Restaurant Conserve


Vanaf Eindhoven 'Centraal' loop ik dwars door het ghetto naar Résidence Hemelpoort. Mijn ouders zouden me tegemoet komen. Halverwege hoor ik mijn moeder roepen: 'Hé, hallo!'

Ze zit op zo'n bankje waar je eerder lokale dronkelappen zou verwachten. Stalend. Mijn vader heeft zich verschanst in zijn scootmobiel, – een nieuwigheid –, met zijn pet op en geeft geen kik.

Ik complimenteer mijn vader met zijn nieuwe vervoermiddel en mijn moeder met haar geheel uitgegroeide, zilvergrijze haar. Ware ik een filmregisseur, zou ik haar casten.

Mijn moeder is nog niet opgestaan of mijn vader scoot er vandoor. 'Hé, wacht nou even!' roept ze. Pappa scoot toch niet zo snel wil ik zingen. 'Kleine motormuis,' zegt mijn moeder, hoofdschuddend.

Bij het stoplicht wachten we weer samen. Bij groen schiet mijn vader weer weg. Hoe traag deze negentiger ook is geworden, qua motoriek, met dit ding heeft hij zijn oude snelheid terug. Niet meer duwen of hoeven te worden geduwd: hoe bevrijdend!

Als we ons eenmaal op de bank hebben genesteld met een drankje gaat de telefoon. Het is de keuken, waar we blijven. Mijn moeder heeft gereserveerd in Restaurant Conserve, beneden. Die reservering was om 17.30, en het is nu 17.33.

Wij haasten ons naar beneden. We worden begroet, of nou ja toegeknikt, door een zee van zwijgende eters, keurig tegenover elkaar opgesteld op anderhalve meter aan een rechthoekige tafel.

Wij mogen aan een ronde tafel. Het voorgerecht bestaat uit een bakje champignon-ragout. Mijn vader en ik bestellen er een glas rode wijn bij. Het hoofdgerecht is kippenpoot, erwtjes-mais met ongare pommes dauphine. 'Lekker hoor,' zegt mijn moeder. 'Hoe vinden jullie het?'

'Alles is lekker voor wie niet zelf hoeft te koken,' zeg ik.

Een vrouw die klaar is met eten draait zich om naar ons tafeltje en zegt tegen mijn moeder: 'Uw dochter lijkt sprekend op u.' Ik ben vereerd.

Een eindje verderop zit een man alleen in een rolstoel met gigantische oren. Zulke grote oren heeft mijn vader (nog) niet, hoewel zijn vader, mijn grootvader, op die leeftijd wel grote oren had.

Als de gasten van tafel opstaan maken de over de vloer schurende stoelpoten een geluid dat nog het meest lijkt op iemand die zijn neus heel hard ophaalt. Viltjes lijkt de oplossing, maar ik woon hier niet.

'Omdat jullie zo aandringen zal ik nog wat piano spelen.' Ik zou Satie spelen, maar ik ben mijn Satie-boek vergeten, dus speel ik Beatles, altijd goed. Ook minder kans dat het publiek in slaap valt. Het is al tien voor zeven.