Focus




Ik drong langs de rij, door de draaideur de benauwde ruimte binnen en keek om me heen. Mijn oog viel eigenlijk onmiddellijk op jou. Je bevond je in het midden van het bad. Je stond tot je middel in het water, je buik geplooid als een behaarde skippybal. Je zag mij niet. Je stond in je neus te peuteren. Dat zeg ik verkeerd. Je draaide je linkerpink in je linkerneusgat, haalde hem eruit, bekeek de oogst, en spoelde hem af in het water. Dit herhaalde zich bij het andere neusgat, met de andere pink. Daarna zette je je handen, je mollige behaarde handen, in je zij, als een gevreesde cowboy in een saloon in een goedkope western.
Waar pistolen hadden moeten zitten, of op zijn minst holsters, zaten bij jouw hamlappen.
Je zag me nog steeds niet. Ik stond verdekt op gesteld. Ik had geen reden om mijn aanwezigheid kenbaar te maken.
Ik richtte. Het was niet moeilijk om te richten. Jouw lichaam vormt een makkelijk doelwit. Ik had ook het magere meisje kunnen nemen, dat ter rechterzijde van jou dobberde, knielend op de zwembadvloer. Een spichtig kind, met een dunne, bijna doorzichtige huid. Maar dan zou ik het mezelf onnodig moeilijk hebben gemaakt.
Nee, ik moest jou hebben.
Vroeg je erom? Stond je daar expres je vlees te etaleren, in je neus te peuteren, opdat ik je makkelijk kon raken?