Tennissen met Tvsi


Het liftmuziekje van Dialup, de internationale eenzaamheidsbestrijdingsdienst, klinkt weer eens. Ik word uitgenodigd te kletsen met een wildvreemde, ergens in Europa. Normaal ben ik daar best voor te porren, maar ik ben aan het werk, geloof het of niet, ik ben niet eenzaam en ik heb geen zin. Maar het liftmuziekje houdt aan en mijn nieuwsgierigheid wint het, zoals vaker, van mijn tegenzin.

Hallo, waar ben jij?

'Manchester,' klinkt een wat matte mannelijke stem aan de andere kant. 'And you. Amsterdam?' Volgt een lofzang op die stad. Kan ik missen als kiespijn.

Het kletsen neemt een aanvang, maar ik ben niet zo kletserig vandaag, de matheid van de stem, alsmede zijn bekentenis, al vroeg in de klets, dat hij shy is en zonder werk zit, helpen ook niet. Dan bekent hij dat hij nogal eenzaam is omdat zijn hele familie in Londen zit. Hij heeft nog een zus in Israël en dat is het.

Ik ga rechtop zitten. Heeft deze man, laat ik hem Tsvi noemen, gebroken met zijn familie? Dat zou je kunnen zeggen. Hij is opgegroeid in een orthodox Joodse gemeenschap en wilde eruit. Om precies te zijn wilde hij graag tennissen en dat mocht niet, want op de tennisbaan 'buiten' waren meisjes met blote armen en benen. Toen is Tsvi weggelopen.

Een verhaal dat lijkt op Unorthodox.

Hoe vonden zijn ouders dat?

'Mijn vader was al overleden en mijn moeder reageerde niet echt. Omdat ik toch niet getrouwd was en ook geen kinderen had kon het haar niet zoveel schelen.'

We kletsen over hobbies. Tsvi pakt op verzoek zijn gitaar en speelt Haga Navila voor me. Hij zingt zo hard en enthousiast dat ik denk: als dit shy is, dan ben ik het ook. Ik speel Satie voor hem. Later komt zoonlief binnen en die speelt Señorita, waarop Tsvi zoonlief vanuit Manchester begeleidt.

Dialup denk ik, zoals Dialup is bedoeld.

Hoe lang kan zo'n gesprek doorgaan? Tsvi laat zich ontvallen dat hij arbeidsongeschikt is en medicijnen slikt, resperidon, tegen psychoses. Al lang. (Hij is 48.)

Ik ga nog weer wat rechter op zitten. Ik laat me ontvallen dat er, b'ezrat hashem, een boek van me uitkomt genaamd Waanzin. Dat vindt hij interessant.

'Lees je boeken?' vraag ik, hoopvol.

'Niet echt,' zegt hij. 'Ik ben al blij als ik de krant uit krijg.'