Thee



De oud-collega heeft mij en mijn reisgenoten gespot bij het Centre Pompidou en laat dit per sms weten. In het kader van de oud-collegialiteit stel ik voor een dag later een kop thee te drinken bij Ma Bourgogne aan de Places des Vosges. Ik ben precies op tijd, maar zij is er al. Probeer in deze tijden maar eens een hoffelijk te zijn. We bestellen 1 pot thee met 2 zakjes; op het bonnetje staat €10. 'Service compris,' zeg ik bij wijze van verzachtende omstandigheid, maar ze hoort me niet. Ze verontschuldigt zich voor haar bepleisterde vingertoppen. Als ik vraag hoe dat kan, zegt ze: 'Vrouwen breken soms nagels, wist je dat niet?'  Ze is in Parijs om een dochter van een vriendin die modeshows loopt te vergezellen, maar ze weet niet of het de model-dochter zal lukken om haar die show binnen te smokkelen. Zulks schijnt schier onmogelijk te zijn. We roddelen over onze voormalige werkgever. Roddel is het glijmiddel van de samenleving. Als we nog eens een pot thee hebben laten aanrukken, ('Dit gaat echt te ver, hiervoor ben ik te calvinistisch'), maar nu met 1 theezakje in plaats van 2, wat de rekening op €15 brengt in plaats van €20, en onszelf hebben gefeliciteerd met ons freelancebestaan, trekt ze haar mantel aan, neemt haar handtas mee en vertrekt richting métro. Mijn aanbod om te betalen neemt ze aan, maar mijn aanbod om haar een stukje op weg te helpen op de fiets slaat ze af – maar goed ook, anders had ze in de kinderzetel moeten plaatsnemen; mijn Parijse fietskunst staat een amazonezit op de lengtestaaf helaas nog niet toe. Ik blijf nog even zitten bij Ma Bourgogne, en vraag om een Saint-Amour. Die is niet beschikbaar, blaft de hondse ober. Dan een Moulin à vent. Als het maar wijn is.