Nieuwe moeder




Vriendin van de familie, tante Truus, kent mij zolang ik leef, en, niet onbelangrijk, ze leeft zelf ook nog. Ze wordt 100, verwacht ze - geen ijdele voorspelling, ze is arts, eentje van de oude stempel, die zich door niets van de wijs laat brengen.

Ze is, misschien weinig verwonderlijk, ook een overlever, net zoals mijn ouders dat waren op hun manier. (Iedereen is een overlever op haar of zijn manier.)

Saillant verschil tussen Truus en mijn moeder is dat Truus mijn Tikkie voor onze lunch binnen 1 minuut heeft voldaan, en mijn moeder, toch allerminst digibeet, het tikkieën nooit in de (grove) vingers kreeg.




Doe alles.




Doe alles.

Begin nu.

Zo moeilijk is ‘t niet. 


Nee niet verzaken.  

Hou ‘t hoofd erbij en grijp in. 

Maak verschil waar mogelijk. 


Ja maar wat als en waarom ik.

Nog afgezien van de praktische bezwaren

en de weemoed die reeds des ochtends komt. 


Nee – iemand moet alles doen. 

En die iemand is niemand

anders dan ik. 


Ik ga me overal mee bemoeien. 

Iedereen in zijn slaap bezoeken.

De wereld veranderen in een tor.








Doe niets.






Doe niets. 

Probeer ‘t naar eens. 

Dat zal nog niet meevallen.


Nee, niet toch wat gaan doen.

Natuurlijk, ik moet ademen

Ik moet bepaalde spieren gebruiken


En de gedachtestroom laat zich 

net als de bloedcirculatie

niet stopzetten zonder geweld.


Maar koppel dat infuus eens los.

Kijk doelloos om me heen, of sluit juist de ogen

En laat de geluiden binnenkomen.


De plaatsen waar het lichaam

Wordt aangeraakt

Voel ze.


Dan zal de ingenomen ruimte

Wellicht eindelijk samenvallen

met de geleefde tijd.






Impressies uit Parijs




Smoezelige vrouw die me, meelopend over de stoep in oh la la Pigalle, haar sekstheater in probeert te kletsen en geen nee accepteert - ook geen non merci trouwens - maar tenslotte opgeeft (ik had haar langer aan de praat moeten houden, alles is materiaal )


Rolmops met achterpoten hangend in rolstoel


Schaarsgeklede ruimschoots getatoeëerde rockchicks met in de ene hand rolkoffer en in de andere hun telly voor zich uit gehouden als virtuele detonator 


Jongeman alleen op een terras, vechtend tegen de slaap, zijn neus in een pocket


Rechtstandig op elektrische eenwieler langssuizende figuur brandende clope nonchalant tussen de vingers


Ietwat nerveus voortbenende Juif orthodoxe die mij onderzoekend aankijkt: ben jij…?


Vloekend want klemgereden zakenman- of ambtenarentype op 3 wiel motor


Schaamteloos aan een cafetafeltje elkaar langdurig en intens op de mond zoenend stelletje 


Lagere schoolklas uit Bobigny (getuige de hesjes) geheel bestaand uit niet witte kindjes plus hun witte begeleiders, die Musée Rodin in wordt geloodst 


Oud heertje dat stil houdt op het trottoir om met een loupe zijn iPhone te bestuderen 


Afgeprijsde pioenrozen die in je gezicht worden geduwd door schreeuwende marktkooplieden bij St. Lazare. 


Alweer in Pigalle: kale man in vaal pak die door drinkebroer tegen de grond wordt gewerkt, vrouwen die schreeuwen en sussen, een passerende zwarte man die drinkebroer lakoniek een kaakslag verkoopt  






Reis naar gene zijde

 





Ik wil ook naar de maan

Zover mogelijk van de aarde 

Waar niemand naar me staarde 

Mezelf helemaal laten gaan 


Ik wil ook gewichtloos zijn 

Buitelen tuimelen

Stuifelen fluimelen

Opstuiven als een bloemfontein


En als ik dan eindelijk land

Aan gene zijde 

Zou jij me galactisch verblijden

Als je me terugnam aan jouw hand






Voelsprieten







Mogen mijn voeten

De jouwe ontmoeten stoeien wroeten

Onder tafel waar niemand ‘t ziet 

Of moet je m’n pootjes niet? 


Ik wil om jouw benen met mijn tenen 

Krullen doodleuk doorlullen 

Onze wreven wrijvend over

Onbeschreven schenen


M’n enkel bestrijkt enkel

Subtiel jouw zachte hiel

Jouw bal is mijn venkel 

Ik kietel jouw ziel












Eigenlijk ben ik een heilige






 

Eigenlijk ben ik een heilige

een ijlig veilige

ijzig geilige

onbewijsbaar godgelijkende.






de stokken van mijn moeder

 




de stokken van mijn moeder


zijn te kort


voor mij







Oproep



Ach m’n kind nog immer aan ‘t treuren?

Wordt ‘t niet ’ns tijd te stoppen met zeuren

Te sluiten die bedroefde zieledeuren

En de lente te laten gebeuren?


Lieverd hoe kan ik je opfleuren 

Hoe kan ik dichten de scheuren

In je hart, verwaaien de geuren

Des doods en je wereld doen kleuren?


Onderschat niet de kracht der humeuren

Hoe mensen mensen in gedachten keuren

Schat ‘t is sneu zo met je verlies te leuren

Laat ’t leven eindelijk in mijn naam reuren!











leeg huis vol

 



erven is religie

overdracht van (on)vermogen

ruziën om rechtvaardigheid


moeders huis leeg

het onze vol

wij erven haar


de subtiele geur

het hinderlijke tikken

statische energie