Kippen op vakantie

Suzette


Een huis met kippen. Daar hadden we voor getekend. En sapristi, bij aankomst zagen we twee eitjes liggen, bovenop het kippengaas-dak van het kippenhok. Een wat vreemde plek, maar misschien betrof het hier een lokaal gebruik. Toen ik ze raapte: ah, plastic. Fopeitjes. Deco-eitjes. Misschien om de kippen op een idee te brengen?
De rode heette Sécottine, de zwartgrijze Suzette en de zwart-rode Falbala. Meteen al vatten de kinderen een bepaalde aversie op, je zou ook kunnen zeggen vrees, voor Suzette. Racisme! Black Chicks Matter! Wat bleek, Suzette was even aaibaar als de anderen, sterker het meest aaibaar van allemaal.
De volgende ochtend vonden we op de plek die daarvoor was aangewezen, in de 'legkamer' van het hok, drie eitjes. Dat kwam goed uit, want dit familie-construct telt drie ei-liefhebbers. Gratis eten! Het wonder der agrarische reproductie.
Maar daarna werd het 'dus' stil.
Geen eitjes meer. Niet de dag erna, niet twee dagen erna, de hele week niet meer.
Lag het aan het voer? Camille, de propriétaire van het huis, een kinderboek-illustratrice die van briefjes met instructies houdt (die vind je overal in het huis), instrueerde dat kippen veel lusten, maar dat ze ook dood kunnen gaan van bijvoorbeeld chocola, en heel ziek worden van ui. Dat wist ik niet.
Maar we hadden ze geen chocola of ui gegeven. Alleen af en toe wat brood, en, dit blijf ik eigenaardig vinden, eierschalen van eerder legsel. 'Dit lijkt op ons nagelbijten,' trachtte ik deze vorm van ovofagie te disneyficeren.
Waren ze van de leg? Waren Sécottine, Suzette en Falbala zo geschrokken van ons, van onze stadse manieren, wellicht van het continu checken of er al eieren waren?
Hoewel ze af en toe blij kakelden, wat kan wijzen op vers legsel, vonden we nog steeds geen eitjes –  Teleurstelling alom. Wat nu? A., die zich nooit voor een gat gevangen houdt, kocht eitjes en legde ze stiekem in de legkamer. Trots kwamen de kinderen gisterochtend hun buit laten zien. 'Ze zijn nog warm, pap!' Toen keken ze wat beter. 'Wacht eens even, er staat een stempel op!'
'Dat heb ik gedaan,' probeerde A. zich er vergeefs uit te redden.
De elfjarige was zijn emoties maar net de baas.
Vandaag kwam de sympathieke vader van de propriétaire in korte broek langs om de CV te fixen. 'Verder nog iets?' vroeg hij.
'Eh... les poules ne donnent rien.'
Fluks sprong de gepensioneerde de kippenren in, stortte zich op zijn knieën en graaide in een struik. Eén ei. Twee eieren. Nog twee. Enzovoorts, tot hij er dertien geraapt had. Dertien eitjes! 'Hun geheime plekje,' verontschuldigde hij zich.