Valse uitnodiging


Vriendenetentje: leuk, long overdue en illegaal. Er is me gevraagd kaas mee te nemen en die stal ik zo lang in de gang: een brok shropshire blue, een stuk tomme de savoie en, als klap op de vuurpijl, een doos vacherin mont d'or, druipkaas die smelt op de tong.

'Zullen we voordat je weggaat nog even wijntje drinken,' zegt A. 'Met een kaasje erbij?' Kaas is voor een vegetariër als A. geen kaas, maar een eerste levensbehoefte. Reden waarom ze er niet over piekert te migreren naar het land der veganisten.

Natuurlijk wil ik met haar een wijntje drinken, alleen, ik kijk in de ijskast: kaas op. Er is alleen nog een sneu, goedkoop bolletje mozzarella over de datum. Beter dan niets, denk ik en fabriceer een caprese, met gebruikmaking van snoeptomaatjes en half verpieterde basilicumblaadjes.

In de tussentijd heeft A. mijn kaas ontdekt in de gang. 'Die vacherin mag je niet meenemen, dat is parels voor de zwijnen! Daar houden die vrienden van jou helemaal niet van!' Met de vacherin onder haar arm, als een gestolen biggetje, installeert ze zich op de bank.

'Doe niet zo flauw, natuurlijk wordt die kaas geapprecieerd.' Ik leg de vacherin terug in de gang. 'Ik heb caprese gemaakt.'

'Ik hoef jouw caprese niet. En ik hoef ook geen wijn meer.'

'Wat is dit nu weer, kom gewoon even zitten, dan drinken we wat.'

'Nee.'

'Ben je boos?'

'Ja.'

Water bij de wijn, er zit niets anders op. 'Weet je wat, ik maak die vacherin wel open, dan eten we daar wat van.'

'Ga maar naar je vriendjes. De kinderen en ik gaan zo eten...' Stampvoetend verdwijnt ze naar de keuken. 'Wat is dat nou voor valse uitnodiging.'

'Valse uitnodiging?'

'Ja je koopt heerlijke kaas voor je vriendjes en helemaal niets voor mij! Dat is toch waardeloos?'

Op weg naar het etentje koop ik nog een doos vacherin, die ik bij thuiskomst, midden in de nacht, aan haar voeten leg.