Pony

De driejarige komt terug van de peuterspeelzaal zonder pony. Die heeft haar hartsvriendin afgeknipt. Ik zie dat ze zich schaamt over deze inbreuk op haar lichamelijke integriteit – en dat ze er trots op is, tegelijkertijd. Herkenbaar. Ik had nog wel wat vragen, zoals: wat doet een driejarige met een schaar op een peuterspeelzaal? Wat gaat de hartsvriendin met de schaar de volgende keer bij haar afknippen?
In de peuterspeelzaal, een dag later, beantwoorden de leidsters mijn vragen wel enigszins, en ze lijken zich ook enigszins te verontschuldigen voor het voorval. (Een vriendin vertelt over een moeder die bij de overdracht kreeg te horen dat het geweldig was gegaan de hele dag met de kleine, om thuis te constateren dat er een gat in zijn oor was gebeten.)
Ik bekijk de nieuwe coupe van mijn dochter nog eens goed. Door een ene bril bekeken doet ze denken aan white trash, door de andere aan een punk meisje, en als ze niet zo blond was zou je haar ook nog voor een orthodox joods jongetje kunnen houden.
Als vader, en ook als mens, doe ik alsof er niets aan de hand is, want er is ook niets aan de hand, maar als mijn gekortwiekte dochter bij haar judo-examen bespot wordt door andere ouders, vind ik die andere ouders stom, en voel ik een lichte steek in mijn eergevoel. Een kind is een verlengstuk van jezelf.