De heks



Heks, een ander woord was er niet voor de vrouw die ons op de stoep de weg versperde, alweer enkele weken geleden, ik meen in de non-tijd, de tussentijd, tussen kerst en oud en nieuw. Wilde bos haar, een dikke pukkel naast haar neus en lange, vieze nagels. Die drie eigenschappen zijn misschien geen sine qua non voor het heksendom; ik kan andere verzinnen, zoals een krassende stem (had ze niet, ze had een lage, doffe stem), en een spitse neus (had ze ook niet, wel een grote, geen wipneusje in elk geval) maar laat ik het zo zeggen, met de aanwezige eigenschappen zou ze van zeer goeden huize moeten komen om aan de beschrijving heks te ontkomen.
'Jullie denken dat jullie er goed vanaf komen, hè?' zei de heks. 'Vergeet het maar. Deze keer zijn jullie aan de beurt, let op mijn woorden. Het gaat jullie pakken, uitroeien, wegvagen! Het is een kwestie van tijd! Denk niet te gauw dat je wordt overgeslagen, dat het alleen anderen zal treffen, ver weg, of dat het wel mee zal vallen... Het zal niet meevallen, deze keer is het ernst! Mondiaal! Allesoverheersend! Niets en niemand ontziend!'
Wij wilden doorlopen, onder het motto negeren is beter dan pareren, maar zo gemakkelijk liet ze ons niet gaan. Met een insectensprong bewoog de heks naar haar nieuwe positie waardoor wij opnieuw nergens heen konden, maar ik moet toegeven, het was vooral wat ze zei en hoe ze het zei, dat maakte dat we als aan de grond genageld bleven staan.
'Jullie gaan sterven! Zien jullie dat dan niet! Het gebeurt recht voor je ogen, het komt steeds dichterbij en jullie doen niets! Jullie laten je als een willoos lammetje naar de slachtbank voeren. Vind je dat fijn? Dan moet je het zelf weten. Ik ga je niet redden! Je zoekt het maar uit, als jullie zo graag ten onder willen gaan, roemloos nog wel, be my guest. De groeten!'
Toen de heks eindelijk stil viel en haar armen langs haar aanzienlijke lijf liet vallen, waardoor wij verder konden, dacht ik: voor dit soort mensen woon je in de stad.