R.R.R.



Wat maakt Misdaad en straf nou toch tot zo'n kneitergoeie, weergaloze, ja misschien zelfs wel bijna-volmaakte roman, die je weer in de kracht van de literatuur doet geloven?
Ten eerste, denk ik, de point of view. Dit is het verhaal van een misdadiger, of beter gezegd, van een geflipte, aan lager wal geraakte rechtenstudent, Rodion Romanovitsj Raskolnikov, die tot zijn eigen verbijstering een dubbele bijlmoord pleegt: een soort van geplande roofmoord op een pandjesbazin (de buit verspilt hij) en de toevallige, paniekmoord op een pottenkijkster. Zelden werd een lezer zo magistraal meegenomen in de koelbloedige en tegelijk wanhopige gedachtenwereld van een moordenaar.
Dan: de plot. Rond pagina 100 vindt de moord plaats. Pas rond pagina 500 bestaat er geen twijfel meer dat Raskolnikov gepakt gaat worden. Rond pagina 600 bekent hij, min of meer per ongeluk (hij was van plan te bekennen, maar als hij op het politiebureau komt, is de rechercheur aan wie hij wil bekennen er niet, en ziet hij er – bijna – van af). Dit is dus geen whodunnit, maar een how-will-he-or -wont-he-get-away-with-it. Geniaal!
Er zijn nog meer redenen waarom dit boek na pakweg anderhalve eeuw nog steeds staat als een huis. De titel, Misdaad en straf – voorheen Schuld en boete –, had ook Waanzin en rede kunnen luiden. Ook al spreekt Dostojevski van verstandsverbijstering en niet van psychose, en van krankzinnigheid in plaats van een psychische stoornis, waar het om gaat, namelijk het verliezen van je redelijkheid en je fatsoen en het meegesleept worden door je chaotische gevoel en impulsen, blijft hetzelfde. Russische schrijvers – Bulgakov met zijn Meester en Margarita is een goed voorbeeld, en Gogol natuurlijk – lijken een monopolie op gekte te hebben. Hoe Dosto zich heeft voorbereid weet ik niet, en hoef ik ook niet te weten, maar hij verschaft subliem inzicht in de getroebleerde geest van de paranoïde schizofreen. (Verplichte lectuur dit voor iedereen werkzaam in het strafrecht.)
Dan zijn we er nog niet, want ik heb het nog niet over D.'s stijl gehad. Misdaad en straf bestaat voor een groot deel (het zou aardig zijn dit in percentages uit te kunnen drukken) uit gesprekken, vaak tussen meer dan twee mensen, met nog diverse toehoorders. De schrijver laat zijn personages niet alleen tot leven komen in wat ze zeggen, maar vooral in de manier waarop. Absolute hoogtepunten van literaire vertelkunst in dit verband: de dronken tirade van Raskolnikovs vriend Razoemichin (dronkenschap, het broertje van waanzin – daar zijn de Russen ook goed in) en de vileine manipulaties van rechercheur Porfiri Petrovitsj, die nu eens door laat schemeren aan de verdachte precies te weten hoe het zit en hem dan weer uit de tent probeert te lokken met geveinsde onwetendheid. Schitterend.
Ik zou het nog kunnen hebben over de subplotten: het verstandshuwelijk van Raskolnikovs zus voor rijke stinkerd Ljoezin, en Raskolnikovs liefde voor de prostituée Sonja. Als Misdaad en straf gedateerd is, dan hooguit in de manier waarop vrouwen erin worden behandeld. Toch nog iets te veel als tweederangs burgers, helaas.
Hans Bolands vertaling is zonder meer swingend. Soms dacht ik, als hij uitdrukkingen als 'so what?' gebruikt, iets te swingend. Maar de conclusie moet luiden dat hij dit meesterwerk heeft afgestoft en strakgetrokken en hier en daar indien nodig (moeilijk te beoordelen door een niet-slavist) iets heeft bijgeschaafd om de tekst beter behapbaar te maken voor de begin 21ste eeuwse lezer. En dat is geen geringe verdienste.

PS: Niet de moordscène greep mij het meest naar de keel, zoals je zou verwachten, maar een scène daarvoor nog, als Raskolnikov op straat in Sint Petersburg getuige is van het doodslaan van een koetspaard, dat volgens zijn eigenaar zijn beste tijd heeft gehad. Erg effectief in zijn wreedheid.