52. De wonderbaarlijke wederopstanding van Ward van Waveren




Ward van Waveren, een goedlachse, sportieve veertiger op weg om miljonair te worden met een bierbrouwerij die hij had opgericht, vader van drie kleine kindjes, ging met de hoofdpijn die hij nu al een paar dagen had, mede op aandringen van zijn vrouw toch maar naar de huisarts, werd doorverwezen naar steeds specialistischere medici en kreeg van de laatste te horen dat er een tumor in zijn hoofd zat ter grootte van een avocadopit.

Deze dokter, Wu heette hij, gaf hem nog een jaar, hooguit. Dan was het gedaan. 'Het is niet anders.'

Er viel een eigenaardige stilte in de spreekkamer. De woorden van Wu waren duidelijk bedoeld om in te slaan als een bom, maar hij wist toen nog niet dat Ward van Waveren onbekend was met het principe van het fait accompli. Feiten waren voor Ward nooit voldongen, feiten waren het begin van iets, en in het geval van nieuwe feiten, het begin van iets nieuws.

'Kan die tumor er niet uit?' vroeg hij lacherig, meer aan Georgette, die naast hem zat, dan tegen Wu, die zijn ogen niet van het computerscherm af had gehaald, alsof hij het computerscherm het woord wilde laten doen.

Wu begon een heel verhaal, eigenlijk een variatie op het verhaal dat hij al eerder had verteld, en dat er op neerkwam dat er teveel risico verbonden was aan de operatie om de avocadopit te verwijderen. De kans dat er grootschalige hersenschade zou optreden was te groot. Hoe graag hij als chirurg ook wilde ingrijpen, niet snijden was wijzer dan snijden. Hij vond het nog nodig te verwijzen naar de eed van Hippocrates. Hij zette zijn bril af en keek met opgetrokken wenkbrauwen naar Georgette en daarna naar Ward. 'U zult met deze nieuwe werkelijkheid moeten leren leven.'

Ward van Waveren creëerde liever zijn eigen werkelijkheid, zoals hij daarvoor ook al als ondernemer had gedaan. Hij veranderde drastisch van levensstijl, werd veganist, ging mediteren en zwoor eenvoudige geneugten zoals alcohol en koffie af.

Gezelliger werd het leven met Ward van Waveren er niet op, maar zijn tumor slonk.

Dat was niet het enige. Hij verkocht zijn aandeel in de bierbrouwerij en reisde stad en land af op zoek naar iemand die hem wel wilde behandelen. Lijdzaam afwachten tot zijn verwachtte levensduur voorbij was en hij in de verbrandingsoven kon worden geschoven, was niet zijn ding.

Zijn inspanningen wierpen vruchten af. Hij vond een dokter in België, die bereid was om te snijden.

Waarland heette de chirurg. (Zo'n naam verzin je niet; zoek maar op.) Ze had niet alleen een grote staat van dienst als tumorverwijderaar, ze was ook bijzonder aimabel. Zij werd niet alleen zijn redder in nood, maar ook zijn licht in de duisternis, en wat je verder nog kunt zijn voor iemand die een doodvonnis heeft gekregen.

Een jaar later, rond de tijd dat Nederlandse doktoren hem definitief hadden afgeschreven, werd Van Waveren 'schoon' verklaard.

Zijn leven ging in een hogere versnelling door. Niets leek hem nog te kunnen stoppen. Er was alleen een probleem. Hij was onuitstaanbaar geworden. Een narcist tegen wil en dank. Een kankernarcist, om precies te zijn.

Toen Georgette erachter kwam dat hij haar uitgebreid voorloog en bedroog, zette ze hem rigoureus aan de kant.

Hij had zijn leven terug, en het tegelijk verspeeld.