Artikel 7


Vanavond hebben we het glas geheven ter nagedachtenis aan de Franse leraar geschiedenis die het tonen van Mohammed-cartoons in de klas in het kader van verplichte maatschappijleer met de dood moest bekopen. Samuel Paty, ongeveer mijn leeftijd, een kind van ongeveer de leeftijd van mijn kind. Ik sta ook wel eens voor een klas. Ik zou ook wel eens opruiende cartoon kunnen hebben laten zien om een discussie op gang te helpen.

Moet ik die cartoons nu op mijn blog plaatsen om te bewijzen dat ik als verklaard vrijheidsstrijder van het woord mij heus niet de mond laat snoeren door moorddadige godsdienstfanaten waar ook ter wereld?

Nee. Potsierlijk. Dom. En trouwens, ik durf het niet.

De discussie over de vrijheid van meningsuiting is een korte. Die is het grootste goed in een democratie en dient dus te vuur en te zwaar verdedigd te worden, ook en juist door de mensen die het woord voeren voor hun beroep. In de Nederlandse grondwet, ik heb het nog maar weer eens opgezocht, is dit geregeld in Artikel 7, dat vrij vertaald stelt: iedereen mag alles zeggen, met de gekmakende toevoeging, 'behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet'. Now, what's that supposed to mean? 

Veel mensen zullen ook nu weer denken: tuurlijk, het is vreselijk wat er is gebeurd met die Paty, neergestoken op weg van school naar huis en dan ook nog onthoofd, en eerder die vreselijke aanslag op de redactie van Charlie Hebdo, en nog weer langer geleden, de afslachting van Theo van Gogh, maar vroegen ze er niet om? Door de moslimextremisten tegen de haren in te strijken, zochten ze de confrontatie.

De confrontatie misschien, maar niet hun eigen dood. Geen van deze mensen vroeg erom te worden vermoord.

De vrijheid van meningsuiting is een absolute, moet een absolute zijn, anders is hij geen knip voor de neus waard.

Dan maar iedereen extra bewaakt, er zit helaas nix anders op.