16. De kwestie Becky



Goed, ik ben dus Tineke maar dat hadden de meesten van jullie al begrepen. Ik ben in Groningen geboren, als oudste dochter van een onderwijzer. Ik was de zoon die mijn vader eigenlijk had willen hebben. Hij projecteerde al zijn ambities op mij. Hij was streng en zelden rechtvaardig, maar wel charmant en grappig op feesten en partijen. Hij zou trots op me zijn geweest, als hij niet onlangs tijdens een marathon door de bossen bij Blijham ineen was gestort met een prop in zijn hart.
Moet ik het nog over mijn huwelijk hebben? Waarschijnlijk. Huwelijk rijmt op gruwelijk en afschuwelijk, en 'doodslaan deed hij niet ' (lees: zij), maar Japi en ik hebben het best gezellig met zijn tweeën. Hij weet waar ik van houd. Ik heb wel eens een andere man geprobeerd, een experimenteel fysicus aan de Uni, maar dat viel niet mee. Misschien had ik het op een andere faculteit moeten proberen.
Over fysica gesproken: wrijving schept warmte. En uit botsingen kunnen de mooiste deeltjes voortkomen. Ik strijd graag. IJzer scherpt ijzer. Japi is een waardige tegenstander, maar soms speelt hij, zoals alle advocaten, vals. Ik gun een ieder, dus ook mijn partner, het recht op privacy – sterker, ik moedig gescheiden privé-werelden aan, dat houdt het spannend – maar wel fair graag. Geen mes in de rug. Ook niet op de keel.
Misschien moet ik to the point komen. Frank? Luister je wel?
Ik maak aantekeningen.
Dat zegt Japi ook altijd... maar goed, waar het me om gaat: de kwestie Becky zuigt me leeg. Kost me teveel energie. Ik slaap er slecht van. Er zijn teveel variabelen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten