Honderd verhalen in honderd dagen 1: De man die zichzelf uit elkaar haalde



Herman Schönerwaldt had nog maar één wens en dat was om uit elkaar te worden gehaald. Maar het was een gecompliceerde wens, want niemand mocht het doen behalve hijzelf.

'Zal ik je uit elkaar halen?' vroeg zijn vrouw.

Hij schudde zijn hoofd. 'Ik moet het zelf doen, anders telt het niet.'

'Maar het gaat toch om het resultaat?'

Hij zuchtte zodanig dat zijn lippen pruttelden. 'Het gaat om de demontage.'

Op zoek naar een leermeester keek Schönerwaldt op de in de rug van zijn linkerhand ingebouwde computer, onder Leermeesters, Ambachtslieden en andere Nijverheid, en inderdaad, daar vond hij bovenaan de lijst R. Frank Hinna, Uitelkaarhaler. Wat een eigenaardige naam, dacht Schönerwaldt nog bij zichzelf, maar hij dacht er meteen achteraan: niet eigenaardiger, welbeschouwd, dan de mijne, en: een naam zegt niets. Niets zo nietszeggend als een naam. En toch gaat de persoon naar zijn naam staan, dat is het tragische.

R. Frank Hinna was een vrouw die al enige jaren doende was zichzelf om te bouwen tot algoritme om, zoals zij het zelf uitdrukte, 'het constante leven' dichterbij te brengen.

Waar staat die R voor? dacht Schönerwaldt, maar hij vroeg er niet naar. Misschien had ze hem verzonnen en stond hij nergens voor.

'Stap 1,' sprak R. Frank Hinna, met een sonore stem, 'is weten waar de breuklijnen zitten. Het heeft weinig zin om te proberen breuken te veroorzaken op plekken waar geen breuklijnen zitten. Het kan wel, maar je maakt het jezelf nodeloos ingewikkeld.'

Er bleken nog 17 vervolgstappen te zijn; het totaalpakket kostte 40 mille; een deel ervan werd door de afdeling Zelfdemontage van de gemeente Kanjo vergoed op voorwaarde dat een onderdeel in permanente bruikleen werd gegeven aan het Onderdelenmuseum.

Na twee jaar in de leer te zijn geweest bij R. Frank Hinna keerde Schönerwaldt, die er inmiddels op stond M. Ward Höhenbrunn te worden genoemd, terug bij zijn vrouw met zijn diploma in de hand.

Mevrouw Schönerwaldt had het inmiddels aangelegd met mevrouw N{Piango, die ze had ontmoet bij de ondergrondse gym. Haar interesse in de vaardigheden van haar man was 'dus' behoorlijk geslonken, maar ze wilde niet flauw zijn, dus zei ze: 'Doe je je arm maar even. We zijn reuze benieuwd.'

'Het kan maar één keer.'

'Dan geef je die arm toch in bruikleen aan het Onderdelenmuseum? Dan is die schuld ook meteen afbetaald.'

Höhenbrunn, zoals immer verheugd over het praktisch inzicht van zijn vrouw, die hij nu moest delen met N{Piango maar aan dat delen kleefde, wist hij, ook voordelen, haalde in vijf katachtige bewegingen zijn arm uit elkaar (zijn rechter want hij was links).

'Mogen we de rest ook zien, tot het einde zeg maar?' vroeg N{Piango bijna achteloos.

'Natuurlijk,' lachte Höhenbrunn en haalde zichzelf helemaal uit elkaar, waarna er, behalve wat wondvocht, niets meer van hem overbleef.