Christina †



'Viktor. Wat goed je te zien. Wat zie je er geweldig uit. Je vrouw en kinderen ook. Jullie zijn echt een prachtig stel bij elkaar... en je nieuwe boek dan, wanneer komt dat uit? Ik kan echt niet wachten... Anders heb ik niets te lezen. Je voorgaande boeken – god o god wat heb ik daarvan genoten.' Enzovoorts, enzoverder tot in de eeuwigheid amen.

En dat dan uitgesproken met een doorrookte, door de leeftijd lager geworden stem, door een vrouw met roodgeverfd haar, en dikwijls blauw gelakte nagels aan altijd mooi gebleven, slanke vingers.

Nee, niet tot in de eeuwigheid, want Christina, mijn grootste fan, van wie bovenstaande woorden kwamen, zonder uitzondering als ik haar op de kade tegenkwam, al dan niet met mijn gezin in mijn kielzog, wordt vandaag begraven.

Haar dochter en kleindochter kwamen van de week haar dood aanzeggen. Zevenenzeventig jaar jong, maar ziek en op. Ik zal haar missen.

Zeker nu, zeker nu is er enorme behoefte, niet alleen bij schrijvers, maar ook en vooral bij uitvoerend kunstenaars, wier hele of halve beroepspraktijk door de plee wordt gespoeld, aan complimenten zoals Christina die kon geven. 

Complimenten zonder mitsen, maren, echters, evenwellen en goedbedoelde kritiekpunten. Gewoon lekkere, zuivere lof, en niets dan lof. En niet heel eventjes tussendoor. Nee: lang en uitgebreid en met veel herhalingen.

Er zou een markt voor zijn, denk ik: een Lofstraat. Eventueel meteen na of naast de Teststraat, waar je complimenten kan tanken. Je hoeft er niet eens voor uit je auto te komen, maar het helpt wel. Als er meer van je te zien is, valt er ook meer te complimenteren.

Christina hield van haar wietje en haar wijntje – op weg naar haar stamkroeg De Rijnbar was ze een stuk helderder en stond ze een stuk steviger op haar benen dan op de terugweg – maar haar complimenten waren altijd gemeend. Tenminste dat wil ik graag geloven, daar hangt mijn eigenwaarde van af.

Ik complimenteerde haar zoveel mogelijk terug. Hopelijk is daarvan ook iets bij haar blijven hangen.