Leeshuis





De zon scheen, ook in het Leeshuis. Ik stapte naar binnen, waar drie mensen aan een tafel zaten: een vrouw van middelbare leeftijd met een kogelrond gezicht, een jongere vrouw met golvend haar en een lange man die me op een of andere manier aan Gerard Depardieu deed denken. Een Nederlandse les was in volle gang. De voorpagina van Het Parool werd gespeld.
'Ik hoop niet dat ik stoor,' zei ik.
'Helemaal niet,' zei de vrouw met het kogelronde gezicht. 'Wilt u wat lezen?' Ze wees op de volle boekenkasten.
'Altijd,' zei ik.
'Dan bent u hier aan het juiste adres.'
Iedereen glimlachte. Het scheen me toe dat er in het Leeshuis dikwijls werd geglimlacht. Ik wierp mijn trilby aan de kapstok, schonk mezelf thee in, opende een koektrommel waarin bastognes zaten, verrukt uitroepend 'warempel nog koekjes ook!', greep Malcolm Lowry's Onder de vulkaan van een stapel, sloeg de beduimelde Bezige Bij-pocket open. Wat ik las viel me niet mee, wat mijn idee van dit boek als meesterwerk aantastte.
'Wat is beleggen, is dat hetzelfde als belegen? Als in belegen kaas?' vroeg de jonge vrouw met het golvende haar.
De docente corrigeerde haar. Even later wilde de Depardieu-lookalike, in wie ik een Amerikaan vermoedde, weten wat het verschil was tussen geslaagd en geslacht.
'Geslacht is your genitals,' glimlachte de docente.
'Wat is bescherming?' vroeg de jonge vrouw met het golvende haar.
'Protection. Wat je gebruikt om geslachtsziekte te voorkomen.'
Iedereen glimlachte. Ik stak het laatste stukje koekje in mijn mond, pakte mijn hoed en vertrok.