodgeverfd haar, in wie Ferwerda de bedrijfsleider vermoedde, neuriënd door de flappen naar binnen kwam en volslagen onverschillig de zaagmachines aanzette.

12. Shelf space



Ietwat verdwaasd liep Jan Jaap Ferwerda door de bouwmarkt op zoek naar... ja, waar naar was hij eigenlijk op zoek? En als hij zou weten waar hij naar op zoek was, welk gangpad moest hij dan hebben?
Hoe vaak had hij zich al niet voorgenomen nooit meer een stap te zetten in de bouwmarkt of wat voor markt dan ook?
Markten brachten hem in paniek. Alleen als hij niets nodig had, puur voor de romantiek en nostalgie, wilde hij nog wel over een markt struinen, maar dan bij voorkeur een buitenlandse, met exotische etenswaar. Hij kon zich urenlang vergapen aan exotische etenswaar, maar alleen als hij niets hoefde te bestellen laat staan afdingen.
In de bouwmarkt, bij de schroefjes, boutjes en moertjes, raakte hij gefrustreerd dat nou net hij, met zijn nerveuze kantoorhandjes, zich weer door zijn eigen onstuitbare dadendrang had laten overhalen om te klussen. Het verzoek kwam van Tineke. Ze wilde meer shelf space.
Iedereen wil meer shelf space, had Ferwerda gezegd. Ik wil ook meer shelf space.
Dan maak je toch meer shelf space voor jezelf? Enzovoorts, enzoverder tot in de eeuwigheid amen.
Achteruitlopend, dus met de rug, klassiek, als in een romantische film, liep hij niemand minder tegen het lijf dan... tromgeroffel... Becky. Zijn knokige, wat bolle oudemannenrug kwam in aanraking met haar vrouwelijke vormen. Nog voordat hij sorry had uitgeroepen riep hij uit: Darling, wat doe  j i j  hier?
Nou, dat kan wel wat aardiger, sneerde ze terug. This is the place where we met the first time, remember? Of is dat alweer uit jouw muffe brein verdwenen?
Ha! Dat was toch bij de tuinartikelen? Jij vroeg toch aan mij om advies over welke tuinslang je moest kopen? Toen keek je me heel ondeugend aan, ik geloof zelfs met een vinger in je mondhoek. Dat vond ik leuk. En toen ik begon uit te leggen welke soorten je volgens mij had, zei jij: you know what, I don't even have a tuin!
No need to refresh my recollection, Janja, ik weet nog precies! lachte Becky haar imperfecte tanden bloot.
En nu, wat doe je hier nu?
Een nieuwe deur uitzoeken. Roman demolished our frontdoor.

11. Pillow talk

Van Gogh: Vlinders en klaprozen

Japi, fluisterde Tineke, terwijl ze zich door hem liet verwarmen in bed.
Ja Tien.
Ik vind het wel heel fijn dat je niet bij dat mens moederdag bent gaan vieren, voorzover er van een viering dienaangaande sprake kan zijn.
Graag gedaan. Het is niets.
Nee, ik bedoel, ik had het wel heel erg gevonden geloof ik als je bij dat mens moederdag was gaan vieren met ontbijt op bed en wat daar niet zoal uit kan voortvloeien of aan voorafgaan, terwijl die vreselijke Jimbo op zijn Wii zit.
Ze zit bij Roman. Roman heeft plotseling bedacht dat hij ook wel eens wat aardiger kan zijn... maar...
Maar?
Wil je haar niet meer aanduiden met dat mens. Dat vind ik zo godvergeten respectloos. Vrouwen kunnen zo respectloos zijn tegen elkaar.
Hoe moet ik haar dan aanduiden? Ze sleept je mee naar een rechtszaak die je onmogelijk kunt winnen, vervolgens ga jij door je rug en sleept ze je mee naar een fysio die je bovenbeen van je bil af scheurt. Tenslotte sleept ze je mee naar een sushi-restaurant om twintigduizend euro van je af te troggelen, zonder te vertellen waarvoor of wanneer ze die denkt terug te gaan betalen.
Ze heeft ook een naam, Tien.
Ja. Becky. Zelfs jij weet haar achternaam niet.
Die weet ik wel maar die kan ik niet uitspreken.
Dat is hetzelfde.
[Stilte.]
Ik wou je een massage geven voor moederdag. Ik weet, ik ben niet zo goed als Hassan, maar ik doe mijn best.
Nou, begin maar in mijn nek dan. Daar zit het muurvast.
[Masseert.]
Au.
Je moet ook niet zo hard werken, poedeltje.
Ik werk niet harder dan andere hoogleraren fysica aan twee universiteiten waarvan een in Heidelberg en als vrouw moet ik nog een stukje harder werken.
Ja ja. Stil nou maar.
Weet je wat het is Japi, ik ben eigenlijk ook moeder, heb ik bedacht... Ik heb mij eigenlijk ook altijd moeder gevoeld...
Dat is een mooie... Van wie dan.
Van wie dacht je. Van jou natuurlijk, Japi. Jij bent het kind dat ik nooit heb willen baren. En toch, of misschien wel daarom, houd ik tegennatuurlijk veel van je.
O.

10. Arrangement



Tineke Altena, hoogleraar theoretische natuurkunde aan twee universiteiten, had, in de herfsttij van haar huwelijk, een deal met Ferwerda gesloten. Hij mocht rommelen wat hij wilde met zijn prijsnimf, zolang hij maar zeven dagen van de week ontbijt maakte, vier dagen avondeten, niet met zijn maîtresse op reis ging binnen Europa (daarbuiten mocht het quasi clandestiene liefdesduo zich ongans reizen aangezien Tineke een hekel had aan vliegen, en aan culturen met wie ze zich niet verbaal kon verhouden) en, dit was een dealbreaker: hij moest haar vier van de zeven nachten per week komen opwarmen in bed.
Een keer per maand behield ze zich het recht voor om zich op hem naar eigen inzicht uit te leven.
Het voordeel van dit arrangement, vond Tineke, was dat ze grosso modo met rust werd gelaten. De manier om door een man met rust te worden gelaten, zeker een man met de rusteloosheid van Jan Jaap Ferwerda, was om hem zijn pleziertjes te gunnen, zijn stokpaardjes te laten berijden al was het dan een stokpaardje dat, het werd zo langzamerhand pathetisch, hun dochter zou kunnen zijn – het kind, zo vergat Ferwerda nooit op te merken, dat Tineke zelf nooit had willen baren. Fysica was alles voor Tineke, meer nog dan seks, of die vorm van seks zonder sappen: muziek, of zelfs maar gastronomie (hetgeen zij, niet alleen fysisch gezien, aanstellerij vond). Een keer per maand wenste ze Ferwerda vast te binden in bed en hem af te ranselen met takken en twijgen die ze daarvoor op hun zondagse wandeling in het bos had verzameld. Dat Ferwerda bij die in theorie voor beiden opwindende afranseling kreten liet horen die tot aan de overkant van de straat hoorbaar waren, nam zij graag voor lief. Te enen male weigerde de overjarige jurist een washandje in de bek te nemen, zoals persende, half-ontsloten barenden dat plegen te doen.

9. Wisselgesprek


Janja is getting a treatment... it's taking forever... yeah. And I'm not even sure he has insurance... His wife: yes. But he... We just got back from the courtroom... Terrible. Pathetic. I thought we had a reasonable case, reasonable demands and so forth, but Janja messed it up. I feel ashamed. For Jimbo. For myself... No, you can't talk to him... he's with his dad... I told Taylor with my eyelashes om zich niet in te houden bij Janja, dat zal hem leren haha... actually, if you listen carefully you can hear him moaning and groaning in the background... Yeah. That's sukkeltje for you... Wait a minute darling, Jimbo is calling, can you hold on for a second?... Wat is er lieffie? Okay... Wat, is je vader weer eens de hort op? O, hij haalt pizza en jullie werken netjes aan de spreekbeurt... But that's wonderful... If you need a quote from mister Big Ass Lawyer, master of the dreamteam... nee, die gaat zijn mobiel niet opnemen schätzchen, je moet even geduld hebben... Wat? Tonight? Nee, geen sprake van. Dan kom je maar naar mij toe... Wait I was supposed to go and have sushi with Janja to celebrate the court case. Nee, je mag niet mee, ik heb zaken met hem te bespreken... Jimbo, zul je voorzichtig zijn? En zeg tegen die scumbag van een vader van je dat hij, als hij het waagt om vanavond jou weer alleen te laten in dat belachelijk grote huis, ik de cops op hem afstuur. Negligence, wat is in het Nederlands? Schätzchen, ik moet ophangen, Mischa is aan de andere lijn... Wat? You know Mischa. From Berlin! Yeah, that one. Listen, I can't help you with your assignment. I know nothing of no law and I want to keep it that way... Janja will call you back as soon as he is finished... Bye sweetheart, kissy kissy, love you... Mischa? Mischa. Did that beotch hang up on me?

8. Rampen





Het was een fiasco geworden, maar op een manier die Ferwerda niet had voorzien. Hij was nog halverwege de middag, aan het eind van zijn warrige betoog, door zijn rug gegaan. Als kanonnenvoer lag hij languit tussen de stapelbare stoelen. Er waren bekertjes water voor hem gehaald, maar die hielpen niet: hij verging van de pijn in zijn onderrug en kon niet meer bewegen. Het was alsof een slager zijn ruggengraat met een levensgrote tang uit zijn skelet had getrokken.
Hier eindigt deze rechtszitting, sprak de rechter toonloos. Uitspraak over veertien dagen.
Becky hing over Ferwerda heen, bellend met haar fysio Taylor, die volgens haar de beste van de stad was en alles wat krom was recht kon trekken. Maar 'you should exercise sukkeltje, told you so', begon ze hem meteen alweer verwijten te maken. Rampen overkwamen Ferwerda nooit zonder dat er een vrouw in de buurt was om hem op zijn aandeel in die ramp te wijzen. Tineke was daar ook goed in, maar Becky was beter.
Een uur later lag hij half ontbloot op zijn zij in het centrum van de stad bij Taylor op tafel. Nog net zag hij door de openstaande deur (wat heb je aan een deur, morde hij, als je hem open laat staan?) hoe Becky druk in gesprek was op haar oversized telefoon, in dat vreemde taaltje van haar. Hij moest zijn ogen al gauw sluiten. Eerst kwamen de stompen in zijn onderrug, daarna de vingers die wroetten in zijn kwijnende spiermassa. Toen de fysio, een atletisch figuur die zijn zoon had kunnen zijn, zijn krakende, pensioengerechtigde knie helemaal naar zijn buik duwde, vreesde Ferwerda in alle ernst dat zijn dijbeen van zijn bil zou scheuren. Hij schreeuwde het uit van de pijn en verontschuldigde zich daarvoor.
No need to be sorry, zei Taylor. Dit is perfectly normaal.
Na een tijdje begon Ferwerda aan de pijn te wennen, die zelfs te koesteren.
Toen hij zich aankleedde dacht hij aan Jimbo, die bij zijn vader was, en, tenminste, dit was de afspraak, verder zou werken aan zijn spreekbeurt over de Nederlandse advocatuur.

7. Pussy power

Related image
Irving Penn


Pussy power. Dat was toch wel de kortste verklaring die Jan Jaap Ferwerda kon bedenken, of Tineke wat dat aangaat, voor zijn aanwezigheid vandaag in de rechtszaal en zijn verwoede pogingen om de aandacht te trekken van mevrouw de familierechter voor zijn pleidooi om Jimbo voor 100 procent onder de voogdij van Becky te stellen.
Nu stond zoonlief nog voor twintig procent onder de opvoedkundige leiding van Roman en die twintig procent moest 'for sure' teruggebracht naar nul. Aldus luidde de opdracht die hij van zijn cliënte had gekregen en waarvan hij vrijwel meteen dacht dat die kansloos was. Roman mikte juist op 50 %. Voor zover aantoonbaar was de violente ex weliswaar een gevaarlijke gek, maar geen misdadiger. Ja, hij had Jim eens toen die niet wilde luisteren een kwartier lang onder de koude douche gezet, maar daar bestond geen wet tegen, en hij had Jim een paar zomers geleden uitgedaagd over een omhooggehouden hockeystick te springen, en toen Jim eindelijk gehoorzaamde, had pappie de hockeystick net iets hoger gehouden, waardoor mister genius (in de woorden van Becky) plat vooruit op de stoep terecht was gekomen en daarbij zijn voortanden dusdanig had beschadigd, dat ze zwart uitsloegen. Maar dat waren melktanden. Die waren allang vervangen. Ook de bewijsbare feiten (Instagram!) dat Jim steeds terugkwam van zijn vader zonder één keer zijn handen te hebben gewassen of zijn nagels te hebben geknipt, konden helaas onmogelijk tot een argumentatie worden omgebouwd.
Maar daar stond hij, meester Ferwerda, in zijn oud blauwe linnen pak en hij hoorde zichzelf beuzelen.
Zijn vader, de oude notaris, had hem zo eens moeten zien.
En dat allemaal voor die uitnodigende, gek- en weemakende bee stung lips van Becky. Daarvoor deed hij alles. Al-les.
Het zou zijn ondergang worden.

6. Veiligheid


Edelachtbare, veiligheid binnen het gezin: van eminent belang voor elke opgroeiende puber, maar veiligheid strekt zich ook uit buiten het gezin, bijvoorbeeld als dat gezin gebroken is, dan zijn er twee gezinnen, of eigenlijk situaties, waar het dus veilig moet zijn... en ik wil hier staande houden dat, Jim, als zijn veiligheid ons na aan het hart is, en dat zal u, mevrouw de rechter moeten aanspreken,  dat...
Geeuwend bekeek Becky een voor een haar nagels. Chanel rose confidentiel. Hier en daar was ze stukjes vergeten. Ze had ook wat nagellak gemorst op haar nagelriem. Ze begreep ook wel dat het ongepast zou zijn om haar nagels bij te werken, hier in de rechtbank, daarom legde ze ze maar in haar schoot en probeerde er niet naar te kijken. Ze probeerde ook niet naar haar grote mobiele telefoon te kijken die pontificaal maar omgekeerd voor haar op haar op tafel lag. Hij trilde zachtjes – niet voor het eerst trouwens. Wie was het die haar telefoon thans deed trillen? Wanneer kwam Janja, zoals ze hem liefkozend noemde, of ook wel sukkeltje, eindelijk eens to the point?
Zo hebben wij bewijs, ploegde Ferwerda moedig verder, dat Roman stelselmatig te laat verschijnt op zijn afspraken voor de overdracht, dat hij zijn zoon tot drie keer toe een avond alleen heeft thuisgelaten met een lauwe pizza terwijl meneer zelf tot diep in de nacht met vrienden ging stappen... Becky trok hem aan zijn mouw, hij leunde voorover naar haar toe, ze smiespelde hem wat in het oor, maar hij had moeite haar te verstaan. Dat kon met de adrenaline te maken hebben, die het pleiten naar zijn hoofd pompte, maar ook met Becky's accent. Ze sprak een soort lui, zelfgemaakt Nederlands, dat voor 80 procent uit Engels bestond. Sexy, dat wel.
Heer Ferwerda, had u nog wat te zeggen?
Mevrouw de rechter, nog even over die veiligheid...
Jimbo keek op van zijn scherm en mompelde: wat is dat allemaal voor gedoe over veiligheid? Is het oorlog of zo?

5. Adrenaline

Kop-van-jut - Gipsen afgietsel van het hoofd van Hendrik Jut in het Universiteitsmuseum Groningen (CC BY-SA 3.0 - Vysotsky - wiki)
Buste moordenaar Hendrik Jut (van de Kop-van-Jut)

Jan Jaap Ferwerda dacht dat we in zijn hoofd zaten. Zitten we ook, maar het kan nooit kwaad af en toe van perspectief te veranderen.
Zoals zo vaak vroeg Ferwerda zich af, vrij naar Radiohead, what the hell he was doing here. Ja, hij zat op een stoel naast Becky, die weer naast Jim zat (de naam 'Jimbo' kreeg Ferwerda niet uit zijn strot), en hij had een stapel papieren voor zich die hij slecht had gelezen. Zijn ogen gingen achteruit de laatste tijd en wat erger was, sinds hij in de overgang zat (dat was het volgens Tineke, die er zelf alweer uit was): hij werd onzeker. Hij was zijn postuur van vroeger kwijt. Zijn zelfverzekerdheid. Alleen al de gedachte, als de rechter eindelijk eens klaar was met haar stomvervelende samenvatting van het feitenmateriaal, dat hij het woord moest nemen, beangstigde hem, sloeg de adrenaline hem naar het hoofd, als een kop van jut waar keihard op wordt geslagen (door Roman, bijvoorbeeld). Ferwerda was nota bene met pensioen als advocaat, en hij was eigenlijk nooit een  e c h t e  advocaat geweest, had alleen maar wat juridisch papierwerk in de marge verricht, om heel eerlijk te zijn. Goed betaald daar niet van, al was er van dat geld helemaal niets meer over, maar pleiten, een verhaal houden, de ander omver blazen, want dat was het toch waar het in de rechtszaal om ging, dat leek iets uit een ver verleden, misschien zelfs wel iets uit zijn studietijd...  Ineens herinnerde hij zich dat hij afgelopen nacht een mini-nachtmerrie had gehad waarin hij minutenlang zweeg voor de rechtbank, geen argument over zijn lippen kreeg...
Als hij Becky aankeek, en daartoe dwong hij zichzelf, dan wist hij wel weer voor wie of voor wat hij het deed. Inderdaad: een prijsnimf, zoals Tineke haar gekscherend had omschreven. Ferwerda was aan haar verslaafd.

4. De aard van het geweld

Image result for vintage briefcase artwork



Edelachtbare, mijn naam is Roman. Of Ramon, zoals Becky me liever noemt, vanwege mijn quote unquote gelijkenis met een of andere kickboxer, maar dat terzijde; mag ik heel even uitleggen waarom ik de verdediging vandaag niet heb uitbesteed aan een quote unquote baliekluiver, maar op mijzelf heb genomen? Wel, ik heb niet zo veel vertrouwen in de baliekluivers hier te lande, of te stede wat dat aangaat. Ik heb sterk de indruk dat de baliekluivers, of het nu vrouwen of mannen zijn, of computers haha, nogal op de hand zijn, waar het voogdijzaken betreft, van de quote unquote moeder. En dat bent u ook, edelachtbare, dat is allemaal wetenschappelijk aangetoond... Nee, waar het mij om gaat is dat de advocaten die ik heb versleten – Jimbo, maak je aantekeningen? Dan zal ik je straks overhoren als je moeder en haar quote unquote raadsman, Mr. Ferwerda, mij toestaan –  in het geheel geen verstand hebben van geweld. De aard van het geweld, begrijpt u wel? Ze hebben er gewoonweg geen kaas van gegeten! Daar zijn ze veel te braaf voor. En u ook, edelachtbare, u bent ook veel te braaf, of moet ik zeggen benepen, om werkelijk door te dringen tot het diepste wezen van deze menselijke, al te menselijke gedraging... Kijk nou eens naar de heer Ferwerda, daarzo, die heeft toch zekers nog nooit meer geweld meegemaakt dan dat ie zijn kets openhaalde tegen een openstaand keukenkastje, of dat Becky hem een schop gaf omdat ie het verkeerde grapje had gemaakt? Ik weet al wat u gaat zeggen, dat ik 1 - 0 achtersta omdat ik in onze echtscheidingszaak een aktetas naar de griffier heb gegooid, maar dat was een vrijwel lege aktetas en de griffier had alleen een schrammetje... verwar de uiting van het geweld nooit met de bron van het geweld, want die is veel interessanter, edelachtbare, als ik zo vrij mag zijn, en nu kijk ik ook even mijn voormalige wederhelft in haar beeldige oogjes – ja, kijk mijn kant maar even op, Beckster, niet zo kinderachtig doen... Waar komt het geweld vandaan? Waarvan is geweld een uiting? Komt het uit een quote unquote goed hart? Dat bedoel ik. Ik heb gezegd.

3. Sub specie aeternitatis

Image result for male masseurs hands artwork



Om therapeutische redenen had Tineke die middag van de rechtszitting simultaan een sessie geboekt met Hassan, haar favoriete masseur in de te dure spa. Niet dat Hassan haar naar hoogtepunten kon brengen die ze niet zelf met haar assortiment aan interactieve hulpmiddelen in de badkamer bereikte, maar zijn handen waren troostrijk en weldadig. Ze sprak ook graag met hem, en genoot dan van de zalvende stem waarmee hij tegelwijsheden debiteerde, als: alles heeft tijd nodig en: een mens kan niet alles alleen. Misschien genoot ze, bedacht Tineke, een wat sober vormgegeven vrouw, die het vooral van haar scherpzinnigheid moest hebben, meer van Hassans aanwezigheid dan die van Jan Jaap, de man met wie ze net haar vijfendertigjarige huwelijk had gevierd, in besloten kring, met een klein groepje intimi, onder wie, jawel, Becky, die haar dochter had kunnen (moeten?) zijn.
Waar ging het om in een goed huwelijk, vroeg ze zich in gedachten af, terwijl Hassan haar malse, puntige billen onder handen nam. Zeker, elkaar laten, maar dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Bovendien, als je elkaar te veel liet, dan liet de liefde los, en dan had je helemaal niks meer.
Interessant genoeg – althans voor hen, zoals de schrijver en de lezer, die een standpunt konden innemen sub specie aeternitatis – kwam precies tegelijkertijd aan de andere kant van de stad Roman, de violente ex van de maîtresse van haar man, Jan Jaap, de rechtszaal binnen, met bloeddoorlopen ogen. Nog voordat hij ging zitten had hij een paar grapjes uitgewisseld met zijn zoon Jimbo, ook al had zijn moeder hem voor zijn verwekker willen afschermen.

2. Ferwerda's 'alliantie'



Ze waren op weg naar de rechtbank. Ferwerda kon er niet over uit dat hij ja had gezegd tegen het voorstel van Becky om haar te verdedigen in de zaak die Roman, haar violente ex, tegen haar had aangespannen over de voogdij van Jimbo, maar goed, terugkrabbelen kon niet meer.
Ferwerda was geen terugkrabbelaar, hoewel hij vrijwel elke beslissing die hij nam betreurde. Doe niets, wist hij, was de enige beslissing die een mens kon nemen, maar een ADHD'er als hij was zulke inertie niet gegeven.
Zijn vrouw Tineke kon erover meespreken, die betreurde ook vrijwel elke beslissing die Ferwerda maakte. Toch had ze Ferwerda's 'alliantie' (haar woorden) met Becky, die hij een half jaar geleden nog dezelfde middag dat hij haar letterlijk tegen het lijf was gelopen – in de bouwmarkt –, had opgebiecht, niet als een dealbreaker beschouwd, en alleen daarom al was zij hem eeuwig dierbaar. Tineke had hem zelfs nog een bericht gestuurd om hem Hals und Beinbruch te wensen, een bericht dat hij pas in de WC van de rechtbank, waar hij zijn pleidooi zou oefenen, onder ogen kreeg.
Hoe haal je het in dat beeldige hoofdje van je, had Ferwerda tegen Becky gezegd die ochtend, toen hij haar bij haar thuis ophaalde in wat niet anders viel te omschrijven als een modern ghetto, om je zoon mee te nemen naar de rechtbank? Dat doe je zo'n kind toch niet aan?
Waarop Becky droogjes had geantwoord dat ze het Jimbo had gevraagd en dat hij het reuze cool had gevonden en dat het juist allemaal perfect uitkwam omdat hij van plan was zijn spreekbeurt te gaan houden over de Nederlandse advocatuur.

1. Noodstop



Op weg naar de noodstop-knop struikelde Jan Jaap Ferwerda over de benzineslang die hij even daarvoor gestoken had in de tank van zijn vrouws Renaultje, waarin Becky, zijn dertig jaar jongere maîtresse haar nagels zat te doen, en precies daarachter haar zoontje Jimbo gamede. Ferwerda vloekte binnensmonds. Hij was bijna onderuit gegaan. Hij schaamde zich maar wist niet waarvoor. Er was verder niemand op het tankstation. Becky, noch Jimbo, schenen iets te hebben opgemerkt.
Ferwerda raapte zijn vooroorlogse knijpbrilletje op, stelde opgelucht vast dat zijn totaal verkreukelde, oud-blauwe linnen pak, waarin hij zo ongeveer leefde, onbesmeurd was gebleven, en kwam overeind. Hij deed nog even alsof hij zijn schoenen opnieuw had gestrikt – voor wie eigenlijk? Zijn kleine, knaagdierachtige handen zaten onder de zwarte vettigheid en restanten van jarenlange benzine-morspartijen door alle mogelijke automobilisten, wier identiteit onmogelijk kon worden getraceerd. En waarom ook? Wat schoot je ermee op?
Zoals zo vaak hoorde hij de rechter in zijn hoofd hem al ondervragen over de precieze omstandigheden. Wat zocht u, heer Ferwerda, bij de noodstop-knop? Welnu, edelachtbare, zou hij antwoorden, mijn oog was tijdens het tanken gevallen op de mededeling NOODSTOP OP GEBOUW, en daarna, toen ik de rode knop had gelokaliseerd op het onbemande, gesloten gebouwtje, vlak boven het brandblusapparaat, was ik dermate gefascineerd dat ik niets liever wilde dan die knop indrukken om de hele boel op te blazen.

De bug. Een muzikantenanekdote



Para Para, een ensemble dat vaak in het oostblok optrad ten tijde van de Stasi en andere overijverige geheime diensten, had de gewoonte ontwikkeld om in elk hotel waar ze logeerden, onmiddellijk op zoek te gaan naar afluisterapparatuur.
Het werd een gezelschapsspel: wie vindt het eerst de bug?
De ene keer vond de drummer een microfoontje in de lamp boven de tafel, dan weer vond de bassist een camera achter het middelmatige schilderij aan de muur, tenslotte was het de gitarist, die de afstandbediening van de televisie open schroefde en daar een klein, maar fijn opname-apparaatje uithaalde.
Elke tournee bracht weer nieuwe afluisterapparatuur met zich mee. Langzaam groeide hun verzameling. Totdat Para Para werd uitgenodigd om eens in Wit-Rusland te komen spelen. Dit was in de tijd dat Wit-Rusland nog onderdeel uitmaakte van de Sovjet Republiek. In plaats van in een hotel in Minsk werd de groep ondergebracht in een kasteel in de nabije heuvels.
De leden van Para Para werden door een charmante dame welkom geheten en betraden een grote, hoge hal. Via een symmetrische trap, zo een die aan weerszijden via een bocht omhoog liep, kwamen ze in een zaal terecht die ze, zei de dame, als woonkamer mochten beschouwen.
Toen ze alleen waren ging de drummer meteen op zoek. Zat hij in de lamp? Nee. Zat hij in het bankstel? Ook al niet. De gitarist zei: laten we het vloerkleed proberen. En voordat de anderen over deze mogelijkheid hadden nagedacht, was hij al op zijn knieën, met zijn handen vooruit, gaan graven onder het kleed. En ja hoor, in het midden zat een zwarte schijf, die met vier schroeven aan de houten vloer was bevestigd.Toen ze de schijf hadden gedemonteerd en met vereende kracht hadden losgetrokken, klonk een harde knal in het kasteel. In de ruimte recht onder hen was een gigantische kroonluchter naar beneden gekomen. Alle verdiensten van hun tournee moesten ze afstaan om de schade te vergoeden.

Social driver (11)

Illustratie van B. Reith uit Psyche en Fidessa


Mensen hebben  a  l  t  i j d  meer te vertellen dan je op het eerste gezicht zou vermoeden. Ze zeggen dan dingen die niet in het plaatje passen dat je in je hoofd had gemaakt, en dat je, vooral uit luiheid, met enige tegenzin aanpast. Maar juist dat afwijkende maakt ze tot mensen, de informatie die niet klopt; de menselijkheid zit hem in de tegenspraak, het afwijkende detail. De verwachting die niet uitkomt.
Did I make myself clear?
Zo was ik er niet van uitgegaan dat het goedgeluimde dametje in de leren broek en met de keurig gekapte haren en de ruime dosis make up, die ik ophaal met mijn grasgroene mini-bolide, een overtuigd SP'er was, en toen ik dat van haar wist, verraste het me weer dat haar man gynaecoloog was geweest in het Burgerziekenhuis – 'een deftig ziekenhuis waar Prins Bernhard zich ook liet behandelen'.
Ze wist nog hoe haar chauffeur heette en bovendien dat ik een oud-NRC'er was, en wilde meteen weten of ik iemand daar kende die zij ook kende, iemand met een sjieke Franse naam (Franse namen zijn al gauw sjiek). Nee, die kende ik niet, ik ken over het algemeen geen sjieke mensen; sjieke mensen willen niets met mij te maken hebben.
We zoefden in de koele zon naar de dokterspraktijk. Toen ik zei dat ik boeken schreef – 'iemand moet het doen' – zei ze dat ze Couperus las. Eline Vere. Die man, zei ik, schrijft prachtige zinnen. Hij heeft ook sprookjes geschreven. O ja? Psyche en Fidessa. Met fantastische illustraties. Ging ze opzoeken.
En we zoefden alweer huiswaarts.
Het ritje was te kort om alle vooroordelen die we over elkaar hadden te ontkrachten.

Mamma kwijt



Een half uur voordat ons langverwachte zondagse bezoek verschijnt – we hebben, voor de zoveelste keer, het huis aan kant – krijg ik een sms: 'Ben met politie op zoek naar ontsnapte demente moeder. Weet nog niet hoe het loopt.'
Een vrij goede reden om af te bellen.
Ondertussen zijn wij, samen met het bezoek, dat er niet is, bezorgd over de demente moeder, ook al hebben we haar nog nooit gezien. We krijgen een foto van een dame met lange grijze haren, die haar handen heeft gevouwen, en een naam. Mijn huis- en kantoorgenoot, snel en praktisch als altijd, klimt meteen in Facebook om een vermiste persoonsbericht op te stellen.
Samen met een medebewoonster is de demente moeder het luxe zorgcentrum in de stad ontglipt, waarschijnlijk in de slipstream van iemand anders, en sindsdien is het tweetal spoorloos. De beveiliging van het luxe oord is minder stringent dan in minder luxueuze oorden, merkte mijn zondagse bezoek droogjes op. 'Hier wreekt zich hun vriendelijke beleid.'
Boven ons deel van de stad cirkelt een politie-helikopter. Toch niet voor het demente duo?
Even later volgt de sms dat de medebewoonster gevonden is op Amsterdam Centraal, maar dat ze niets kon vertellen, althans niet samenhangends over de lokatie van de moeder, en dat de politie de zoektocht 'opschaalt naar recherche-niveau'.
Ik sms terug dat het moeilijk is om in dit soort situaties niet aan inspector Clouseau te denken, maar dat dit de wegen zijn die men moet bewandelen.
'Clouseau had vaak meer feiten om mee te werken,' krijg ik als antwoord.
Wij ontsteken een kaars en trekken een fles open.
Dan, bijna vier uur later, komt het verlossende woord. Ze is terecht. Gevonden in Zaandijk. Op bijna vier uur lopen.



K-dag



Samenvattend maak ik een avondwandeling langs de gebruikelijke route, meanderend tussen de toefjes troep door. Het is alsof de vuilophaaldienst staakt (maar wel de bloesem opvegen, denk ik nog. Know your priorities.) Op de Rijnstraat word ik voor mijn sokken gereden door drie lachende, helmloze mensen op één scooter. Even verderop passeer ik een man die net een café uitkomt, en, terwijl hij zijn telefoon tevoorschijn haalt, of is het een pakje sigaretten, een borrelende wind laat. Vlak voordat ik me weer terugtrek in mijn woning (woning geen kroning, denk ik nog), heb ik nog oogcontact met een man van mijn leeftijd die in het kanaal watert. Niet helemaal in het kanaal, richting het kanaal, in de bosjes. Nee, ik heb geen oogcontact, hij wil oogcontact, maar ik wijs hem af, ik wil geen oogcontact, want ik weet al wat hij met dat oogcontact wil zeggen: had je wat? Zijn dit jouw struiken? Doe je dat zelf nooit? Ben jij keurig dan? En trouwens, het is toch K-dag? Dan mag toch alles? Vrijmarkt enzovoorts? Carnaval voor de noordelijke provincies? Beschouw dit als de vrijmarkt van mijn urinebuis, vriend. Wil ik eens over jouw Birkenstocks heen sausen? Dat vind je toch lekker? Lauwwarm tussen je tenen? En trouwens, wat kijk je bitter. Niet naar de zin gehad vandaag? Nix verkocht? Ja, dan wordt het nooit iets. Laat je eens lekker gaan, kankeraar. Dat jij je niet eens lekker kan laten gaan, is toch niet mijn schuld, wel dan? Je kunt mij toch niet  o v e r a l   de schuld van geven?
Die nacht worden we om 3.15 gewekt door een jongeman, zo te oordelen naar zijn stemgeluid, die in de binnentuin op luid volume een orgasme fingeert.

Het idee was: koude voeten, en alweer, mezelf kietelen.

Image result for neck pillow artwork
Alex Vietti


De tweede 'leg' van de 'itinerary' van de micro-tournee van de Veelgevraagde Rietblazer die ik chauffeerde, zou voeren van Brussel naar Bremen, een tocht van een paar uur, des nachts af te leggen. Dat nachtelijke rijden was trouwens de rode lap waarop mijn huis- en kantoorgenoot zo fel had gereageerd, aangezien zij weet, en ik ook wel, dat ik bij weinig zicht de neiging heb weg te dommelen achter het stuur.
Het werd dus Geraardsbergen naar Osnabrück, want, zo bleek bij nadere bestudering van de kaart, daar stopte de trein die mij terug naar Amsterdam zou brengen óók, en dat scheelde toch weer een uur of wat.
Plotseling hadden we tijd  o v e r  in plaats van tekort. Wat te doen?
Terwijl mijn opdrachtgever in de kroeg napraatte met wat Vlaamse cats probeerde ik te slapen in de passagiersstoel met een stoffen tas over mijn gezicht tegen de felle pleinlichten. Ik kan nergens slapen, dus ook niet in een auto; noem het rusten. Rusten is ook een vorm van het leven uitzetten. Ineens klopte mijn opdrachtgever tegen het raam. Giechelend schoof ik achter het stuur. Hij draaide de stoel helemaal naar achter, stopte een nekkussen onder zijn hoofd en viel prompt in een diepe slaap, waar hij om de zoveel kilometer uit ontwaakte door zijn eigen gesnurk. Ook zoiets: jezelf wakker snurken. Not a pretty sight. Not a pretty sound, either.
Ondertussen moest ik zien wakker te blijven. Koffie en cola en koekjes binnen handbereik. De radio zacht aan, maar hard genoeg om mijn gehoorcentrum te kietelen. Uiteindelijk heb ik mijn schoenen uitgetrokken. Het idee was: koude voeten, en alweer, mezelf kietelen.
Af en toe dommelde ik toch in. Dat zijn spannende momenten. Je weet niet dat je indommelt, dat punt gaat logischerwijs ongemarkeerd voorbij. Je schrikt op als je al half van de baan bent.
Het is goed afgelopen, ik heb ons in de vroege ochtend veilig afgeleverd op Hauptbahnhof Osnabrück.
Ten afscheid hoorde ik mezelf tegen mijn gesprekspartner sinds '83 zeggen: 'Volgende keer chauffeer jij mij.'




Geraardsbergen




Mijn chauffeursdiensten ten behoeve van de micro-tournee van mijn gesprekspartner sinds ’83, tevens veelgevraagd rietblazer, hebben me gisteren naar de wonderlijke plaats van Geraardsbergen gebracht, waar de gastsolist schitterde bij een optreden van de bigband in The Preacher.
Ik was nooit in Geraardsbergen. Mij was verteld Brussel, maar het was dus deze eeuwenoude plaats in, naar bleek, de Vlaamse Ardennen. Een glooiend stadje – dat nam me voor haar in. Ik wandelde meteen door het park met de oorlogsmonumenten naar het hoogste punt, waar een monstrueus, afgebladderd gouden beeld stond van de heilige maagd, en zag, met haar, uit over de eveneens monstrueuze (maar nu om zijn afmetingen) St. Bartolomeuskerk op de Markt, en het daarachter gelegen lieflijke dal.
Waarheen? Nergens heen: rondbanjeren, over de kasseien door de eeuwenoude steegjes. Her en der stuitte ik op pogingen tot poëzie, onder andere van ‘Wivina Steenput’, die me deed denken aan Gumbâh en zijn catalogus van nooit verschenen boeken, maar ook van Victor Vroomkoning, waarin hij zijn oude ouders wachtend op de bus vergelijkt met volle vuilniszakken aan de straat.
Op de Markt werd ik getroffen door een eenzaam gepositioneerde pasta automaat (hoe vers zou de tagliatelle zijn?) als ook door een mysterieuze hand in een gevel, die mij leek te lokken – of was het tegenhouden?
Moest ik eindelijk de Europese vrijheid van vestiging serieus nemen en neerstrijken in Geraardsbergen waar ik, voor dezelfde huur als waarvoor ik in Amsterdam een krappe etage bewoon, een heel huis zou kunnen bewonen met twee woonkamers en twee slaapkamers, een badkamer, een keuken en een zolder plus tuin?




Familiebezoek

Wafa El Hilali: Al Asl

Aangezien mijn negentigjarige vriendin M. met Pasen bijna bezweek aan een zware longontsteking en haar dokter zei dat het raadzaam was om de familie te verwittigen, komen haar dochter en haar man uit Londen naar Amsterdam. Vanaf mijn gevelbank zie ik ze uit de verte aan rolkofferen: de dochter lijkt  p r e c i e s  op M., vooral qua haar (lang en met highlights, met schipperspet er bovenop), qua lengte (bescheiden), en, nou ja, qua uitstraling (onbescheiden). Haar man kan moeilijk anders worden beschreven dan een manvormig aanhangsel.
Ik bied aan ze naar het verpleeghuis in Zuid-oost te chaufferen (chaufferen is een hobby van me), maar dat slaan ze af. Even later komen ze terug en stappen ze alsnog in. 'Mijn moeder zegt dat ze een hartaanval heeft gehad, maar dat kan niet met haar hartconditie volgens mijn tante in Bussum.'
Ik wist niet dat er een tante was in Bussum.
'Van vaders kant.'
Aha.
Ik ben geen expert, maar mij lijkt dat je niet kan sterven aan een op hol slaand hart. Wel aan een stilstaand hart.
Ik loop mee naar M.'s kamer; zo kan mijn lang aangekondigde bezoekje aan haar ook worden afgevinkt.
M. ligt op bed met zuurstofslangetjes in haar neus, maar ze ziet er niet stervende uit. Vorstelijk eerder. Haar haar is gitzwart geverfd en opgestoken, haar gezicht is opgemaakt, en ze heeft een zwart topje aan, dat nog het best als sexy kan worden omschreven.
Terwijl ik haar ten afscheid kus, duw ik de halve borst die er onderuit piept, discreet terug.


Kinderachtig

Related image


Ik heb teerbeminde lieftallige huis- en kantoorgenoot aan de lijn, om haar een kort maar krachtig reisplan mijnerzijds (ik ben nog geen 24 uur weg) voor te leggen, waar ze misschien haar zegje over wil doen.
De mening die ze me geeft bevalt me niet en dus doe ik iets wat ik zelden doe: ik hang op. Misschien heeft dit ermee te maken dat ik de hele dag vakantiekinderen in mijn nek heb zitten.
Ze belt onmiddellijk terug. Ik neem niet op. Hier geldt de Derde Wet van Frölke, volgens welke Dingen Hun Tijd Nodig Hebben. Meteen weer gaan bakkeleien waarover je net al hebt gebakkeleid, is zinloos, maar ze belt drie keer, dus de derde keer neem ik wel op, en luister. Ze herhaalt haar argumenten, maar zegt ook: 'Doe niet zo kinderachtig.'
Ik: 'Jij doet kinderachtig.'
'Nee, jij.'
'Jij.'
Enzovoorts, enzoverder, tot in de eeuwigheid amen.
Ik moet denken aan de spreekwoorden die ik mijn kinderen probeer bij te brengen, zoals de pot verwijt de ketel. Een goed spreekwoord, net zoals zoekt en gij zult vinden, een van de eerste die ik ze heb bijgebracht. Waarschijnlijk zit alle opvoedkundige wijsheid verpakt in een handvol spreekwoorden en gezegden, en niet alleen de opvoedkundige.

Wat aten wij?

Image result for mr creosote



Als ontbijt broodjes uit de oven onder het motto: niet te veel eten want er kan nog meer komen. De melk was op, dus ik dacht er goed aan toe doen de koffie van mijn huis- en kantoorgenoot bij wijze van cappuccino over te spuiten uit een spuitbus slagroom die ik in de ijskast vond, maar die deugde niet meer volgens haar. Hij deugde ook niet. Even later kreeg ik op mijn kop omdat ik een grote sinaasappel had schoongemaakt die volgens haar droog en melig was. Hij was ook droog en melig. Niets zo pijnlijk als jouw eten dat wordt afgekeurd, al is het maar slagroom uit een spuitbus of een sinaasappel.
Een mens is niet zozeer wat hij eet, hij is het eten dat hij zijn geliefden voorzet.
Fast forward naar de lunch bij de in laws in Rotterdam, die bestond uit gerookte zalm, cold cuts, zalmsalade,  garnalen, notensalade, kipsalade, couscous, en kaas, vergezeld van bier en Chardy. Bij terugkomst van de lokale kermis was er koffie met notentaart en gele glazuur op basis van ei, maar ook – dankzij de chef de patisserie in de familie – financiers, madeleines en andere zoetigheden, zoals paaseitjes (niet van de Dirk).
Net op tijd terug voor de barbecue bij mijn gesprekspartner sinds '83. Ik kreeg weer op mijn kop van het Dagelijks Bestuur omdat ik het had gewaagd om volkoren stokbrood te kopen ('zeg nou zelf, waarom denk je dat je dat niet kunt krijgen in Frankrijk?'). Grote hoeveelheden plakken aubergine en courgette gingen op de grill om daarna te worden overgoten met een saus op basis van tomaat en gok ik, ansjovis en kappertjes. Puntpaprika's en voorgekookte maiskolven volgden, opnieuw zalm, terriyaki gemarineerde kip. Worsten. Hamburgers. Veggieburgers. Mini-veggieburgers. Wie nog plek had kon gaten vullen met turks brood, huisgemaakte kruidenboter, rode humus, gevulde brie, enzovoorts, enzoverder tot in de eeuwigheid amen. Toen het donker werd trok de gastheer een Margaux open.
Niemand ontplofte.

Levenden - doden: 1 - 0



Zelfs met de driehonderdeenenvijftig (sic) doden in Sri Lanka, plus het baby'tje bij de buren, komen we per saldo nog positief uit. Het leven heeft definitief gewonnen over de dood, getalsmatig gezien. Er zijn nu meer mensen in leven op aarde dan er ooit mensen hebben geleefd. Als we die laatste groep gemakshalve aanduiden als de doden, dan hebben de levenden gewonnen.
Hoezee.
Helaas betekent dit niet dat de dood, op een massale schaal, niet alsnog van ons kan winnen.
Ik vraag me af wat een naargeestiger toekomstperspectief is: dat de wereld ten onder gaat aan een kernoorlog (een geloof dat in mijn no future-tijd opgeld deed) of dat de wereld ten onder gaat aan klimaatstress.
Het eerste is een dramatischer, theatraler einde dan het tweede.
Maar het eerste scenario is nooit verwezenlijkt. Goed, het kan nog worden verwezenlijkt, als alle atoommachten met elkaar gaan risken, maar vooralsnog lijkt het een steeds minder waarschijnlijk scenario. Ik wil graag denken dat dit komt omdat wereldleiders minder irrationeel zijn geworden, maar dat idee is moeilijk houdbaar, met, bijvoorbeeld, Baby Trump aan het roer van nog altijd het machtigste land ter wereld, en de Brexit Party.
Zoekend naar een opbeurende conclusie, wil ik herhalen dat de levenden thans in de meerderheid zijn en dat nog wel even zullen blijven, getals- en gevoelsmatig.
De doden hebben definitief verloren, die achterstand halen ze nooit meer in. Tenzij. Juist. Nog maar even niet die champagne ontkurken, totdat alle massa vernietigingswapens de wereld uit zijn.
Wil iemand ondertussen de aarde redden?

De kunst van het lijden

Image result for de strijd van mijn moeder
Murat Isik en zijn moeder
Wie heeft er het meest recht op lijden? Dat zeg ik verkeerd. Wie heeft er het meeste recht op medelijden? Wie lijdt er het meest? De kunst van het lijden, die hebben wij christenen aan de here Jezus toebedacht, maar wat dacht je van de moeder van Murat Isik? Die heeft misschien veel meer recht op een eigen godsdienst. Anne Frank, ook een goede. Zou het kunnen zijn dat mannen in de geschiedenis beter zijn geweest in het opeisen van het lijden, het betekenis geven aan het lijden, het uitventen van het lijden; dat mannen, met andere woorden, een soort alleenrecht op het lijden hebben afgedwongen?
Hij: Is er wat?
Zij: Ik heb buikpijn.
Hij: Ik ook. Al dagen. Darmkanker, denk ik.
Er is geen vrouwelijke Shakespeare geweest, en als ze er wel is geweest, dan werd ze niet gehoord, niet gelezen en niet gespeeld. Overigens is dit, door een pervers neveneffect van de dominantie van de man, ook voor een groot deel te wijten geweest aan de vrouw, die niet in staat bleek om op te staan tegen zoveel overmacht, en dus meehielp de hegemonie van de man verder te vergroten.
Saillant detail in het verhaal van de moeder van Murat Isik, zoals opgetekend in het boekenweekessay (sorry ik loop achter met mijn huiswerk), was dat zijn moeder haar schoondochter op alle manieren dwarsboomde. Toen de schoonmoeder vond dat de geboorte van haar tweede kleinkind wat lang op zich liet wachten (het eerste was een dochter en daar had je niets aan), verspreidde ze roddels over haar om haar zo snel mogelijk weer aan het baren te zetten.
On the face of it hebben vrouwen veel meer recht van spreken waar het om lijden gaat. Zeker, een kruisiging is wat anders dan een bevalling – hoewel, misschien zijn er paralellen. Het doet op andere plekken pijn.

Ingewikkelde herenigingsvreugde



Iedereen is terecht: het Dagelijks Bestuur is terug uit Argentinië, de informaticus neemt zijn telefoon weer op en het huisdier ligt na een vlucht van 48 uur in de grote boze buitenwereld weer naast me op de zitbank, waar hij onrustig ligt te dromen, te oordelen naar de schokkerige bewegingen van zijn snorharen, – maar ik ben chagrijnig, naar het schijnt.
Weer even wennen aan het ensemble, dat zal het zijn.
En wie zegt dat ik chagrijnig ben? Is niet de snoepreizigster chagrijnig? Die heeft daar, met een jetlag, meer reden toe.
Voor haar is de overgang het grootst.
Hoewel: ik ben mijn dictatuur kwijt.
Hoe dan ook, de woordenwisseling aan de ontbijttafel draagt weinig bij aan de herenigingsvreugde. Jengelende kinderen die je te hard aanpakt al evenmin.
Dit blijft toch een van de fascinerendste, maar ook gekmakendste aspecten van het voor het overige gestaag voortkabbelende leven zoals dat zich tegenwoordig voor onze ogen afspeelt: stemmingswisselingen. Nu eens heb je nergens meer zin in, wil je iedereen weghebben en met rust gelaten worden; dan weer is het van pompidompidom wat een gezelligheid nu weer, zullen we er nog eentje doen en tenslotte weet je niet meer  w a t   je moet voelen. Levensfilosofisch lijkt het me aanbevelenswaardig om het gevoel niet te veel af te dwingen, maar de tijd lijdzaam te ondergaan, daar is het seizoen ook naar, maar de vrucht van passiviteit is geen passie. De vrucht van grilligheid is daarentegen wel wakkerte. Soms zit de mens het dier in de weg.

Faux pas

Coma, by Carne Griffiths

Ik zag de doos tissues toen het al te laat was. Zij wees me er nota bene op – glimlachend, dat dan weer wel.
In mijn loopbaan als schrijfcursusgever had ik nog niet zo'n faux pas begaan.
Een van de cursisten, misschien wel een van de betere, had me vooraf gemaild dat ze wegens privéomstandigheden het huiswerk niet kon doen, en misschien ook wel niet naar de les zou komen. Haar beste vriend was plotseling in een coma geraakt. Ik toonde alle begrip, en gisteravond, aan het begin van de les, legde ik aan de anderen uit dat zij er niet bij zou zijn.
Toen kwam ze toch nog het lokaal in, tot mijn verrassing, in redelijke good spirits ook nog.
De les begon met wat uitweidingen een pedagogisch oogmerk hebbende mijnerzijds, maar daarna gingen we gauw aan de slag met de eerste schrijfopdracht. 'Vorige week hebben we six word stories geprobeerd, laten we deze keer een verhaal proberen te schrijven dat uit drie zinnen bestaat. Moet ik jullie een onderwerp geven?'
Ja, graag. Natuurlijk. Daarvoor waren ze hier. Om van mij onderwerpen te krijgen.
Ik keek naar het plafond en zei: 'Oké, het wordt een verhaal over een overleden persoon.' Het idee was: met zo'n verhaal heb je het einde al.
Mijn cursist schreef niets, viel me op. Er ging bij mij pas een belletje rinkelen toen ze huilend opstond, haar situatie uitlegde aan de klas en vroeg of ze even in de tuin mocht zitten om bij te komen.
Zelden voelde ik me zo'n hork.
Gelukkig wilde ze weer terugkomen toen het over de liefde ging.

Bas

Image result for freckles




Net nadat ik schrijfvriend en Libris-shortlist-genomineerde Rob van Essen in de Bleart Injeh tegen het lijf gelopen ben, stuit ik bij de zuivel op een vakkenvuller van een jaar of dertig die, met bezweet voorhoofd, informeert of ik Engels spreek.
Bas lees ik op zijn naamplaatje. Zo heet Broer de Miljonair ook, maar die heeft nooit vakken gevuld, bij mijn weten.
Hoewel ik eigenlijk geen zin heb, antwoord ik: 'Wel een beetje. Jij niet dan?'
Bas kijkt mij aan met de deur van het koelvak open. Hij is kalend, heeft een caramelkleurige huid, en draagt een brilletje. Hij ziet eruit als iemand die te slim is om vakken te vullen, maar slimheid komt in varianten.
'Weet jij wat feckless betekent?' vraagt hij. 'Feckless en afeat, of aved, of afeet.'
Hij kijkt ernstig, moeilijk eigenlijk meer.
'Feckless,' zeg ik, 'ja, daar heb ik wel eens van gehoord, eh...' Ik denk aan freckles, daar weet ik de betekenis wel van, maar dat is wat anders.
'Heb je geen google? Tik even in op google.'
Er kan nog steeds geen lachje af bij Bas.
Omdat ik het beste met de mensheid voor heb, en nooit ongeïnteresseerd ben in taal, haal ik mijn telefoon te voorschijn. Feckless = futloos. Afeat of aved of afeet bestaat niet, hetgeen ik al vermoedde; google geeft op die lettercombinaties geen hits, hoe driftig Bas ook met zijn gehandschoende vingers op mijn schermpje tikt.
'Bedoel je defeat?'
Nee, hij bedoelt niet defeat.
'Waarom wil je dit zo graag weten?' vraag ik een paar keer, maar Bas gaat er niet op in. Dan, als ik blijf aandringen, barst hij los: 'Vanaf de babyboomer generatie, tot aan deze generatie, dat is de generatie die niets heeft meegemaakt, die narcistisch is, exhibitionistisch, initiatiefloos. Feckless dus. Ken je de uitdrukking the decline of civilization?'



Ken je die van die twee Schotten die naar Californië gingen?

Een creatieve joint

Na wat ditjes en datjes te hebben uitgewisseld over onze kinderen en huisdieren, vertelt buuf K. me dit verhaal: 'Mijn vriendin en haar zoon uit Edinburgh zouden via Amsterdam naar Californië gaan, een grote reis waarop zij zich al lang verheugde, maar bij aankomst op Schiphol – ze zouden een lay over hebben van één uur dus afspreken had geen zin – werden ze tegengehouden door Homeland Security. Zoonlief van 14 kwam the land of the free niet binnen. Hij bleek zich onlangs dusdanig te hebben misdragen dat de politie eraan te pas kwam. In paniek belde mijn vriendin, ik zat net bij de kapper met mijn kop in de verf, of ze bij mij mocht logeren. Best, zei ik. Dat heb ik geweten. Een paar uur later stonden ze bij me op de stoep. Ik moet er bij vertellen dat mijn vriendin van een jointje houdt. Het eerste wat ze doet 's ochtends als ze opstaat is blowen. Die avond zou ze met haar zoon even wat gaan eten. Komen ze om half twaalf terug van een uitgebreid diner. Ik zeg tegen haar: is dat de manier om je zoon duidelijk te maken dat wat hij gedaan heeft niet kan? Ik vrees voor een langdurige logeerpartij, met die zoon op de bank en mijn vriendin bij mij in bed. De vriendin boekt met haar stonede hoofd een hotel. Daar aangekomen, blijkt dat ze de verkeerde data heeft ingevoerd op de website. Het hotel zit vol. Terug bij mij krijgt ze met veel moeite het geld van de hotelreservering terug. Naar dat bedrag voor die vlucht naar Californië kan ze fluiten. De boot, suggereer ik, er gaat een boot naar Schotland, vanuit IJmuiden. En er gaat een bus naar de plek waar de boot vertrekt. Toen ik ze had uitgezwaaid was ik compleet uitgeput. Alsof ik was leeggezogen. Ja, van je vrienden moet je het hebben.'

Ma dame



Precies een jaar geleden was ik met mijn moeder in de Notre Dame. Ze wilde de kathedraal nog een keer zien, zei ze, en ook de beroemde gebrandschilderde ramen van Sainte Chapelle. Dat leek me een mooie smoes om nog één keer met haar naar de kerk te gaan, net zoals vroeger.
Het was niet druk die zondagochtend, en de rij die voor de ingang stond was de rij voor toeristen, niet voor de kerkgangers.
Het voelde voor een keer goed een kerkganger te zijn, hoewel kerkgang ook een vorm van toerisme is.
Binnen werden we vriendelijk welkom geheten door de dienstdoende geestelijke. Geen vrouw, inderdaad, en al snel zou blijken dat vrouwen tijdens deze Gregoriaanse mis geen rol van belang spelen, of het moet het uitdelen van papierwerk zijn.
Het halfdozijn mannen dat de mis deed, kwam gezamenlijk aanzetten, en, dit vond ik ontroerend: ze knielden even voor het mariabeeld aan de zijkant van het altaar. Vrouwen zijn er om vereerd te worden in de Rooms Katholieke kerk, niet om de macht aan over te dragen, en ik kan daar tot op zekere hoogte in meegaan.
Van de preek herinner ik me niets meer. Niet omdat het Frans niet te volgen was, of het kerklatijn (dat een oud ex-vriendinnetje en gymnasiastje van me al ooit beschimpte als zijnde inferieur), maar omdat zulke preken toch zelden uitblinken in zeggingskracht.
De orgelmuziek, die op magische wijze uit de achterwand leek op te stijgen, deed dat wel.
Ik weet de naam van de organist nog, Philippe Lefèbre, omdat ik een cd van hem kocht (mijn moeder vond dit onzin), en hem heb ge-emaild met de vraag wat hij die betreffende zondagochtend speelde tussen de psalmen door.
Messiaen misschien?
Het was à l'improviste, antwoordde hij, bijna verontschuldigend.

Het paard met de wapperende tong

Alfred Stieglitz, Georgia O'Keeffe: Hands and horse skull (1931)

Paarden van dichtbij vind ik groot en eng – voor vegetariërs dan – maar ook majestueus, natuurlijk. Lieve hemel, wat een schit-te-rende beesten! Tenminste, als je een schitterend exemplaar treft, zoals mijn dochter en ik gisteren, in het bos. Zij was meteen smitten. Toen dacht ik: o ja, paarden en meisjes, een dingetje. Een fascinerend dingetje, mogen we wel stellen.
Wicked, want zo heette de zestienjarige hengst, maakte schokkerige bewegingen met zijn immense hoofd, immens in vergelijking met dat van de vijfjarige. Toch durfde ze Wicked zijn keurig gekapte manen aan te raken.
Ik ook.
'Morgen moet hij naar de tandarts,' vertelde de eigenaresse, een gracieuze vrouw met blauwgeverfd haar en een Limburgs accent.
Daar moesten we om lachen. 'Poetst hij dan ook zijn tanden,' wilde mijn dochter weten.
'Nee.'
'Hij flost toch wel?' zei ik.
Ook al niet. Maar voor de rest werd hij goed verzorgd. Gekamd, geborsteld, geknipt en vooral veel geaaid, geklopt (in zijn hals) en bereden en uitgelaten en bemoedigend toegesproken. Ik kreeg niet de indruk dat Wicked, zijn naam ten spijt, veel kwaad kon doen.
En toen stak Wicked ineens zijn slangachtige tong uit de zijkant van zijn bek (of is het mond?),  en wapperde ermee, een paar keer achter elkaar.
Wat is dat voor iets? 'Ja, daarom staat hij bekend,' zei de eigenaresse.
Ik dacht, als ik hier een filmpje van maak en op YT zet, word ik miljonair.
Mijn dochter liep even later door de manege alsof ze al een paard had.
Een geboren amazone.
Hu!

Dagboek van een onbestorven weduwnaar

Splinter

Zaterdagochtend. Mijn telefoon vind ik na lang zoeken terug onder het hoofdkussen van de bijna tienjarige, die eerst bij hoog en bij laag zwoor dat hij niet wist waar hij was. Ik laat hem zelf naar de provider bellen om de puk-code op te vragen. 'Zo bandietje, heb je een pen?' Even later zie ik dat hij ook nog op een laptop heeft geprobeerd een verboden want stom en verslavend spelletje te spelen. Ook dat had hij ontkend. 'Als je liegt, wat ik best begrijp, doe het dan wat geraffineerder. Wis je sporen, om te beginnen.'
De dochter (5): 'Ik mis mamma.' (Bis)
Zondagochtend. Ik word om 7 uur gewekt door een harde klap uit de kinderkamer, gevolgd door luid gejank. Ik spring uit bed om te zien wat er aan de hand is. Gevallen, snikt de dochter, van de trap naar het hoge bed, waar haar broer ligt. Wat deed ze daar? Gelukkig is ze troostbaar. Ze heeft alleen wat pijn aan de knietjes.
Vlak voordat de bijna tienjarige in de middag eindelijk zou worden afgevoerd naar een vier uur durend kinderfeestje (lasergamen in Spaarnwoude), komt hij over straat aan huppen op één voet: 'Ik heb een splinter!' Ik probeer het hoofd koel te houden, dat van hem en dat van mij, want splinters verwijderen is de afdeling van de moeder. Toevallig wil die net facetimen vanuit Buenos Aires.
'Weet jij waar een pincet ligt?'
'In het bakje in de zilveren la.'
De geprikte wordt met een iPad en snoep kalm gehouden, terwijl zijn splintervoet op advies van de buurvrouw wordt geweekt in een badje met soda.
Als ik diep met een speld in zijn zool peur gilt hij: 'Dit is de ergste pijn die er bestaat!'
Ineens heb ik de splinter eruit.
Het voelt als een triomf.
'Ik mis mamma.' (Bis)