De geschiedenis herhaalt zich niet



Na enige tijd tegen de wind in te hebben getrapt langs Durgerdam en Uitdam, rusten Kleine Leeuw en ik maar weer eens uit bij een tuintafel, waar ook een ouder fietsechtpaar is neergestreken. Corona-technisch passen we er niet bij. We klimmen het dijkje over en zoeken een plek aan het water. Terwijl ik sta te pissen zie ik uit mijn ooghoek dat mijn zoon, in zijn zucht naar sensatie, vanaf de kant op een in het water gelegen rots probeert te stappen. Hij heeft hiervoor niet mijn permissie gevraagd, en als hij die had gevraagd, had ik hem gegeven. De rots blijkt spekglad. KL glijdt uit. Vrij hard knalt hij met zijn rechterknie op de rots. Zijn linkerbeen schiet het water in. Hij grijpt zich vast aan de steen. Omhoog komen is onmogelijk. Hij schreeuwt het uit. Ik rits mijn broek dicht en beweeg me langzaam naar hem toe. Niet alleen om te voorkomen dat ik ook onderuitga en naast hem in het water beland, maar ook om de belangrijkste functie van het vaderschap te vervullen, namelijk kalmte bewaren. Ik plant mijn schoen op een stabiele plek en hijs mijn zoon uit het water en leg hem op zijn rug op de kant. 'Mijn been! Mijn been is gebroken!' gilt hij met overslaande stem. De tranen op zijn verkreukelde gezicht vermengen zich met snot. Ik trek zijn sandalen uit en wring het water uit zijn sokken. Aan zijn volkomen doorweekte broek mag ik niet zitten. Dat doet veel te veel pijn. Het schiet door me heen dat ik eerder een zoon met een gebroken been had, in 2008, maar dit is geen gebroken been. 'Dit kan geen gebroken been zijn. Voor een gebroken been is meer nodig.' Maar ik weet het niet zeker. Misschien is zijn knieschijf kapot (zie boven). Als ik zorgvuldig met een zakdoekje de tranen uit zijn gezicht heb gepoetst, keer ik terug naar de fietsen om cola te halen. Het oudere echtpaar is opgestaan. 'Ik hoor dat hij zijn been heeft gebroken,' zegt de vrouw angstig, 'hebt u hulp nodig?' Ik wil zeggen: geloof nooit wat een kind zegt, – dat is wat cru –, dus zeg ik: 'Valt mee. Bedankt voor het aanbod.' De cola doet wonderen. Twintig minuten later zitten we weer vrolijk op de fiets. Godzijdank heeft hij me niet gesmeekt zijn moeder te bellen om hem op te komen halen met de auto.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten