57. Het einde van mijn honger

Henriëtte Ronner-Knip



Wanneer ik precies ben opgehouden met eten weet ik niet, het moet ergens rond de tiende verjaardag van mijn vierde kind zijn geweest. Ik denk dat ik te druk was met opvoeden. Ik was te druk met het voeden van andere monden, dat de mijne erbij inschoot.

Ik had geen honger meer. Ik had geen zin meer om aan tafel te zitten, met mijn vork in een warme substantie te prikken, die naar mijn mond te brengen, enige ogenblikken op de substantie te kauwen en haar vervolgens door te slikken.

Opeens vond ik dat alles van een ongehoorde perversiteit.

Rond die tijd kreeg ik een herseninfarct. Dat herseninfarct zou het startschot voor het einde van mijn honger kunnen zijn geweest. Maar ik weet niet of dat kan, medisch. Je zou denken dat voedselinname tot die groep neigingen behoort die het hardnekkigst zijn, dat er een serieuze blokkade moet worden opgeworpen, om die neiging de kop in te drukken.

Gezelliger werd het er niet op, toen ik stopte met eten. Pas wie stopt met eten, ziet hoe groot het deel is van het leven dat om eten draait.

Het voelde als een opluchting. Ik hoefde van alles niet meer; niet alleen eten en drinken niet, maar ook de hele ratsmodee die erbij komt kijken. De economie. De zorg. Het sociale, het dwangeten.

Is het mogelijk dat ik daarvoor alleen maar met eten bezig was, en daarna helemaal niet meer?

Gisteren stootte Grace, de huishoudster, per ongeluk een kastje om, waardoor er een stapel foto-albums tevoorschijn kwam die ik al heel lang niet meer onder ogen had gezien.

Foto's van toen ik nog honger had.

Bij onze cottage in Wales, vooral. Heel veel foto's in en rondom de cottage in Wales, lange tafels met eten. De decadentie. Maar ook de honden. Ik wist niet dat ik zoveel foto's van de honden heb genomen. Honden en katten, mijn kinderen staan er nauwelijks op. Liggend, over elkaar heen buitelend, etend. Schrokkend aan hun bakken.

Ikzelf kom nauwelijks op de foto's voor omdat ik ze heb genomen. Jammer. Anders had ik kunnen zien of ik inderdaad wat meer vlees op de botten had, maar ik denk dat ik het antwoord al weet. Er heeft nooit vlees op mijn botten gezeten. Je zou dit slank kunnen noemen. Ik had de maten van een fotomodel, in die tijd, dat weet ik, en die maten heb ik nog steeds, maar ik was geen fotomodel, en had ook geen enkele ambitie om fotomodel te zijn.

Hoe dan ook, het wel of niet eten had kennelijk geen enkel effect op mijn lichaamsbouw.

Is het overdreven om te zeggen dat ik sinds ik geen honger meer heb, een staat van verlichting heb bereikt?