5. Adrenaline

Kop-van-jut - Gipsen afgietsel van het hoofd van Hendrik Jut in het Universiteitsmuseum Groningen (CC BY-SA 3.0 - Vysotsky - wiki)
Buste moordenaar Hendrik Jut (van de Kop-van-Jut)

Jan Jaap Ferwerda dacht dat we in zijn hoofd zaten. Zitten we ook, maar het kan nooit kwaad af en toe van perspectief te veranderen.
Zoals zo vaak vroeg Ferwerda zich af, vrij naar Radiohead, what the hell he was doing here. Ja, hij zat op een stoel naast Becky, die weer naast Jim zat (de naam 'Jimbo' kreeg Ferwerda niet uit zijn strot), en hij had een stapel papieren voor zich die hij slecht had gelezen. Zijn ogen gingen achteruit de laatste tijd en wat erger was, sinds hij in de overgang zat (dat was het volgens Tineke, die er zelf alweer uit was): hij werd onzeker. Hij was zijn postuur van vroeger kwijt. Zijn zelfverzekerdheid. Alleen al de gedachte, als de rechter eindelijk eens klaar was met haar stomvervelende samenvatting van het feitenmateriaal, dat hij het woord moest nemen, beangstigde hem, sloeg de adrenaline hem naar het hoofd, als een kop van jut waar keihard op wordt geslagen (door Roman, bijvoorbeeld). Ferwerda was nota bene met pensioen als advocaat, en hij was eigenlijk nooit een  e c h t e  advocaat geweest, had alleen maar wat juridisch papierwerk in de marge verricht, om heel eerlijk te zijn. Goed betaald daar niet van, al was er van dat geld helemaal niets meer over, maar pleiten, een verhaal houden, de ander omver blazen, want dat was het toch waar het in de rechtszaal om ging, dat leek iets uit een ver verleden, misschien zelfs wel iets uit zijn studietijd...  Ineens herinnerde hij zich dat hij afgelopen nacht een mini-nachtmerrie had gehad waarin hij minutenlang zweeg voor de rechtbank, geen argument over zijn lippen kreeg...
Als hij Becky aankeek, en daartoe dwong hij zichzelf, dan wist hij wel weer voor wie of voor wat hij het deed. Inderdaad: een prijsnimf, zoals Tineke haar gekscherend had omschreven. Ferwerda was aan haar verslaafd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten