Statusrapport N.



Hoe het met N. gaat? Naar omstandigheden goed, zou ik willen zeggen, maar dan lieg ik. Het is namelijk nog nooit beter met haar gegaan. Dat ze nog niet eens zo lang geleden in het ziekenhuis lag met NIET REANIMEREN op haar voorhoofd geschreven; dat ze kwakkelde, wankelde en viel; het lijkt tot een ver, boosaardig verleden te behoren. Als ik haar zo zie aanliggen op de bank in haar bibliotheek – zo valt haar etage aan de gracht toch het best te omschrijven –, met La Peste van Camus op schoot (een F-N woordenboek zei ze niet nodig te hebben maar had ik voor de zekerheid toch maar binnen handbereik gelegd), vraag ik me af wat er in vredesnaam nog aan dit plaatje te verbeteren valt. De zon valt met bakken naar binnen. We lunchen genoeglijk aan haar bureau, keuvelend over zaken als:
* Het matige retorische talent der Nederlandse politici (volgens N. was Den Uyl een goede, maar zijn rede tot de natie logenstraft dit; Joop klinkt nog het meest als een oom die maar blijft doorzagen over hetzelfde onderwerp, jaha oom, zou je naar het scherm willen roepen, jaahaa. Zoals bij Rutte en W.A. vraag je je af: waar is het Grote Verhaal, waar is de verbeelding?);
* De kliniek in Scheveningen waar N. is geboren;
* De dochter in Londen met tips over hoe je het uit moet houden met zijn tweeën in quarantaine ('haal er een derde bij en geef die de schuld van alles');
* Of het toegestaan is, auteursrechtelijk en anderszins, dat Wessel te Gussinklo de titel van zijn roman De hoogstapelaar zo overduidelijk ontleende aan Bekentnisse des Hochstaplers Felix Krull van Thomas Mann (antwoord: uitgever noch auteur hoeven zich iets te verwijten);
* Onze spontane uitvinding: hoepelrok met een straal van 1.5 meter. Verplicht te dragen wanneer men de straat op gaat. Te ontwerpen door Viktor... & Rolf, verkrijgbaar bij Lidl. Niet dat N. die gaat dragen, want ze heeft geen  e n k e l e  behoefte om naar buiten te gaan. Waarom zou ze?