De Grote Schrijver



Uit het niets kwam hij aanlopen, de Grote Schrijver, over het binnenplaatsje, of moesten we zeggen court? Zo'n binnenplaats zoals je die ook in Parijs hebt. Je verwacht vanaf de straat niets achter de poorten, totdat je zelf naar binnen wordt gelaten. Het was niet vreemd om de Grote Schrijver hier aan te treffen, want ik had zijn naambordje vaak genoeg zien hangen bij de postbussen. De Grote Schrijver had weliswaar geen unieke naam, dat alleen hij achter die letters kon schuilen – maar ik nam gemakshalve aan dat hij het was; toch hadden onze wegen elkaar zich daar nog nooit gekruist.
Hij droeg geen mondkapje. Geen steriele handschoenen. De Grote Schrijver zag er niet gesoigneerd uit, een woord dat hem als een handschoen zat (die hij dus niet aanhad, ook geen lederen), maar hij oogde nogal, nou ja, dat woord zat hem niet als gegoten, maar was nu wel op hem van toepassing, shabby. Ik denk niet dat hij het leuk zou vinden om als shabby te worden omschreven door wie dan ook, zelfs niet door een Kleine Schrijver, maar dat was het woord. Clochard zou te ver gaan, casual zou net niet kloppen.
Een sleutel klemde hij tussen zijn voortanden, een sleutel die vastzat aan weer andere sleutels, er bungelde dus een sleutelbosje voor zijn kin. Dat zag er curieus uit, zelfs als hij geen Grote Schrijver was geweest was dit detail me opgevallen. Ikzelf zou nooit mijn sleutels in mijn mond steken – corona of geen corona; het hele idee van sleutels in mijn mond staat me tegen, maar de Grote Schrijver liep erbij alsof hij niets anders deed. Zeker als je, zoals hij, je handen vol had met boodschappentassen (al dan niet gevuld met boeken).
Op een meter of tien afstand stond hij stil om de deur met zijn elleboog te openen (dat dan wel). Ik stond te kleppen met een vriendin, die hij als buurvrouw kende; dus die twee groetten elkaar, waardoor ik een fractie van een seconde in zijn ogen keek. Zijn spotlach was nog niet helemaal uitgedoofd, maar hij zag er breekbaar uit. Ik heb onmiddellijk zijn leeftijd gecheckt. Drieënzeventig, alweder.