De doden hebben het maar makkelijk





Als kind vond ik het onrechtvaardig dat na de dood van een geliefde het leven doorging. 'Hoe kun je nou rustig de afwasmachine staan inruimen terwijl zus en zo net is begraven!' riep ik uit, tegen mezelf nochtans. 'Hoe kun je nou de hond uitlaten, als die en die niet meer leeft?' Of, als ik in de verte een bus zag rijden: 'Hoe kan die bus doorrijden, volgens schema ook nog, als enzovoorts? Dat  k a n  toch helemaal niet?' Het was voor mijn kinderbrein onbevattelijk dat de wereld niet stilstond, niet stil bleef staan, op een cruciaal moment als het einde van een mens. Ik beschouwde dat als een dubbele onrechtvaardigheid, want betekende dat niet dat de wereld onverschillig was?
Nu weet ik dat ik toen gelijk had, maar ik zou het anders formuleren. Ik wil rouwen, maar ik weet niet meer hoe – als ik het ooit al heb geweten. Moet ik niets doen of juist wel dingen gaan doen? Moet ik koortsachtig op zoek gaan naar foto's van de overledene of mag ik alweer aan iets of iemand anders denken? De doden hebben het maar makkelijk.
Het Joodse geloof, lees ik op Wikipedia, heeft een aantal antwoorden. Zo is er de shivve, die voorschrijft dat er zeven dagen na de begrafenis niet mag worden gewerkt door de nabestaanden, en dat vrienden de nabestaanden komen voeden en verzorgen, troosten en ondersteunen. Dit vind ik een mooi principe. Gebeurt het nog? Is het mogelijk om zeven dagen niet te werken, omringd door schermen die erom schreeuwen, of om, op zijn minst, te gaan kijken hoe anderen werken?
Muziek. Wat me het meest is bijgebleven van de herdenkingsdienst van gisteravond in de Uilenburgershul voor Joshua van der Kroft was de muziek, en dan met name het liedje To Know Him is To Love Him dat gezongen werd, op de wijze van Amy Winehouse, door een vriendinnetje, door haar tranen heen. Dat was van een hartverscheurende schoonheid en echtheid, die je leert langzaam weer van het leven te houden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten