3. Sub specie aeternitatis

Image result for male masseurs hands artwork



Om therapeutische redenen had Tineke die middag van de rechtszitting simultaan een sessie geboekt met Hassan, haar favoriete masseur in de te dure spa. Niet dat Hassan haar naar hoogtepunten kon brengen die ze niet zelf met haar assortiment aan interactieve hulpmiddelen in de badkamer bereikte, maar zijn handen waren troostrijk en weldadig. Ze sprak ook graag met hem, en genoot dan van de zalvende stem waarmee hij tegelwijsheden debiteerde, als: alles heeft tijd nodig en: een mens kan niet alles alleen. Misschien genoot ze, bedacht Tineke, een wat sober vormgegeven vrouw, die het vooral van haar scherpzinnigheid moest hebben, meer van Hassans aanwezigheid dan die van Jan Jaap, de man met wie ze net haar vijfendertigjarige huwelijk had gevierd, in besloten kring, met een klein groepje intimi, onder wie, jawel, Becky, die haar dochter had kunnen (moeten?) zijn.
Waar ging het om in een goed huwelijk, vroeg ze zich in gedachten af, terwijl Hassan haar malse, puntige billen onder handen nam. Zeker, elkaar laten, maar dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Bovendien, als je elkaar te veel liet, dan liet de liefde los, en dan had je helemaal niks meer.
Interessant genoeg – althans voor hen, zoals de schrijver en de lezer, die een standpunt konden innemen sub specie aeternitatis – kwam precies tegelijkertijd aan de andere kant van de stad Roman, de violente ex van de maîtresse van haar man, Jan Jaap, de rechtszaal binnen, met bloeddoorlopen ogen. Nog voordat hij ging zitten had hij een paar grapjes uitgewisseld met zijn zoon Jimbo, ook al had zijn moeder hem voor zijn verwekker willen afschermen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten