Woordenwisselingen



Ik sta te werken (dat is een tic van me) in de keuken rond 22.00, komt Kletsmajoor binnen, die vindt dat hij, nu hij bijna puber is, recht heeft op nog wat quality time in het tijdslot 22.00-22.30, en zegt: 'Ben je weer aan het schrijven?'
'Dat is mijn werk.'
'Ja, maar waarom? Je verdient er niets mee.'
Zijn plagerijen worden gemener. Daarin lijkt hij op zijn vader. Ik slik mijn jijbak in. Opvoeden is je kinderen  n i e t  met gelijke munt terugbetalen, telkens een verlies incasseren.
Hij druipt af, op zoek naar de moeder.
De volgende dag is KM niet uit bed te krijgen. Bezig in een Duitse klassieker, Meester van de zwarte molen. (Toen ik er een stukje uit voorlas, probeerde een jongeling zich net op te hangen in de schuur, maar de molenaar voorkwam dat. 'Ik bepaal wie er sterft!' riep hij. Leuk boek.)
'Bijna uit!' gilt KM als ik het boek uit zijn handen wil grissen.
'Kom op, we moeten naar school.'
'Nog één pagina. Nou ja, twee. Drie.'
Het ligt op mijn lippen om te sneren: wat vind je zo leuk aan lezen? Je verdient er toch niets mee? maar ik houd me in.
Later, als hij mokkend naar school fietst omdat hij weer eens vindt dat hij onheus is bejegend, je kunt hem niet bozer krijgen dan door hem onheus te bejegenen, ontsnapt er 'zeikerd' uit mijn mond. Ik heb er meteen spijt van. Ouders zeiken. Kinderen zaniken.
Een week of wat geleden, toen KM en ik een woordenwisseling hadden naar aanleiding van het thuisscholen - in mij is geen grote huisleraar opgestaan - kwam hij 's avonds naar me toe om sorry te zeggen. Ik was onder de indruk.
Misschien moet ik het vanavond tegen hem zeggen.