45. Leven als gedicht



De dichter die eenzaamheid, verval en de dood als thema's had omarmd, maar bekend blijft door twee dichtregels waarvan de ene simpele blijdschap uitdrukt en de ander zuinige tevredenheid, verwekte een zoon bij de dichteres met wie hij een kort huwelijk vol wist te houden, maar de zoon emigreerde, zodra hij kon, naar het verste continent.

Het leven van de dichter stond in het teken van geldgebrek, stupide baantjes en drankzucht maar daarover dichtte hij niet.

Hij had een voorliefde voor oude versvormen, die, naarmate de tijd voortschreed, steeds oubolliger, ja onbedoeld pathetisch-hilarisch klonken; toch had hij gelijk, dat de bevrijding van die vormen geen vooruitgang met zich meebracht, althans geen stilistische.

In de herfst van zijn leven nam zijn – twintig jaar jongere – ex hem weer op in haar verafgelegen boerderij en verzorgde hem tot zijn dood.

Als het leven van de dichter een gedicht is, dan moet de titel Geboorte luiden en de opdracht Aan mijzelf. De dichtregels zelf blijven voor altijd ongeschreven.