Tand versus gat



Net nadat A. haar eerste poging heeft gedaan om de kinderen nu eens bijtijds in bed te leggen, komt de bijna zevenjarige haar kamer uitgestormd, op de voet gevolgd door haar broer. 'Mijn tand zit los.'

Geen nieuws, die tand zit al weken los. Hoe los, dat is de vraag.

'Laat eens voelen.' O, ze heeft gelijk, hij zit nu zo los dat hij eruit getrokken kan worden.

Ik leg mijn krant weg en neem mijn dochter op schoot. Ik voel aan haar tandje, het is de linkerondertand,  de rechter- en de linkerondertand zitten al een eeuwigheid los voor mijn gevoel, maar de linker, nr 71 volgens de Internationale Tand Nummering, wil er graag uit. Hij staat vrijwel horizontaal, dus in een hoek van 90 graden, naar buiten toe. Geen gezicht. Ik pak hem vast met twee vingers en krak, plop of hoe heet het, jammer dat taal geluiden niet preciezer kan weergeven, ik heb een piepklein tandje in mijn hand en mijn dochter heeft een gigantisch gat in haar gebit, dat bloedt. A. haast zich om een washand te halen. 'Liever een tissue,' roep ik.

'Gatver,' zegt mijn dochter, als ze haar bloed proeft en de rode tissue bekijkt.

'Niet gatver: bloed. Je proeft jezelf. Niks vies aan.'

We bekijken het tandje. Bewaren. De eerste tand die wordt verwisseld voor een grote mensentand, een mijlpaal; de timing helemaal volgens het boekje.

En de tandenfee dan?

Een hels dilemma. De dochter wil ab-so-luut een cadeautje van de tandenfee maar ze wil daarvoor haar tand ab-so-luut niet opgeven.

'Trouwens, die tandenfee bestaat toch helemaal niet?' Bijdehand ook nog.

'Jawel,' zegt de broer lief.

Misschien is het verstandigste de tand in bewaring te geven bij BioEden Stamcelbank. Mocht ze ooit Hodgkin krijgen of iets anders akeligs, schijnen ze van die tand nog iets te kunnen maken waar de zieke wat aan heeft.