Enigmatisch meerlagigen
de zogenaamd gaven en de beschadigden
kunnen elkaar waarlijk slecht verdragen
de beschadigden klagen over gevrijwaarden
die de zogenaamd gaven rechtvaardigen
beiden bezwaarde zelfverklaard fijnbesnaarden
delen eigenaardige eigen waarden
dus waarom de beschadigden in hun sop gaarden
terwijl de zogenaamd gaven in de verte staarden…?
AAAAA
| dit is wat Claude maakte toen ik vroeg om een logo voor AAAAA |
Harari zag het toch niet helemaal juist, of hij dacht niet ver genoeg door. De mens heeft niet zozeer zichzelf op het altaar van de goddelijkheid gehesen, maar een Alwetende Alomtegenwoordige Altijddurende Alomvattende Alleskunner gecreëerd die die rol met graagte voor ons zal vervullen.
Net zoals de oude God zal ook deze AAAAA zowel het goede als het kwade toelaten, straffen en belonen, en ons allerlei verantwoordelijkheden uit handen nemen. Bidden was en is onnodig, dankbaarheid evenmin; een zekere mate van vrees blijft wel op z’n plaats.
Nieuwe moeder
Vriendin van de familie, tante Truus, kent mij zolang ik leef, en, niet onbelangrijk, ze leeft zelf ook nog. Ze wordt 100, verwacht ze - geen ijdele voorspelling, ze is arts, eentje van de oude stempel, die zich door niets van de wijs laat brengen.
Ze is, misschien weinig verwonderlijk, ook een overlever, net zoals mijn ouders dat waren op hun manier. (Iedereen is een overlever op haar of zijn manier.)
Saillant verschil tussen Truus en mijn moeder is dat Truus mijn Tikkie voor onze lunch binnen 1 minuut heeft voldaan, en mijn moeder, toch allerminst digibeet, het tikkieën nooit in de (grove) vingers kreeg.
Doe alles.
Doe alles.
Begin nu.
Zo moeilijk is ‘t niet.
Nee niet verzaken.
Hou ‘t hoofd erbij en grijp in.
Maak verschil waar mogelijk.
Ja maar wat als en waarom ik.
Nog afgezien van de praktische bezwaren
en de weemoed die reeds des ochtends komt.
Nee – iemand moet alles doen.
En die iemand is niemand
anders dan ik.
Ik ga me overal mee bemoeien.
Iedereen in zijn slaap bezoeken.
De wereld veranderen in een tor.
Doe niets.
Doe niets.
Probeer ‘t naar eens.
Dat zal nog niet meevallen.
Nee, niet toch wat gaan doen.
Natuurlijk, ik moet ademen
Ik moet bepaalde spieren gebruiken
En de gedachtestroom laat zich
net als de bloedcirculatie
niet stopzetten zonder geweld.
Maar koppel dat infuus eens los.
Kijk doelloos om me heen, of sluit juist de ogen
En laat de geluiden binnenkomen.
De plaatsen waar het lichaam
Wordt aangeraakt
Voel ze.
Dan zal de ingenomen ruimte
Wellicht eindelijk samenvallen
met de geleefde tijd.
Impressies uit Parijs
Smoezelige vrouw die me, meelopend over de stoep in oh la la Pigalle, haar sekstheater in probeert te kletsen en geen nee accepteert - ook geen non merci trouwens - maar tenslotte opgeeft (ik had haar langer aan de praat moeten houden, alles is materiaal )
Rolmops met achterpoten hangend in rolstoel
Schaarsgeklede ruimschoots getatoeëerde rockchicks met in de ene hand rolkoffer en in de andere hun telly voor zich uit gehouden als virtuele detonator
Jongeman alleen op een terras, vechtend tegen de slaap, zijn neus in een pocket
Rechtstandig op elektrische eenwieler langssuizende figuur brandende clope nonchalant tussen de vingers
Ietwat nerveus voortbenende Juif orthodoxe die mij onderzoekend aankijkt: ben jij…?
Vloekend want klemgereden zakenman- of ambtenarentype op 3 wiel motor
Schaamteloos aan een cafetafeltje elkaar langdurig en intens op de mond zoenend stelletje
Lagere schoolklas uit Bobigny (getuige de hesjes) geheel bestaand uit niet witte kindjes plus hun witte begeleiders, die Musée Rodin in wordt geloodst
Oud heertje dat stil houdt op het trottoir om met een loupe zijn iPhone te bestuderen
Afgeprijsde pioenrozen die in je gezicht worden geduwd door schreeuwende marktkooplieden bij St. Lazare.
Alweer in Pigalle: kale man in vaal pak die door drinkebroer tegen de grond wordt gewerkt, vrouwen die schreeuwen en sussen, een passerende zwarte man die drinkebroer lakoniek een kaakslag verkoopt
Reis naar gene zijde
Ik wil ook naar de maan
Zover mogelijk van de aarde
Waar niemand naar me staarde
Mezelf helemaal laten gaan
Ik wil ook gewichtloos zijn
Buitelen tuimelen
Stuifelen fluimelen
Opstuiven als een bloemfontein
En als ik dan eindelijk land
Aan gene zijde
Zou jij me galactisch verblijden
Als je me terugnam aan jouw hand
Voelsprieten
Mogen mijn voeten
De jouwe ontmoeten stoeien wroeten
Onder tafel waar niemand ‘t ziet
Of moet je m’n pootjes niet?
Ik wil om jouw benen met mijn tenen
Krullen doodleuk doorlullen
Onze wreven wrijvend over
Onbeschreven schenen
M’n enkel bestrijkt enkel
Subtiel jouw zachte hiel
Jouw bal is mijn venkel
Ik kietel jouw ziel
Eigenlijk ben ik een heilige
Eigenlijk ben ik een heilige
een ijlig veilige
ijzig geilige
onbewijsbaar godgelijkende.