Televisies



N. belt: televisie doet het niet. Ik spring op de fiets, probeer wat knoppen, trek uiteindelijk de stekker eruit en doe hem er terug in et voilà.

Dat je met televisies kunst kunt maken bewees Nam June Paik. Gisteren waren N. en ik in het Stedelijk om die bewijzen van dichtbij te bekijken.

Zalen vol oude televisietoestellen; op de toestellen is van alles te zien. Nixon, die liegt, en wiens beeld middels een magneet wordt vervormd. Of: televisies waarop wordt vertoond wat tegelijk wordt opgenomen (een feedback loop). Zoals een boeddha.

Ik was niet zozeer geboeid door de televisies, maar door een foto, niet van Nam June Paik, maar van John Cage, de componist. Cage lijkt het op die foto erg naar de zin te hebben. Hij woont een performance van Nam June Paik bij, die er onder andere uit bestaat dat Nam June Paik John Cage zijn stropdas doorknipt (dat had Janine Abbring bij Ilja Leonard Pfeijffer moeten proberen), iets doet met shampoo en ook nog andere kleren van Cage verknipt. Ik had wel bij die performance willen zijn – herstel: ik had Nam June Paik willen zijn. Nam June Paik lijkt me zo'n kunstenaar te zijn geweest die precies deed waar hij zin in had en nog mee wegkwam ook. Nu zou dit moeten gelden voor alle kunstenaars, maar in de jaren zeventig en tachtig, de decennia waarin Nam June Paik vooral deed waar hij zin in had, helemaal.

Als kans, toeval en betekenisloosheid je thema's zijn, is veel mogelijk.

Niet dat je er nu nog mee weg zou komen, met al die televisies.

Dachten Nam June Paik en zijn mede-conceptualisten, video- en performance-kunstenaars uit die tijd dat ze kunst maakten die nooit gedateerd zou zijn? Nu komt hij op mij wel heel erg gedateerd over. Een kunstenaar die te veel vertrouwt op technologie is gedoemd zichzelf te dateren.

In een zaal stond een televisie opgesteld die je met een knop op de vloer aan en uit kon trappen. Ik nodigde N. uit voor deze interactie. Ze trapte op de sticker waarop stond 'hier trappen', in plaats van op de knop.