Me time



Net heb ik mij geïnstalleerd in de trein op Den Haag Centraal, – ik klap mijn laptop open, verheug me om eindelijk weer eens wat te werken – of er stapt een luidruchtige dronkenlap in.
'Godverdomme waar is iedereen?' zegt de man in plat Haags. Hij heeft een muts op, een shaggie in zijn mond en hij zwaait met een fles witte wijn in het rond. Hij gooit zijn rugzak op de bank en gaat aan de andere kant van het gangpad zitten, zoveel beschaving heeft hij dan nog wel. 'Zit je lekker achter je computer? Je hebt toch geen last van me? Hé, heb je een probleem of zo?'
Ik probeer hem te negeren. Dat lukt vrij aardig. Hij pakt zijn rugzak en gaat achter me in de eerste klas zitten, op de rode bankjes.
Ik concentreer op me op mijn tekst, maar ik heb geen inspiratie. Een conducteur komt de trein binnen en bemoeit zich onmiddellijk met de man op de rode bankjes.
'Meneer, mag ik uw vervoersbewijs zien? U zit in de eerste klas.'
Onverstaanbaar protest. Tierend komt de conducteur de eerste klas-coupé weer uit. 'En haal je gore rotpoten van de bank af zwijn!'
Ik had me deze me time anders voorgesteld.
De man zeilt mijn coupé weer in. Nadat hij me een dodelijke blik heeft toegeworpen met die ongeschoren tronie van hem, stort hij neer bij een jong stelletje, dat bij binnenkomst ook al had geprobeerd grappig te zijn; hij althans, met de dead pan vraag, aan mij gesteld (er was niemand anders): 'Gaat deze naar de Efteling?'
Het meisje voert een gesprek met de dronkelap. Ik wil er niet naar luisteren, maar er zit niets anders op. De man is dakloos. Wilde bij zijn vriendin intrekken, maar die doet de deur niet meer voor hem open. Zijn moeder, zegt hij, heeft nooit van hem gehouden. En nu is hij op weg naar 'destination unknown'. Goed verhaal.