De gelukkige nihilist

Jacob Marrel

1. Alle menselijke activiteiten  zijn, vroeg of laat, een meer of minder omslachtige, meer of minder geslaagde vorm van tijddoding. 

2. Er is geen doel. We doen omdat we niet anders kunnen in het continuüm van tijd en ruimte. 

3. Het heelal beweegt zonder zin of betekenis. Het wordt geregeerd door het toeval, dat soms de neiging heeft samen te klonteren in betekenisvolle patronen.

4. Het leven wordt in bijna ieder opzicht beter maar dit heeft geen effect op het menselijk tekort. 

5. Mensen doen maar wat. Hun plannen en ongeneeslijke optimisme kunnen niet anders dan als aandoenlijk worden gekenschetst. 

6. Vrijheid is, net zoals zelfbewustzijn en liefde, wat wel wordt genoemd een vruchtbare illusie.

7. Een mens, als kluwen zenuwen, kan niet niet-voelen. Hij kan wel moeite hebben zijn gevoelens te uiten.

8. Pijn bestaat en gaat niet altijd over. Wel is het mogelijk meer en minder succesvolle strategieën toe te passen om de pijn te verzachten.

9. Genot dient in hoge mate te worden nagestreefd, zij het dat genot hevig onderworpen is aan inflatie. Afwisseling is het devies.

10. Alle bezit is ballast. Alleen natuur, kunst, werk (voor sommigen: sport en gastronomie), vriendschap en liefde kunnen, ook als illusie, een mens (of meerdere mensen) in extase brengen. Het besef dat dit tijdelijk is, hoeft weinig af te doen aan de intensiteit.

11. Drugsgebruikers en hevige drinkers spelen vals en moeten vroeg of laat voor hun valse spel betalen.

12. Geluk is in zoverre te vergelijken met de dood, dat de gelukkige voor even vergeet dat hij bestaat.

13. De mens is niet in aanleg uit op destructie. Destructie is een paardenmiddel. Veel, maar niet alle, destructie komt voort uit frustratie.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten