Zwembadgevoel


Afgezien van een bejaard stelletje en Koos Koets, die met zijn rug naar mij toe zit, ben ik denk ik de oudste aanwezige op zwemplek Marineterrein. Ik geniet van mijn onderdompeling in de jeugd en wat Andreas Burnier noemde het 'zwembadgevoel'. Dat is een voyeur als mijzelf wel toevertrouwd. (Een schrijver die geen voyeur is hoef ik niet te lezen.) Rechts van mij bevindt zich een viertal badgasten dat in het bijzonder mijn aandacht heeft getrokken. Baas is een zwaar getatoeëerd atletisch type (zo een met spiertieten), zijn haar is van achter opgeschoren, maar van voor zit er een kuifje. Baas houdt de wacht met zijn telefoon in de hand, waarmee hij hiphop aanstuurt op een grote bluetoothspeaker. Praten doet hij niet; hij kijkt. Dan is er Maat A, een pezig, wat lethargisch joch met krullen, een kop kleiner dan Baas. Maat B, een braverik, is the odd man out, hem zou je eerder op een hockeyclub verwachten. Maar dan zijn we er 'dus' nog niet, want deze drie, waarvan de groepsdynamiek zich vrij eenvoudig laat uittekenen, wordt aangevuld met een wildcard, Blondie. Een bebrilde, pukkelige, geblondeerde jongen die op deze bruut-hete dag een lange zwarte broek draagt en een oversized T-shirt met onduidelijk opschrift. Om zijn schouder een tas, alsof hij elk moment weg kan cq. wil. Blondie draait het ene shaggie na de andere; Maat A blowt alleen af en toe, de anderen zijn rookvrij. Wat zoekt Blondie bij Baas en de twee Maten? Dat blijft lang onzeker, totdat er een tros meisjes arriveert in meer of minder verhullende bikini's. Aha, denkt de voyeur, het trage baltsballet gaat beginnen.

Het gezelschap vleit zich neer rondom de speaker, rookt en snackt. Wat opvalt is dat iedereen met Blondie praat of wil praten. Blondie is de go to person, omdat hij, zo postuleer ik maar even als onbezoldigd socioloog, de minst bedreigende partij is. Met Blondie kun je vrijblijvend kletsen, lachen – stoeien misschien zelfs. Een van de meisjes heeft een oogje op Maat A, maar die zit in zijn telefoon. Maat B lijkt niet interessant genoeg. Baas, die ook nu geen reden ziet om te praten, werkt een bak sushi die hij even daarvoor uit een tas heeft gehaald naar binnen.

Ik kijk even de andere kant op, naar Koos Koets ("ik begrijp niet waarom iedereen hier plotseling wil zwemmen, de talrijke ratten pissen lustig in het water, vroeger had je zoiets als de ziekte van Weil"), en alle meisjes zijn verdwenen. Zwemmen, vermoedelijk. Baas zet nog een nummertje op. Als ware hij een robot die wordt aangezet begint Blondie te zingen en te dansen, ondertussen aan zijn sigaretje trekkend. Hij wel.