Wonderen

Meester van de Magdalenalegende



'Viktor?'

In het park zit een vrouw naast me die me vaag bekend voorkomt. 'Jouw dochter zat bij mij op de peuterspeelzaal,' zegt ze. 'Ik ben Maria.'

Verdomd. Nu weet ik het weer. De erg goede en erg sympathieke peuterspeelzaalleidster die plotseling verdween tot onze grote spijt, nadat ook onze dochter aan haar gehecht was geraakt.

Haar eigen kind was ziek. Meer kregen we niet te horen.

'We gingen met onze dochter van tweeënhalf naar de huisarts omdat ze veel hoestte. We dachten astma of zo. De dokter zei: ik vertrouw het niet, ga maar naar de longarts. Die deed een onderzoek en zei: uw dochter heeft dubbele nierkanker met uitzaaiing naar de longen. Binnen een paar uur tijd waren we van nietsvermoedend bij de huisarts naar doodsangst in het ziekenhuis. Ze is in Utrecht behandeld bij dr. Lieve Tytgat. Al met al heeft het een jaar geduurd. De chemo viel nog wel mee, toen ze er eenmaal aan gewend raakte, maar in de winter kreeg ze plotseling griep. We dachten dat het voorbij was. We zaten in grote spanning. Ze lag twee maanden op de intensive care. Het was erop of eronder met haar.'

Ik kijk naar de dochter die nu vijf is. Een vrolijk, blakend kind. Ze komt bij me staan. Het schijnt haar niet te storen dat we het over haar hebben en haar ziekte.

Ik wil haar eigenlijk complimenteren met haar knokwerk, maar ik zeg: 'Had je pijn?'

Ze knikt en hoest zachtjes, in haar elleboog, zoals het hoort. Daarna gaat ze verder in haar Bobo.

Maria vertelt dat ze halsoverkop weg moest bij de peuterspeelzaal en dat ze dus niemand behoorlijk kon informeren, al helemaal de ouders niet. 'Ik had mijn collega's opgedragen eerlijk te vertellen wat er gebeurd was, maar ze konden het niet. Ze moesten te hard huilen.'

Een wonder: een vreselijke diagnose omgedraaid, het noodlot getart. Alsof dit meisje de dood te slim af is geweest, hem of haar op een tactisch moment heeft laten struikelen.

Er rommelt een kleintje bij onze voeten. Dochter no. 2. Nog een wonder.