Communicatie



Toen ik N. begeleidde naar een kliniek in Buitenveldert werd bij binnenkomst onze temperatuur opgenomen met een koortspistool. Een corona-medewerker hield het ding voor ons voorhoofd en we hoorden... geen pang. Ook geen klik. Helemaal niets. Behalve het instemmend gemompel van de corona-medewerker. Geen koorts. Een soort omgekeerde executie.
Door naar de wachtkamer. Daar werden we na 1 minuut geholpen. Ik heb wel eens andere wachttijden meegemaakt, maar we moesten niet te vroeg juichen want toen we in de behandelkamer zaten, en kennis maakten met de gemondkapte assistent, moesten we weer wachten op de specialist. De specialist was niet gemondkapt maar gaf uiteraard geen hand; ze maakte een soort oriëntaalse buiging, waarbij ze verzuimde zich voor te stellen of nadere uitleg te geven over de te nemen stappen. Ze liep meteen op N. af, bekeek de situatie, en zei: 'Oké, ziet er rustig uit. Laten we volgende week de ingreep plannen.' En weg was ze.
Ik weet niet wat ze verdient, dacht ik, maar ze verdient het snel.
N.'s gezicht stond op niet-begrijpend, ook nadat de assistente de afspraak voor de ingreep had bevestigd en nog eens van dichtbij een 'kiek' had genomen van de situatie.
Toen iedereen weg was, legde ik N. in mijn steenkolenmedisch uit wat de ingreep volgens mij behelsde. Ze was weer enigszins gerustgesteld.
In de lift naar beneden waren we het eens: communicatie is niet de sterkste kant van de medische stand. Wat voor medici vanzelfsprekend is, waar zij dag in dag uit, week in week uit mee te maken hebben, is voor de patiënt, die, zoals in het geval van N., nog nooit eerder in haar leven met deze tak van sport te maken heeft gehad, onbekend, bijzonder en dus een beetje eng. Je zou denken dat medici, toch geen domme mensen, begrijpen dat ze iets beter een keer te veel kunnen uitleggen, dan helemaal niet. Vooral aan wat oudere mensen.
Bij de uitgang zag ik dat de Uber 8 minuten op zich zou laten wachten. 'Gaat u maar buiten staan,' zei de medewerker die eerder het koortspistool had gehanteerd. 'Er is hier geen plek.' Ik wees op een alkoof, waar N.'s rollator precies in paste, en ik er ook nog bij. 'Oké, goed dan,' zei hij.
'Wilt u mij nog eens meten,' vroeg ik, 'ik ben wel benieuwd naar mijn temperatuur.'
'36,6.'