Eigenwijze moeders


Weduwe M., de moeder van mijn raadsman, die opmerkelijke overeenkomsten vertoont met mijn eigen moeder, kwam het café binnen voor de afterparty van Marieke Smithuis' boekpresentatie van De Koning van de flat met een gelaatscherm op.

Wat of wie komt ze lassen, dacht ik. De tweede: ben ik wel verstaanbaar, want haar kon ik niet horen, het is toch een beetje alsof je tot een loketmedewerker spreekt zonder spreekgaatjes of microfoon, totdat M. haar stem verhief en zei: 'Jawel, hoor, je bent prima te verstaan.'

Ik ben een beetje doof (dat heb ik dan weer met mijn moeder gemeen).

'Is dat jouw date?' vroeg ze, wijzend op een blonde vrouw aan een belendend tafeltje.

'Dat is mijn vrouw.'

Toen M. haar bril wilde opzetten, moest ze het spatscherm vijfenveertig graden openklappen, en dan nog ging het vrij onhandig. Een glas wijn naar je mond brengen en er een slok uitnemen is al helemaal een uitdaging.

Je kunt je niet tot de tanden toe wapenen tegen een pandemie, lijkt het, en tegelijk van het leven genieten.

Eindelijk zette M. het ding af en kwam ze naast me zitten, op ik schat minder dan een meter. Net zoals mijn moeder zou kunnen doen, plukte ze tijdens het gesprek aan mijn schouder en arm. Ze heeft die handtastelijke manier van spreken die de Fransen zo mooi frotti frotta noemen. Ik houd er wel van. Het virus ook.

Corona had ze desgevraagd in het stadje waar ze woont niet zo gek veel van gemerkt. Ze kende niemand die het had of heeft gehad. Wel had ze een vriend bij wie een been moest worden afgezet nadat hij vier dagen voor pampus had gelegen achter de voordeur. (Ik wees haar niet zonder trots op het artikel van Medische Broer in NRC van vorige week over diens prothese kunst, misschien had hij er wat aan.)

'Een goede reden om een touwtje met een alarmknop om te doen,' zei ik. 'Om te voorkomen dat je zelf vier dagen achter de voordeur ligt.'

Ze keek om zich heen met een air alsof ze dat advies lekker in de wind ging slaan.

Ik keek naar mijn raadsman. Wij rolden met onze ogen. Eigenwijze moeders. Maar ze worden 'dus' wel oud, in goede gezondheid bovendien. Een raadsel.