59. Geen verhaal maar wel waar (I)

William Orpen, Portrait of the artist's parents



Het is onmogelijk om geen kind van je ouders te zijn, vooral niet als je bij ze op bezoek bent, in je eentje.
Ik vind het toch zo leuk dat je er bent! kraait mijn moeder. Zo leuk! Ik kan niet anders zeggen.
Ik vind het ook leuk om er te zijn.
Mijn vader onthoudt zich van commentaar zoals gewoonlijk maar ik vermoed dat ook hij het leuk vindt dat ik er ben.
In de auto vanaf het station heeft mijn moeder al gezegd dat hij steeds vroeg wanneer ik kwam, en welke dag het was, alsof hij niet kon wachten (waarschijnlijk was het een functie van zijn geheugenverlies). Mijn vader zou nooit zeggen ik kan niet wachten tot Viktor komt, of het moet sarcastisch zijn. Mijn vader is in diepste wezen een sarcast, hetgeen een van de redenen is dat ik van hem houd.
Waaraan ik ook merk dat ik een kind van mijn ouders ben is dat mijn moeder een hele waslijst met op- en aanmerkingen over me uitstrooit (ik weet niet of je een waslijst kunt uitstrooien, maar zo voelde het).
'Ik herkende je meteen toen je uit het station aan kwam lopen,' zegt ze. 'Je danst als je loopt, weet je dat?'
Daarna, als ik een jasje wil showen dat ik van Anne heb gekregen: 'Je hebt een buikje, weet je dat?'
Nog weer later, als ik een visje sta te bakken in de postzegelkeuken die Résidence Hemelpoort aan mijn ouders heeft toebedeeld, een nisje is het eigenlijk meer, komt ze af en toe kijken om ongevraagde kookadviezen te geven.
Sowieso is het een 'dingetje' om als zoon te koken voor mijn moeder, want hoe lekker het ook is, niet alleen het eten maar ook dat er voor je gekookt wordt, haar autoriteit op dit vlak moet natuurlijk niet in gevaar worden gebracht.
Dus worden er terwijl we bezig zijn aan mijn huisgemaakte babaganousj en geroosterde paprika-prutje en zelfgemaakt toastjes, smeerseltjes uit haar ijskast toegevoegd, want we moesten eens denken dat zij niets lekkers in huis heeft!
De groentesoep, die ik niet gemaakt heb, wordt al de hemel ingeprezen voordat iemand ook maar de kans heeft gekregen er een hap van te proeven. 'Ik ken niemand die zo complimenteus is ten aanzien van iets dat ze zelf gemaakt heeft als jij.'
Ze lacht, want ze kent zichzelf, dat is een van de vele redenen dat ik van haar houd, maar ik moet oppassen voor sentiment, kitsch, wees ontroerd of ik schiet.
Ook tegenover de Weissburgunder die ik heb meegebracht wordt onmiddellijk een Spaanse rode wijn geplaatst, die voortreffelijk is. Of beter: ook voortreffelijk.
Het nadeel van een bezoek aan de ouders zonder medebrenging van vrouw en kinderen, is dat alle aandacht naar jou gaat.
Dat is ook het voordeel.
Al met al erg gezellig.
'Ik kom gauw weer,' hoor ik mezelf zeggen. Ik hoop dat ik het waar kan maken.