De knol en de pony



KL en ik hebben moeite ons los te rukken uit de idylle die de geboekte B,B&B (boerderij, bed en breakfast) blijkt te zijn. Hij ligt namelijk niet in Monnickendam (een poppenstad waar je niet dood gevonden wilt worden), maar net daarbuiten, midden in de weilanden. Geiten, kippen, schapen, een poes. KL is verliefd op de Ierse knol (zie boven) en ik op de vogelzang.
'Dit is het liefste paard dat ik ooit heb gezien,' zegt hij. De eigenares vertelt dat ze bij wijze van gezelschap voor de knol nog een pony heeft gekocht, maar die is niet zo lief. Ondanks zijn bespottelijk kleine postuur, heeft hij toch het lef de knol in zijn flanken te bijten en uit te dagen en op te hitsen. 'Hij mag nog een keer proberen nageslacht te verwekken bij de merrie van een bevriende boer,' zegt de eigenares, 'en daarna is het man af.'
We kijken naar de pony. Ik voel geen medelijden over het aanstaande einde van zijn mannelijkheid.
KL kijkt mij niet begrijpend aan.
'Hij wordt gecastreerd.'
Nog steeds geen begrip bij mijn zoon. Ik heb hem over castratie nog niet ingelicht, hoewel, bedenk ik me nu, het geen slecht idee zou zijn, om zijn heerlijke zangstem te bevriezen. (Sinds kort is hij over zijn zangschaamte heen.)
'Zijn ballen. Eraf. Zodat hij niet meer kan paren. Of wel kan paren, maar geen kindjes verwekken. Hoe dan ook zal hij geen zin meer hebben.'
Eindelijk gaat er een lamp branden in het hoofd van de bijna elf-jarige.
En hoe zit het met de honderd koeien? Verdienen die niet onze aandacht? Vanuit het kantoor zijn we getuige hoe de koeien zich machinaal laten melken, hoe ze verveeld naar ons opkijken en dan schijten, hoe ze lusteloos hun bek in een bak met bix steken. De kalfjes zien er vrolijker uit. Ze worden meteen na geboorte weggehaald bij de moeder, vertelt de boerin. Eentje zuigt als een bezetene aan haar hand. Ik hou mijn mond, maar word gesterkt in mijn idee dat er niets idyllisch is aan de moderne melkvee-industrie.