Verbrande foetussen



Ik had nog nooit oliebollen gebakken. Ik dacht dat dit niet zo heel ingewikkeld kon zijn, maar nadat ik het beslag had gemaakt en had laten rijzen, met dank aan de firma Koopmans, bleek wat de moeilijkheid was: de oliebollentang. Die had ik niet. 'Gebruik anders twee eetlepels,' zei Koopmans, maar dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het beslag liet zich weliswaar uit de beslagkom scheppen, maar bleef vervolgens aan de lepels plakken en belandde aldus gefaseerd in de hete olie.
'Laat je ze niet te lang in de olie zitten?' informeerde lieftallige, terwijl ze de tuindeur openzette tegen de stank.
Ik liet ze net zo lang in de olie zitten als Koopmans had opgedragen, maar ik moest toegeven, deze oliebollen leken niet zozeer op oliebollen, als wel op verbrande foetussen.
'Misschien moet ik ze weggooien,' zei ik, maar dat was ook zo wat; weinig dingen doen zo'n pijn als zelfbereid eten weggooien.
Ik besloot de gecarboniseerde foetussen eruit te vissen en de gebronzeerde foetussen mee te nemen naar het feestje op de woonboot.
Daar aangekomen zag ik dat er reeds een mand met oliebollen op tafel stond. 'Vanavond gaan er veel oliebollen weggegooid worden,' dacht ik. Meteen daarna dacht ik: dat is een Frits van Egteriaanse gedachte.
Mijn voorspelling bleek onjuist. De Italiaanse gasten op het feestje, vooral ook de gastronomisch onderlegde, bleken een voorkeur te hebben voor mijn bollen. Een vrouw hield er een in de lucht en zei: 'This is an artwork.'