60. De woedende vader

Filip Gugoski



Met een hoop kabaal was hij midden in de nacht thuisgekomen, waarvandaan wist hij alleen; de moeder en de drie kinderen lagen met wijdopen ogen in bed, in afwachting van wat komen zou.
Hij stommelde door de achterdeur door naar de garage, opende met een ruk de garagedeur, zocht vloekend naar de lichtknop, en wist die uiteindelijk te vinden. Op en rondom de werkbank moest een hamer liggen. Er waren een paar hamers. Een kleintje, een soort babyhamer waar je eigenlijk weinig mee kon uitrichten; een middelgrote met een klauw – een zogenaamde klauwhamer, waarmee je behalve kon slaan ook, door middel van het hefboom-effect, spijkers uit kon rukken, een ingenieus ontwerp als je erover nadacht –, en een vierkante hamer, ook wel vuisthamer genoemd.
Hij koos voor de vuisthamer. Probeerde hem twee keer uit op het werkblad. Dat gaf een vrij luide klap, maar het geluid was nogal schel, niet zwaar en diep, omdat het dikke hout op geen enkele wijze meegaf.
Hij gromde nog een paar keer, liep met de vuisthamer naar buiten, stond te hijgen in de tuin, en ging tenslotte terug het huis in, zonder het licht in de garage uit te doen.
De moeder en de kinderen balden hun vuisten onder de dekens.
De oudste zoon zou hem nog wel aankunnen, dacht de moeder, maar wat te doen tegen een volwassen man met een hamer? Misschien met zijn tweeën. Misschien dat zij hem eerst een beker ijskoud water in zijn gezicht gooide, en dat de zoon vervolgens snel de hamer afpakte. Of de deur met de overgebleven klauwhamer snel dichttimmeren als hij op de wc zat – want naar de wc ging hij, dat ging hij altijd, en lang ook.
Eigenlijk zou ze een wapen in huis moeten hebben. Een klein handvuurwapen, altijd binnen handbereik, in het nachtkastje, al was het alleen maar om te dreigen, om zich te verdedigen, om zich een weg langs hem te banen naar haar kinderen.
Of een taser, zo'n soort nietpistool waarmee je stroomschokken kon uitdelen. Daar had ze wel eens over gelezen. Met stroomschokken op bepaalde plekken, ze grijnsde onzichtbaar in het donker, zou ze hem wel klein kunnen krijgen. Ze griste de telefoon die naast haar lag om te zien hoe ze aan een taser kon komen. Dat bleek nog niet zo eenvoudig. Ze waren verboden. Misschien beter een dubbele ring met van die uitstekende punten, een boksbeugeltje, slechts een paar euro op AliExpress. Maar wanneer zou dat ding worden bezorgd? Niet vannacht.
Haar research werd bruut verstoord door het geluid van brekend glas. Het was een korte, scherpe glasbreuk, geen rinkelende.
Hij had de iPad te pakken, de iPad van de kinderen, die zij ook graag gebruikte. Hij had de iPad op de stenen keukenvloer gelegd en met de vuisthamer keihard op het scherm geslagen, drie keer. Voordat ze zich hierover kon bekreunen, of haar plan beramen om hem te stoppen, klonk opnieuw een harde klap, gevolgd door nog meer klappen. Te oordelen naar het geluid en de plaats waar het vandaan kwam, was hij de flatscreen kapot aan het slaan. En toen was de laptop aan de beurt en het klokje van de oven.
Langzaam kwam hij de trap op, stampte op elke traptrede, sloeg met de hamer tegen de spijlen van de leuning, op een niet-amuzikale manier (het leek nog het meest op atonaal klokgelui) en gromde. De moeder sprong in een reflex haar bed uit. Op de gang kwam ze haar zoon tegen. Ze nam hem bij zijn arm en haastte zich naar de kamer van de kleintjes. Het raam uit? Geen denken aan. Door niemand, ook niet door haar woedende man, zou ze zich het huis uit laten jagen. Samen met de zoon barricadeerde ze de deur met behulp van de kledingkast en een bureaustoel. Haar mobieltje had ze expres in de slaapkamer achtergelaten omdat ze wist dat hij daarop uit was.
Een keer sloeg hij op de deur van de kinderkamer met de vuisthamer, maar niet hard, eerder alsof hij probeerde te kloppen.
Ze reageerde niet, en hield haar handen over de monden van de kleintjes.
Hij gromde in het voorbijgaan.
Eindelijk was hij in de slaapkamer.
'Ah,' gromde de man met een pervers genoegen. Hij nam de telefoon van zijn vrouw mee naar de badkamer en sloeg hem daar aan gruzelementen.