Toegankelijkheid




N., N.'s rollator en ik proberen het Allard Pierson Museum binnen te komen, wat nog niet meevalt. Komende vanaf Hotel de l'Europe gaan we een deur in waarboven Allard Pierson Museum staat, maar die eindigt in een steile trap naar beneden. Even verderop verschijnt er een Allard Pierson-ingang met een hellend vlak naar beneden. Aantrekkelijk. Eenmaal bij de balie aangekomen, krijgen we te horen dat we de hoofdingang moeten hebben, aan het begin, of het eind, van de Oude Turfmarkt.
Eerst maar lunchen, besluiten we, dat kan daar beneden namelijk ook, in de nieuwe lunchroom. Die is, op een verdwaalde studente en een vergaderend drietal na, leeg. Al snel blijkt waarom. Eten en sfeer hebben iets weg van een gevangeniskantine. Service is überhaupt afwezig, maar de prijzen zijn er dan ook naar.
N. duwt haar rollator hetzelfde hellende vlak weer op naar buiten. Bij de hoofdingang stuiten we op het klassieke trapgewelf, dat ik me nog herinner uit mijn studententijd. 'U moet een ingang terug hebben,' zegt een ongeschoren jongeman met een oorbel.
'Daar komen we vandaan, we werden hierheen gestuurd.'
De ongeschoren jongeman is zo vriendelijk ons te begeleiden. Opnieuw het hellend vlak af, langs de portier die dus ongelijk heeft gehad maar ja, dan de lift in. Eindelijk kan het bezoek aan de tentoonstelling, over de Egyptische huisgod Bes, waarvan wij geen van beiden ooit gehoord hebben, beginnen.
'Ik heb in deze gebouwen dertig jaar geleden nog colleges gevolgd in de Griekse tragedie bij Van Erp Taalman Kip,' zeg ik.
N.'s ogen lichten op. 'Die ken ik,' zegt ze.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten