Sprookjes




'Wat een waardeloze sprookjesschrijver is dit!' kraaide de elfjarige vanuit zijn hoge bed.
Ik kon een zekere teleurstelling over het genadeloze oordeel van mijn zoon niet onderdrukken. Ik had net een paar sprookjes van Godfried Bomans gelezen uit diens Groot Sprookjesboek, een mooi en mooi (door Wouter Hoogendijk) geïllustreerd boek dat ik, zag ik voorin, voor mijn negende verjaardag had gekregen, en dat ik had verslonden. Vooral het ronduit enge De vijvervrouw (zie boven) stond me bij, en, dus, De oprechte moordenaar, dat ik net aan mijn zoon had voorgelezen. Die vond hij ook goed. Het gaat over een reiziger die in het bos bij een moordenaar aanklopt voor wat gastvrijheid, maar dan wordt gewaarschuwd: 'Ik ben een moordenaar.' De reiziger denkt dat hij schertst en moet zijn suspension of belief bekopen met de dood.
Maar ik had 'dus' de fout gemaakt om het verhaal daarna, De dood van de sprookjesverteller, ook nog voor te lezen, en dat was – wederom, ik moest mijn zoon gelijk geven – een flauwe, met een uiterst onbevredigend einde. Een matige versie van een matige Hans Christian Andersen. Het wordt tenenkrommend als Bomans grappig probeert te zijn, door flauwe verwijzingen, studentikoze terzijdes en quasi-absurdismen die niet werken. Dan ontsporen zijn sprookjes hopeloos. Andersen probeert nooit grappig te zijn; hij is het vanzelf, of hij is het niet, maar dan is hij iets anders. (Ontroerend bijvoorbeeld.) Altijd origineel. Misschien was Andersen de sprookjesschrijver to end all sprookjesschrijverij, maar daar wil ik vanaf zijn.
Hoe dan ook, mijn zoon had goed gezien waar Bomans door de mand viel. Ik was dat vergeten, of ik had het nooit zo opgemerkt. (Mijn vader had die verhalen ook niet aan me voorgelezen, dacht ik. Mijn moeder misschien.)
'Maar De Oprechte Moordenaar was toch goed?' probeerde ik nog iets van Bomans' reputatie te redden. 'Je moet een schrijver altijd beoordelen op het beste wat hij gemaakt heeft, niet het slechtste.'
'Ja, dat zal wel,' morde mijn zoon, draaide zich om en ging slapen.
Of hij nou wil of niet, ik zal hem het hele boek voorlezen. Eerst kennisnemen, dan oordelen, nog altijd. Misschien dat hij ook valt voor De vijvervrouw.