Controle (2)


O. (lacherig, alsof ze aangeschoten was, tegen de geüniformeerden) Ik zou graag willen dat jullie uit ons uitzicht verdwenen. Jullie blokkeren ons uitzicht.

U 2 Dat horen wij vaker. (Tegen U 1) Wil je dat ik hem bij zijn oksels pak? Van achteren, zeg maar? Dat ik hem optil uit zijn stoel.

U 1 Wacht. Ik vraag het nog een keer. (Tegen N.) Uw naam alstublieft.

N. Mijn naam mag je hebben, daar heb je toch niets aan.

U 1 Uw woorden! Maar hij luidt?

N. geeft zijn naam, zijn geboorteplaats en datum, en overhandigt meteen het bewijs daarvan in de vorm van een plastic kaartje. Hij realiseert zich dat hij dat kaartje nog nooit heeft laten zien, laat staan op het strand.

U 2 houdt een ziplockbag open waarin N. zijn kaartje deponeert.

U 1 Hoe lang bent u hier al? Ik weet, wij hebben de vraag eerder gesteld maar we hebben nog geen antwoord mogen krijgen, hè hè.

U 2 Nee. Hè, hè. Wij luisteren. Hè hè.

Als die twee nog een keer hè hè zeggen, denkt N., doe ik ze iets.

O. (amicaal) Wij zijn vlak voor de zonsondergang hierheen komen lopen, en hopen na de zonsondergang weer weg te gaan, maar als dit nog veel langer gaat duren, deze idiotie, dan missen we alles.

U 1 Idiotie. Morgen is er weer een zonsondergang.

U 2 En de kans dat de dag erna de zon opnieuw zal ondergaan is eveneens vrij groot. (Snuit haar neus vrij luid, ze toetert een paar keer 'idiotie'.)

U 1 (tot N.) Nogmaals: wilt u gaan staan.

Voordat N. opstaat kijkt hij om zich heen, alsof hij zich schaamt voor zijn gehoorzaamheid, maar de andere badgasten lijken N. en O. niet op te merken, noch de Controle-figuren die zich over hun geval hebben gebogen. De zonsondergang is nu dusdanig gevorderd, dat de windmolens in zee zich als skeletten aftekenen tegen de oranjegele achtergrond.

U 1 trekt één zwart-latex handschoen aan – aan zijn linkerhand. Hij is dus links, kan O. niet nalaten op te merken. U 1 balt zijn vuist, met de handschoen aan lijkt hij nog het meest op de kop van een enorme dildo, en stompt N. werktuigelijk in N.'s maag.  Hoewel N. de stomp aan zag komen, hij zag hem aankomen als geen enkele andere stomp, verzuimde hij zijn buikspieren aan te spannen om de klap op te vangen.

U 2 (tegen U 1) Dat voelde goed?

U 1 Zeker, zeker, maar ik weet niet of het voldoende is.