44. De colporteur



Gisteravond stond er voor de deur bij Hein van Helmond een man die een stel hersens aanbood. Verse. Ze zaten in een blauwe koelbox, die de man met beide handen vasthield.

Het was tien uur in de avond, de maan stond nogal overdreven aan de hemel. Normaal gesproken doet Van Helmond niet open op dit tijdstip, maar hij verwachtte een vriend die nog een glas kwam drinken, en bovendien: hij was voor de duivel niet bang, het bordes van zijn landhuis was uitstekend verlicht en achter de deur, in de paraplubak, bewaarde hij een Smith & Wesson voor noodgevallen.

'De linkerhersenhelft is nauwelijks gebruikt,' zei de man. 'De rechter wel, maar daar zult u geen last van hebben. Hoog IQ gegarandeerd.'

De man leek op een boswachter. Hij had rode wangen, dikke brillenglazen en hij droeg een groene, stoffen pet. Van Helmond meende een raar luchtje uit zijn mond waar te nemen, als hij sprak. Toen hij een hand naar zijn pet bracht om die even te lichten en weer op te zetten, als om zijn schedel te luchten, bespeurde hij bloedspetters op de rug van zijn compacte, behaarde hand.

'Waarom denkt u dat ik hersens nodig heb,' vroeg Van Helmond, terwijl hij links en rechts om zich heen keek, langs de oprijlaan, of hij zijn vriend, Brokkema, zag aankomen. Hij had hem net nog aan de telefoon gevraagd om langs te komen en hij zei dat meteen ja. Aangezien hij een paar huizen verderop in het villapark woonde, kon hij er elk moment zijn.

'Iedereen heeft hersens nodig,' zei de colporteur. 'Vooral in deze tijden.' Nadat hij de koelbox tussen zijn bergschoenen had geplaatst, alsof het een schatkist was, pulkte de man zijn bril achter zijn oren vandaan en begon de bolle glazen uitgebreid te poetsen met een smoezelige zakdoek die hij uit zijn jaszak viste. 

Deze hele operatie, dit poetsen, leek erop gericht te zijn om tijd te rekken, om zijn klant meer bedenktijd te geven.

Nu viel Van Helmonds oog op iets blikkerigs in de jaszak van de man, maar hij kon niet goed zien wat het was. Een aardappelschilmesje. Een zilverpapiertje.

Van Helmond keek op zijn horloge. Het was een kostbaar, groot uitgevallen apparaat, maar heel duidelijk gaf hij de tijd niet aan. Hij moest de wijzerplaat omhoog houden tegen het licht, om vast te kunnen stellen dat het zeven over tien was. Stond hij nu al zeven minuten te praten? Het hadden zeven seconden geleken.

'Wat kosten die hersens?' Van Helmond wees achteloos met zijn kromme, gezegelringde ringvinger in de richting van de koelbox. 'Misschien heeft Brokkema interesse,' voegde hij er aan toe. 'Een vriend van mij.' Van Helmond lachte kort; zijn lach klonk als een geëxalteerde kuch.

De man zette zijn bril op, borg zijn zakdoek op en keek Van Helmond recht in de ogen. 'Tienduizend euro. Speciaal voor u. In natura te voldoen, dat wel.'

Van Helmond sloeg zijn armen over elkaar en helde achterover op zijn oude leren wintersloffen. Pas nu betrapte hij er zichzelf op dat hij zijn kamerjas nog aanhad. Hij was de hele dag de deur niet uit geweest. 'Mensenhersens, mag ik aannemen?'

'Gecertificeerd en al. Echt een goede prijs hoor, vooral ook omdat ze zo vers zijn.' De colporteur boog voorover. en pakte de koelbox op om hem te openen, maar Van Helmond maakte een afwijzend gebaar. Hij kon niet tegen dit soort dingen, hoewel hij toch behoorlijk wat gejaagd had in zijn leven.

'Van een man?'

'Wat dacht u?' Nu was het de beurt aan de colporteur om te lachen. 'Waarom zou ik u vrouwenhersens aanbieden?'

'Leeftijd?'

'Ongeveer die van u, schat ik zo.'

Van Helmond wilde terug zijn huis ingaan en de deur achter zich sluiten, maar halverwege bedacht hij zich, pakte zijn telefoon en belde Brokkema. Hij nam niet op.

'Vreemd,' zei hij hoofdschuddend, tegen zichzelf vooral.

De colporteur keek Van Helmond geamuseerd aan. 'Wat is vreemd?'

'Moet u luisteren, ik heb een afspraak met een vriend, hij zou nog even langskomen voor een afzakkertje, en nu staat u voor de deur.'

'Is dat die Brakkema waar u het over had?'

'Brokkema ja.'

'Maar meneer, die heb ik hier voor u bij me. De rest van zijn lichaam laat zich verontschuldigen.'