Oppas



Ze stond voor de deur, zag ik door de smalle ruiten in het hout, en ze had weinig kleren aan. Nu ben ik diep in mijn hart een naturist, een nudist en noem het maar op, en zeker als het heet is, mogen van mij de meeste kleren uit (voor mannen maak ik een uitzondering wat betreft de blote bast; het spijt me, maar dat vind ik geen gezicht, ook niet als het een afgetraind bovenlijf betreft), maar waarmee de oppas aan de deur verscheen tartte mijn libertijnse grondhouding. Ze was erin geslaagd precies datgene aan te trekken, waardoor je aan niets anders kon denken dan aan wat eronder zat.
Ik probeerde dus te focussen op haar gezicht, waarin overigens – een detail dat mijn gemoed weer richting de ontroering doet overhellen –, een slotjesbeugel de aandacht opeist. Die zal ze zelf wel haten (ik heb het niet gevraagd), totdat hij uit mag natuurlijk, dan is ze af.
Ze droeg een piepklein hagelwit topje, een piepklein hagelwit broekje en hagelwitte gympjes, als een soort omlijsting van haar gebruinde hals, buik en benen.
'Vergeleken bij dit meisje is Lolita een muurbloempje,' oordeelde A, die niet alleen als mens en als vrouw maar vooral ook als fotograaf oog heeft voor dit soort dingen.
Toen we vijf uur later terugkwamen, zag ik gympen in de gang staan die mij niet bekend voorkwamen. Jongensgympen.
Vooraf had ze gevraagd of het goed was als er iemand langskwam, ook in verband met corona, en daarop had ik uiteraard bevestigend geantwoord. De weddenschap met A. of het een vriendje was of toch een vriendinnetje die haar zou vergezellen, had ik gewonnen.
'Leuke jongen,' luidde het commentaar van Kletsmajoor de volgende dag over de oppassituatie.