Schoonheid

Vincent van Gogh

'Wat heb je spuuglelijke schoenen aan,' zegt lieftallige.
Sinds gisteren draag ik tennisschoenen die ik in de schoenenla heb gevonden. Ze leken me prettig om op te lopen, mede gezien een knie die opspeelt de laatste tijd. Het zijn grote gevallen, maar dat is de schuld van de schepper. In de neus zit een raster van gaatjes. Aan de zij- en achterkant zit een blauwe rand.
Nikes.
'Ze zijn zo lelijk dat ze weer mooi worden,' probeer ik.
'Nee, ze zijn en blijven lelijk.'
'Jij hebt ze voor me gekocht, kan ik me herinneren.'
'Om mee te tennissen.'
We zijn op weg naar een vernissage (alleen al om dat woord zou je er af en toe een moeten bezoeken) van de onvolprezen en aanbiddelijke portretschilder Jeannette Laros, die zojuist is toegetreden tot de KZOD, de oudste kunstenaarsvereniging van het land, als ik het goed begrijp, in de Waag in Haarlem. (KZOD staat voor Kunst Zij Ons Doel, nou dan weet je het wel.)
Jeannette haar man, zien we als we aan onze wijntjes nippen, draagt sneakers van het hippe soort.
'Kijk, zulke gympen kunnen wel,' zegt lieftallige, met een goedkeurend knikje.
'Wat vind jij van mijn schoenen? Vind je ze gewoon lelijk of zo lelijk dat ze weer mooi worden?'
Nog voor hij kan antwoorden, zegt lieftallige: 'Het zijn goedkope tennisschoenen.'
Als ze niets had gezegd, of had gezegd dat ze duur waren, had hij ze misschien wel zo lelijk gevonden dat ze weer mooi worden, maar nu vindt hij ze gewoon lelijk. Met name de gaatjes op de neus van de schoenen vindt hij niet geslaagd.
Even later ben ik bij mijn zus, wier smaakoordeel ik blind vertrouw.
Ik zwaai een van mijn tennisschoenen op tafel.
'Niet met de schoenen op tafel!'
'Maar wat vind je van mijn schoenen?'
'Ik heb niks met sneakers,' zegt ze.