Vriendin van de familie, tante Truus, kent mij zolang ik leef, en, niet onbelangrijk, ze leeft zelf ook nog. Ze wordt 100, verwacht ze - geen ijdele voorspelling, ze is arts, eentje van de oude stempel, die zich door niets van de wijs laat brengen.
Ze is, misschien weinig verwonderlijk, ook een overlever, net zoals mijn ouders dat waren op hun manier. (Iedereen is een overlever op haar of zijn manier.)
Saillant verschil tussen Truus en mijn moeder is dat Truus mijn Tikkie voor onze lunch binnen 1 minuut heeft voldaan, en mijn moeder, toch allerminst digibeet, het tikkieën nooit in de (grove) vingers kreeg.
Smoezelige vrouw die me, meelopend over de stoep in oh la la Pigalle, haar sekstheater in probeert te kletsen en geen nee accepteert - ook geen non merci trouwens - maar tenslotte opgeeft (ik had haar langer aan de praat moeten houden, alles is materiaal )
Rolmops met achterpoten hangend in rolstoel
Schaarsgeklede ruimschoots getatoeëerde rockchicks met in de ene hand rolkoffer en in de andere hun telly voor zich uit gehouden als virtuele detonator
Jongeman alleen op een terras, vechtend tegen de slaap, zijn neus in een pocket
Rechtstandig op elektrische eenwieler langssuizende figuur brandende clope nonchalant tussen de vingers
Ietwat nerveus voortbenende Juif orthodoxe die mij onderzoekend aankijkt: ben jij…?
Vloekend want klemgereden zakenman- of ambtenarentype op 3 wiel motor
Schaamteloos aan een cafetafeltje elkaar langdurig en intens op de mond zoenend stelletje
Lagere schoolklas uit Bobigny (getuige de hesjes) geheel bestaand uit niet witte kindjes plus hun witte begeleiders, die Musée Rodin in wordt geloodst
Oud heertje dat stil houdt op het trottoir om met een loupe zijn iPhone te bestuderen
Afgeprijsde pioenrozen die in je gezicht worden geduwd door schreeuwende marktkooplieden bij St. Lazare.
Alweer in Pigalle: kale man in vaal pak die door drinkebroer tegen de grond wordt gewerkt, vrouwen die schreeuwen en sussen, een passerende zwarte man die drinkebroer lakoniek een kaakslag verkoopt