Kettingroken met bloemen



Mijn ouders hadden me gevraagd namens hen een bezoekje te brengen aan mijn tante in Buitenveldert. Dat deed ik graag, want ik heb een zwak voor deze bijna 90-jarige dubbele weduwe en amateurschilderes (zie boven), maar toch was ik huiverig, want ja, wat moesten haar kinderen wel niet denken (wat als ik haar C. gaf)?

Toen ik aanbelde bij haar appartementencomplex zei niemand door de intercom: 'Wie daar?' Of zelfs: 'Wat doe j i j  hier?' Zonder tekst werd ik naar binnen gezoemd. Misschien omdat ik een mondkapje droeg.

Ik liep door de hal. De voordeur ging open. Tante verscheen in haar ochtendjas. Ik bood haar mijn bloemen aan.

'Wat leuk dat je gekomen bent!'

'Weet je nog wie ik ben?' Ik deed mijn mondkapje even af.

'Jazeker!'

'Wie dan?'

Ze noemde de naam van haar laatst overleden echtgenoot (dat liefdeshuwelijk had helaas te kort geduurd).

Ik corrigeerde haar. (Later dacht ik: waarom eigenlijk?)

'Maar natuurlijk!' Ze nam een bos verlepte bloemen uit een vaas, gaf die aan mij en zette er de nieuwe bloemen in. Ik deed de verlepte bloemen in het papier waarin de nieuwe bloemen hadden gezeten. Een soort kettingroken met bloemen.

Ze verontschuldigde zich dat ze, zo laat op de middag, nog in ochtendjas liep. Maar ja, het was zaterdag. Ik zei dat ze zich absoluut niet hoefde te verontschuldigen. Mijn komst was onaangekondigd. Als iemand van tegen de negentig zich al ergens voor zou moeten verontschuldigen, dan toch niet voor haar ochtendjas.

Zij ging in haar vaste stoel zitten, omringd door kranten. Mij wees ze een fauteuil aan die ze bestempelde als de 'vader-stoel'.

Ik keek naar haar wat dikkige blote benen. 'Schilder je nog?'

Ze schudde haar hoofd. 'Ik mis het wel.'

'Misschien kun je tekenen. Met stiften. Met een blad op schoot.'

Dat leek haar wel wat. Ik maakte een mentale notitie: volgende keer in plaats van bloemen tekenset meebrengen.

Vroeg of laat gaat het over Indië. 'Ik ging vaak naar het achterhuis waar de baboe, de djongos en de boy woonden, om te spelen. Eigenlijk vond moeder dat niet goed. Ze wilde niet dat wij te close waren met de inlanders.'

Aarde der mensen van Pramoedya Ananta Toer had ze ook gelezen, maar ze was het verhaal vergeten en we konden het niet vinden in de boekenkast (wel een meter Voskuil). Ik wilde het voor haar aanschaffen, maar bedacht me. 'Is een luisterboek niet iets? Dat lijkt me op jouw leeftijd ideaal.' Ze bleek onbekend met het fenomeen. Ik probeerde op haar iPad een luisterboek te downloaden, totdat ik stuitte op de integrale De avonden, voorgelezen door de volksschrijver zelve, gratis en voor niets op YT.

Ademloos luisterden we naar Reves superieure voorleesstem. Dat deze roman weinig aan zeggingskracht verloren heeft, bleek toen de nachtmerrie die Frits beschrijft helemaal aan het begin, waarin een hand uit een spleet in een doodskist steekt, en probeert een van de dragers te wurgen, zowel Tante als mij deed huiveren.

'Zeg ik ga maar weer eens op huis aan. Ik kom nog wel eens terug.'

'Doe dat,' zei tante. 'Dan ga ik mij nu aankleden.'

Ik nam de bos verlepte bloemen mee en gooide ze in een container op de parkeerplaats.