De Koerdische zaak in Brooklyn




Bij mij om de hoek in Prospect Heights, Brooklyn, had je het Kurdistan Information Centre. Ik liep er wel eens naar binnen. In de donkere benedenverdieping van een brownstone had een praatgraag, geestig, van de hak op de tak springend weduwtje, Vera Beaudin Saeedpour heette ze, alle mogelijke boeken, tijdschriften, brieven, artikelen, foto's en andere artefacten van en over het Koerdische volk bijeengebracht. Die werden haar, zei ze, uit alle delen der Koerdische diaspora toegestuurd. Ik meen me te herinneren dat er in de volgestampte kamer ook nog een sabel hing, en een fez, maar die details heeft mijn brein er mogelijk bij verzonnen (waarschijnlijk dragen Koerden helemaal geen fez, beschouwen ze dat als een affront, en gebruiken ze geen sabels maar degens of weet ik wat).
Ze publiceerde ook twee wetenschappelijke tijdschriften.
Vera was een kleine vrouw die van grote beweringen hield. Haar KIC was uiteraard het belangrijkste in zijn soort ter wereld. Het Koerdische volk was het nobelste volk was dat ooit leefde. Ik kon dat allemaal niet controleren; ik kende geen Koerden (nu, dankzij de heerlijke immigratiegolf van 2015, heb ik een Koerdische kapper, en ik moet zeggen die is behoorlijk nobel).
Vera Beaudin Saeedpour was getrouwd met een Koerd en had bij de dood van haar man in de tachtiger jaren van de vorige eeuw beloofd zich vanuit Brooklyn in te zetten voor de Koerdische zaak.
Ik lees op Wp dat Vera in 2010 is gestorven en dat haar bibliotheek niet bij het grofvuil is gezet maar een plek heeft gevonden bij een Amerikaanse universiteit.
Als ik aan haar terugdenk, hoor ik haar fulmineren tegen Trump.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten