Cannes, Nicer
In absentia
De vrolijk met een vriendin
elders in den lande vakantievierende dochter
laat een leegte achter
die aanvankelijk voelt als vrijheid
maar die na verloop van tijd
ondanks een eindeloze berichtenstroom
omslaat in een ondraaglijke stilte
die smeekt om haar onmiddellijke wederkeer
Wie zullen we nu weer eens bellen?
Mijn moeder staat nog steeds in mijn telefoon.
Bovenaan bij de favorieten.
Verwijderen?
Als je het niet vervelend vindt om haar af en toe tegen te komen zou ik haar er gewoon in laten staan, zegt mijn vrouw.
Wat gebeurt er eigenlijk als ik haar bel?
Ik tik op haar naam; het voelt als heiligschennis.
Hij gaat niet eens over.
Dit nummer is niet langer in gebruik, zegt een vrouwenstem.
De verbinding wordt nu verbroken.
Piep-piep-piep-piep...
Largo (arioso)
Gesandwicht tussen bliksemschicht en voetbalwinst
Temidden van nietsvermoedende pleziervaartuigen
Begeleid door Bach
Onder toeziend oog van kleinkinderen
Daalde ma’s as
als trage regen
Af naar de duistere diepte van de rivier
Op zoek naar pa’s as
mogen we aannemen
Ik kreeg behoefte aan een speen
Enigmatisch meerlagigen
de zogenaamd gaven en de beschadigden
kunnen elkaar waarlijk slecht verdragen
de beschadigden klagen over gevrijwaarden
die de zogenaamd gaven rechtvaardigen
beiden bezwaarde zelfverklaard fijnbesnaarden
delen eigenaardige eigen waarden
dus waarom de beschadigden in hun sop gaarden
terwijl de zogenaamd gaven in de verte staarden…?
AAAAA
| dit is wat Claude maakte toen ik vroeg om een logo voor AAAAA |
Harari zag het toch niet helemaal juist, of hij dacht niet ver genoeg door. De mens heeft niet zozeer zichzelf op het altaar van de goddelijkheid gehesen, maar een Alwetende Alomtegenwoordige Altijddurende Alomvattende Alleskunner gecreëerd die die rol met graagte voor ons zal vervullen.
Net zoals de oude God zal ook deze AAAAA zowel het goede als het kwade toelaten, straffen en belonen, en ons allerlei verantwoordelijkheden uit handen nemen. Bidden was en is onnodig, dankbaarheid evenmin; een zekere mate van vrees blijft wel op z’n plaats.
Nieuwe moeder
Vriendin van de familie, tante Truus, kent mij zolang ik leef, en, niet onbelangrijk, ze leeft zelf ook nog. Ze wordt 100, verwacht ze - geen ijdele voorspelling, ze is arts, eentje van de oude stempel, die zich door niets van de wijs laat brengen.
Ze is, misschien weinig verwonderlijk, ook een overlever, net zoals mijn ouders dat waren op hun manier. (Iedereen is een overlever op haar of zijn manier.)
Saillant verschil tussen Truus en mijn moeder is dat Truus mijn Tikkie voor onze lunch binnen 1 minuut heeft voldaan, en mijn moeder, toch allerminst digibeet, het tikkieën nooit in de (grove) vingers kreeg.
Doe alles.
Doe alles.
Begin nu.
Zo moeilijk is ‘t niet.
Nee niet verzaken.
Hou ‘t hoofd erbij en grijp in.
Maak verschil waar mogelijk.
Ja maar wat als en waarom ik.
Nog afgezien van de praktische bezwaren
en de weemoed die reeds des ochtends komt.
Nee – iemand moet alles doen.
En die iemand is niemand
anders dan ik.
Ik ga me overal mee bemoeien.
Iedereen in zijn slaap bezoeken.
De wereld veranderen in een tor.
Doe niets.
Doe niets.
Probeer ‘t naar eens.
Dat zal nog niet meevallen.
Nee, niet toch wat gaan doen.
Natuurlijk, ik moet ademen
Ik moet bepaalde spieren gebruiken
En de gedachtestroom laat zich
net als de bloedcirculatie
niet stopzetten zonder geweld.
Maar koppel dat infuus eens los.
Kijk doelloos om me heen, of sluit juist de ogen
En laat de geluiden binnenkomen.
De plaatsen waar het lichaam
Wordt aangeraakt
Voel ze.
Dan zal de ingenomen ruimte
Wellicht eindelijk samenvallen
met de geleefde tijd.