Doe alles.




Doe alles.

Begin nu.

Zo moeilijk is ‘t niet. 


Nee niet verzaken.  

Hou ‘t hoofd erbij en grijp in. 

Maak verschil waar mogelijk. 


Ja maar wat als en waarom ik.

Nog afgezien van de praktische bezwaren

en de weemoed die reeds des ochtends komt. 


Nee – iemand moet alles doen. 

En die iemand is niemand

anders dan ik. 


Ik ga me overal mee bemoeien. 

Iedereen in zijn slaap bezoeken.

De wereld veranderen in een tor.








Doe niets.






Doe niets. 

Probeer ‘t naar eens. 

Dat zal nog niet meevallen.


Nee, niet toch wat gaan doen.

Natuurlijk, ik moet ademen

Ik moet bepaalde spieren gebruiken


En de gedachtestroom laat zich 

net als de bloedcirculatie

niet stopzetten zonder geweld.


Maar koppel dat infuus eens los.

Kijk doelloos om me heen, of sluit juist de ogen

En laat de geluiden binnenkomen.


De plaatsen waar het lichaam

Wordt aangeraakt

Voel ze.


Dan zal de ingenomen ruimte

Wellicht eindelijk samenvallen

met de geleefde tijd.