58. De omgekeerde pest

Philibert Léon Couturier: Le rat retiré du monde (1863)


'Op de ochtend van de zestiende april liep dokter Bernard Rieux zijn spreekkamer uit en zag midden op de overloop een dode rat liggen. Hij schoof het beest meteen opzij, zonder erbij na te denken, en liep de trap af. Maar eenmaal op straat realiseerde hij zich dat die rat daar niet hoorde en ging hij terug om de conciërge te waarschuwen.' (De pest, Albert Camus, vert. J.P. van der Sterre). 

Op de avond van de achttiende januari liep dokter Felix Klaus zijn huis uit voor zijn vaste avondwandeling en zag op straat, nabij de vuilcontainers, diverse ratten voor zijn voeten wegschieten. Ook al had hij dit tafereel al vaak gezien de afgelopen maanden, en was hij beroepsmatig ingesteld op akeligheid, schrok hij er toch van. Zijn reactie amuseerde hem. 

Klaus probeerde zich de eerste keer te herinneren dat hij een rat op straat zag. Dat moest in New York zijn geweest, de Rattenstad, in de jaren negentig van de vorige eeuw. Die observatie had hem niet zozeer geschokt, als wel gefascineerd, zoals iemand in een natuurreservaat ook vooral gefascineerd is door de aanblik van een leeuw (tenzij die leeuw hem aanvalt, wat meestal niet het geval is).

Deze herinnering werd vertroebeld door een anekdote over de man in de Lower East Side, die, terwijl hij de deur van zijn appartementencomplex opent, een rat in zijn broekspijp voelt glippen. De rat klimt omhoog door de broekspijp naar, nou ja, waar een broekspijp uitkomt als je maar lang genoeg omhoog klimt. De man voelde de rat knabbelen aan zijn scrotum. Hoe raakte hij het beest in godsnaam kwijt? De Lower East Sider liet zijn broek zakken en begon als een dolle op het dier in te hakken met de scherpste sleutel die hij bij zich had.

Klaus zoog de avondlucht op. Zijn longen piepten af en toe als hij dat deed maar niet nu. Het was windstil en er stonden sterren. Behalve het immer ontevreden kijkende vrouwtje met de twee keffertjes, de matig geslaagde transgender en de man die in zijn pyjama een sigaret stond te roken, was het rustig op straat. Het was kil, maar zacht voor de tijd van het jaar.

Perfect voor ratten, dacht Klaus.

Hij vroeg zich af hoe lang hij deze wandeling nog zou kunnen maken.

Bij de laatste vuilcontainer zag hij een afgedankt kunstwerk staan. Omdat Felix Klaus wel geïnteresseerd was in kunst maar niet bereid was om er een stuiver aan uit te geven, bekeek hij het doek. Misschien was het wat.

Een schilderij van een rat.

Klaus glimlachte, maar liet het werk staan.